Randvoorwaarden

Toen de georganiseerde voetballerij in Nederland veertig jaar bestond liet de NVB (de K ervoor moest nog even op zich laten wachten) een gedenkboek het licht zien dat werd samengesteld door Doe Hans, een zeer bekende journalist uit die dagen. "Die dagen' was 1930. In dat boek schreef mijn vroegere hoofdredacteur Jaap Moorman een artikel over de toekomst van het vaderlandse voetbal. Het was de tijd van het zuivere amateurisme. Hier en daar iets minder zuiver, maar verreweg de meesten voetbalden voor hun plezier en namen, na een leuke prestatie te hebben geleverd, genoegen met een hand van de voorzitter en een schouderklopje van de trainer. Ik herinner me een keeper van een Haagse eersteklasser, die in werkloze toestand en met een kind op komst, tegen zijn clubvoorzitter opperde, dat een kinderwagen buiten bezwaar van 's mans schatkist uitermate welkom zou zijn. Hij heeft er drie keer om moeten vragen. Toen het vehikeltje werd afgeleverd keek de voorzitter zeer zuinig. “Mondje dicht tegen de anderen”, zei hij.

Moorman was er rond 1930 al van overtuigd dat het zo niet ten eeuwigen dage zou blijven, maar voor volledig professionalisme achtte hij ons land te klein. Het zou te kostbaar worden. Van verregaande sponsoring en VIP-plaatsen kon hij nog niet gehoord hebben. Hij schreef: “Maar wij zullen zeer waarschijnlijk iets anders krijgen: voetballers met een toelage. Dus geen voetballers van beroep, die niets anders doen, maar mensen die hun bestaan vinden in iets anders en voetballen als bijverdienste”. Dat was in 1930. Maar in 1992 lees ik in de krant dat de amateurclub "Holland' in Utrecht een grote aantrekkingskracht uitoefent op een hele zwik ex-profs van de FC-Utrecht: het gaat om Frans Adelaar, Gert Kruys, John van der Linden, Henny Letting, Gert van Hanegem, Etienne Kelders en Edwin Godee. Is het niet vreemd dat die allen, na of mislukt te zijn bij de FC Utrecht of door blessures (Adelaar) gedwongen tot afsluiting van een profbestaan, bij dat "Holland' zijn aangespoeld? Is het gras bij "Holland' groener dan bij Elinkwijk?

Uit opmerkingen van de voorzitter van "Holland' blijkt dat het vooral om "aantrekkelijke randvoorwaarden' gaat. Maar wat zijn dat nu precies? Er lopen "een aantal mensen' bij zijn club rond die voetbal op hoog niveau wensen en die schuiven het een en ander. Geen 20.000 gulden de man, zoals beweerd wordt, maar toch het een en ander. Ook zijn er leuke feestavonden en worden de heren in nette spullen gekleed. De voorzitter houdt krachtig staande dat dit buiten het bestuur om gaat en dat hij zulks niet kwalijk vindt. Spelers met Moormans "toelage' dus. Kijkend naar recente uitslagen van de pas gepromoveerde hoofdklasser denk je bij een korfbalclub te zijn beland: 8-4 verlies tegen AFC, 7-5 winst bij AFC '34 in Alkmaar en pas in het derde duel is men terug bij een voetbalscore: 3-2 tegen Papendrecht. Mocht de club advies van neutrale zijde op prijs stellen, dan valt te denken aan versterking van de defensie. De huidige trainer (opvolger van Willem van Hanegem) ziet het als zijn taak de spelers scherp te houden. Vermoedelijk bedoelt hij minder de feestavonden, de fraaie uitrusting en het groene gras en de invloed van gulle gevers, dan de vaardigheid om te blijven winnen. Hoger dan de hoofdklasse kan hij echter niet oprukken. En afgezien van Kelders gaat het om oudere spelers, die aan het betaald voetbal hebben geroken en zich nog even vastklampen aan de randvoorwaarden van het amateurisme. Fraai is anders, maar begrijpelijk is het wel en het argument dat het "overal' gebeurt, ligt voor het grijpen. Jaap Moorman had ruim zestig jaar geleden een vooruitziende geest.