Pover Calabrië

Bij de bank voor alle zekerheid een verzekering in de hoogste dekkingscategorie afgesloten.

We gingen wel binnen Europa, maar toch naar de Derde wereld, waar zoals bekend de handjes losser zitten. Vanaf Napels in de trein naar het zuiden - een luchtgekoelde IC - posteerden we ons in het buffetrijtuig, koud bier, broodje pomodoro-mozzarella onder handbereik, aan het venster. Weldra zou het warm worden. Aanstonds zou zich de Mezzogiorno aan ons voordoen, het povere deel van Italië waaraan de Lega Nord zijn bestaansrecht ontleent. Veertien jaar geleden waren de arme achterbuurten van Napels me al zo rauw op het dak gevallen, maar nu zou het menens worden.

Drieëneenhalf uur later - in hoog en onafgebroken tempo met deze voortreffelijke trein, die natuurlijk uit het Noorden kwam - hadden we echter nog geen armoede gezien. Teleurgesteld stapten we in Lamezia over in een Fiat, de binnenlanden in. Bloeiende oleanders, prima wegdek, flitsende automobielen; alles behalve armoede. Alleen Sicilië ligt nog zuidelijker, maar hier, was dit dan niet zuidelijk genoeg om ezeltjes te zien, gegroefde gezichten, de last van de Derde wereld? Wij moesten het toch niet gekker verzinnen? Veertien dagen Calabrië hebben ons geen armoede laten zien.

Wij voelden ons in hoge mate verneukt en vernaggeld, maar ook zeer opgelucht dat dit land om ons heen geen Derde, geen Tweede of zelfs maar Vierde wereld was, maar heus en ten volle behoort tot de Eerste wereld. Wie verspreidt dan toch die sprookjes over de Mezzogiorno, en met welke reden? Om meer geld te krijgen van de regering of van de EG? Een beetje commissaris ziet toch hetzelfde als wij, die trapt er toch niet in? En bovendien, alle bouwondernemingen voor publieke werken die geld vangen van de Cassa per il Mezzogiorno zijn in handen van de mafia, hetgeen algemeen bekend is, waardoor wel de werken het land ten goede komen maar het geld weer naar de beurs in Milaan vloeit. Ook dat is geen nieuws.

Van oudsher en ten dele nog steeds is Calabrië een feodale maatschappij. Er is landadel met grootgrondbezit, en er zijn landarbeiders. Een heuse middenstand ontbreekt, er is geen burgerij zoals bij ons die het land en zijn instellingen vorm heeft gegeven. De adel is er blijkbaar niet veel rijker van geworden: nergens zijn luxe huizen aan te treffen, rijk versierde kerken of imposante schilderijencollecties. De landarbeiders zijn deels weggetrokken sinds de automatisering hen overbodig maakte. Zij zijn het die nu in luxe auto's met nummerplaten MI, TO of GE rondrijden, op bezoek bij hun familie.

De heuvels ontvolken, dorpen lopen leeg en links en rechts storten de verlaten huizen spontaan in, maar ook de palazzi van de adel die eveneens verzuimt kinderen te maken.

De nieuwbouw in het dal aan de kust is er om de trek uit de heuvels op te vangen en voor de rest zijn het vakantiehuizen, die twee maanden per jaar bewoond worden. Daarna gaan de oude kranten om de lampen en de lakens om de meubelen. Huizen voor de gastarbeiders in eigen land.

We kwamen in het verkeerde seizoen, zo werd ons op het hart gedrukt, 's winters was de streek echt uitgestorven, want er zijn geen middelen van bestaan. Wie het zich kan veroorloven vertrekt en de rest vertrekt uit noodzaak, om carrière te maken in het Noorden, als men alle neerbuigendheid over het zuidelijke dialect tenminste slikken wil. Maar dat moet een Noorderling in de Randstad ook, dus die drempel moet toch te nemen zijn. Waar bestaat het Zuiden van, waar leven die olijfboeren van, de wijnboeren? Toch net zoals bij ons van de EG-subsidie?

Het Zuiden heeft geen grote industrie, geen belangrijke havens, geen grote dienstverlenende centra en het toerisme moet er nog beginnen. Eens toen mijn reisgenoot (1m93) en ik uit ons Fiatje 126 met nummerbord CT stapten waren we bezienswaardiger dan het plaatsje zelf. Kunst is er niet, nee, dat is er nooit geweest en wat er was is door de aardbevingen wel weggevaagd, maar het landschap is mooi en het zeewater is ongekend helder. De Calabrezen zijn verwende kinderen met een Groningen-complex, want ze zijn niet lui - zoals ze zelf beweren - ze werken zich alleen te pletter in de verkeerde steden.

Nee, bij ons hoef je niet meer aan te komen met dat sprookje over de Mezzogiorno.

    • Bart Makken