Sociaal Hoogovens wordt harder onder invloed tijdsgeest

IJMUIDEN, 15 SEPT. “Gedwongen ontslagen zijn onacceptabel en onbespreekbaar.” De eerste reacties van de vakbonden op de mededeling van de Hoogovens-directie dat volgend jaar 2.300 banen verdwijnen, waarvan 1.000 door middel van gedwongen ontslag, liegen er niet om.

Tegen de achtergrond van Hoogovens' geschiedenis zijn dit soort reacties voorspelbaar en begrijpelijk. In de afgelopen decennia heeft het staalconcern verscheidene crises meegemaakt. Die van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was de ernstigste. Ook toen saneerde Hoogovens, maar op zijn eigen, sociale manier. Duizenden mensen gingen definitief de poort uit. Maar gedwongen ontslag was een vies woord. En wie vrijwillig vertrok werd financieel goed bejegend. Ook langdurige werktijdverkortingen kostten de werknemers geen cent, het bedrijf en de sociale fondsen echter des te meer. Bij Hoogovens met zijn sociale instelling en bij de machtige vakbonden stond altijd het sociaal plan voorop. De ene na de andere sociale regeling werd opgetuigd. Voor ouder personeel dat in het kader van zo'n regeling vertrekt, wordt goed gezorgd. Ook nu nog werkt Hoogovens met zo'n regeling waarbij zelfs 55-jarigen vrijwillig weg kunnen. Wat nu verandert is dat het vrijwillige karakter van die regeling verdwijnt.

Heeft Hoogovens lering getrokken uit het verleden? Nog niet helemaal, hoewel de opstelling harder lijkt te worden. Wellicht breekt, mede onder invloed van de tijdgeest, het besef door dat het bedrijf als "zachte heelmeester' de eigen gezondheid in de weg staat. En zacht was Hoogovens, ook in vergelijking met de concurrenten. De diepe staalcrisis van de jaren tachtig kostte in de gehele Westeuropese staalindustrie ruim 40 procent van de 600.000 arbeidsplaatsen. Bij Hoogovens verdween in die periode slechts ongeveer 7,5 procent van het personeelsbestand. Het bedrijf in IJmuiden gold in die tijd als een moderne staalonderneming met een ideale ligging die relatief minder last had van de malaise dan de collega's.

Anno 1992 heeft de crisis Hoogovens echter net zo in haar greep als de andere. En waarschijnlijk zijn de gevolgen in IJmuiden zelfs ernstiger doordat eerder onvoldoende diep is gesneden. Rondom 1990 ontdekte de directie al tot haar schrik dat Hoogovens flink achterop begon te lopen bij de concurrentie. De produktiekosten van een ton staal bleken veel te hoog.

Daarop ontwikkelde men in IJmuiden een masterplan met als voornaamste doelstelling de kosten van een ton staal in vijf jaar met 100 gulden te laten dalen tot circa 380 gulden. Dat was het kostprijsnivau van het Franse mammoetconcern Usinor Sacilor, het efficiëntste staalbedrijf van West-Europa. Een inhaalrace dus, met als vervoermiddel een plan dat via een "rondzing-operatie' alle werknemers van hoog tot laag bij de efficiency- en kwaliteitsverbetering moest betrekken. Het plan voorzag ook in een geleidelijk verlies van 2.500 banen tot eind 1995.

Pag 16: Staal Oost-Europa nekt Masterplan

Tot voor kort lag Hoogovens volgens eigen opgave wat betreft de uitvoering van het Masterplan "goed op koers'. Maar deze zomer werd al duidelijk dat het niet voldoende zou zijn. De concurrentie zat ook niet stil. De staal- en aluminiummarkten werden getroffen door een afzwakkende conjunctuur en er spoelde ook nog eens een golf van goedkope import uit Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie binnen.

Hoogovens dreigde in een structurele verliessituatie te raken. Vorig jaar was er al 51 miljoen gulden verlies en in de eerste helft van dit jaar alleen al 70 miljoen. En voor de tweede helft van het jaar worden "fors hogere verliezen' in het vooruitzicht gesteld. Tesamen met de kosten van de gisteren aangekondigde sanering, geschat op "enkele honderden miljoenen' zal het verlies over 1992 wel eens heel dicht bij het half miljard kunnen uitkomen. Dat weliswaar met het vooruitzicht dat er volgend jaar, bij gelijkblijvende marktomstandgheden, weer een positief resultaat kan zijn.

De huidige staalcrisis komt in Europa het hardste aan. Vooral de opbrengstprijzen staan onder druk. De verminderde export zorgt voor extra aanbod in de EG zelf. Daarnaast nemen de goedkope importen vanuit Oost-Europa ondanks een aantal quoteringsmaatregelen van Brussel toe. En als gevolg van voortdurende efficiencymaatregelen neemt de produktiecapaciteit in de EG zelfs nog toe. Volgens Hoogovens, dat overheidssteun afwijst (“omdat dat nu eenmaal verboden is in de EG”) blijven onrendabele staalbedrijven in sommige Europese landen doorproduceren met indirecte overheidssteun.

Hoogovens voelt de pijn thans het scherpst bij de zogenoemde lange staalprodukten (o.a. knuppels en betonstaal). Deze afdeling wordt nu apart gezet in een business unit. Die afzondering zou wel eens de voorbode kunnen zijn van een definitief afscheid. Juist bij dit soort relatief laagwaardige staalprodukten is de concurrentie het grootst, niet alleen uit Rusland, de Oekraïne en Oost-Europa, ook van zogenoemde mini-staalfabrieken in West-Europa en elders. Die zogenoemde mini-mills gebruiken als grondstof uitsluitend schroot dat ze in elektro-ovens omsmelten. Het hele kostbare proces van de ruw-ijzerfabricage zoals bij voorbeeld bij Hoogovens, lopen ze daardoor mis. In Duitsland zijn sommige grote producenten al tot de conclusie gekomen dat rendabele fabricage van lange produkten in Europa op basis van ruw ijzer eigenlijk al niet meer mogelijk is.

Alle staalconcerns ondervinden de huidige crisis aan den lijve. In Spanje, Engeland, Frankrijk en Duitsland zijn grootscheepse saneringsoperaties onderweg of op gang gebracht. De Duitse staalsector zal de komende jaren mogelijk 25.000 van de 120.000 banen zien verdwijnen. Maar de malaise beperkt zich niet tot West-Europa. Ook de Japanse staalconcerns hebben hun winstprognoses drastisch naar beneden moeten bijstellen. Japanse staalreuzen als Nippon Steel, Kawasaki en Sumitomo kampen met een fors lagere afzet aan de auto-industrie, de bouwsector en de elektronicabedrijven. Bovendien zijn ook dáár stroomlijningsprogramma's, opgesteld in het midden van de jaren tachtig, niet tot uitvoering gebracht, omdat er toch vrij gemakkelijk geld werd verdiend.

    • Ben Greif