Speelse sprints op de Indiase shehnai

Concert: Music Ensemble of Benares bestaande uit: Shivanath Mishra (sitar), Vikash Maharaj (sarod), Krishna Ram Chaudary (shenai), Prakash Maharaj (tabla) + harmonium en tampura. Gehoord: 12/9 Tropeninstituut, Amsterdam.

De klassieke Indiase raga kent strenge conventies, niet alleen in de vorm maar ook in de rolverdeling tussen de instrumenten. De tampura laat voortdurend een grondaccoord horen, terwijl de tabla een dienende functie heeft die pas ingaat als de solist zich lang en breed heeft geïntroduceerd.

Dat de laatste conventie ook nadelen heeft, bleek zaterdag in het Tropeninstituut waar de uitgekozen raga pas na veertig minuten spanning begon te krijgen. De oorzaak hiervan was niet het pure feit dat het Music Ensemble of Benares drie solisten heeft in plaats van één, maar dat zij zo braaf en vormelijk te werk gingen. Het gezamelijke opbouwen van een raga-stemming is geen sinecure, maar het beurtspel van sitar, sarod en shenai was wel heel erg voorzichtig. Was het de academissche achtergrond van de musici (drie van hen zijn leraar) die hier een rol speelde? Dat sitarspeler Shivanath Mishra melodisch niet veel in huis heeft, deed de "alaap' van deze raga ook al geen goed.

Maar eindelijk en toch nog onverwacht was daar tablaïst Prakash Maharaj die met vederlicht spel, maar daarom niet minder gedecideerd, de zaak begon te sturen. Waardoor wat tot dan toe een nogal saaie les was geweest evolueerde snel tot een spannend spel. Prakash' veel jongere broer Vikash bleek een ware sarod-virtuoos met wie het goed "pingpongen' was. Ook shehnai-speler Krishna Ram Chaudry begon steeds meer te durven, met speelse sprints en gewaagde uitbraken.

Opvallend waren de ook uit andere muzieksoorten bekende improvisatie-procédé's die werden toegepast. Het vraag- en antwoordspel was niet van de lucht, er was een tabla-solo tegen een repeterende melodische figuur te horen en de concentrische groepsimprovisatie werd ook gepraktiseerd. Dit laatste, in de jazz bekend als "vier-om-viertjes' leidde tot opwindende, bij vlagen hilarische momenten. Toen de raga precies een uur na aanvang met een exacte tabla-tik werd besloten, volgde er dan ook een ferm applaus. Zo ferm zelfs dat de musici er een aanleiding in zagen het hele slotritueel nog eens over te doen.

Dat hadden ze misschien niet moeten doen, want na de pauze was de fut er, afgezien van een enkele spannende minuut, helemaal uit. De muziek kwam alleen nog maar uit de breedte en werd gaandeweg zo "waterig' dat de overgang naar de als slot aangekondigde "licht klassieke folksongs' nauwelijks merkbaar was.

Onbegrijpelijk was dus de opbouw van dit bijna drie uur durende concert. Juist leraren zouden toch moeten weten dat een korte les met een flinke portie drama meer rendement oplevert dan een eindeloze zit.