Ministeriële commissie leidt aanpak fraude

DEN HAAG, 15 SEPT. Het kabinet gaat sociale en fiscale fraude scherper aanpakken. Hiervoor is een ministeriële commissie gevormd onder leiding van premier Lubbers.

Volgend jaar wordt 18 miljoen en vanaf 1994 20 miljoen per jaar uitgetrokken om de aanpak van fraude te financieren.

Lubbers noemde de aandacht voor fraude in een toelichting op de vandaag verschenen Troonrede "een speerpunt van beleid'. Volgens de premier is er sprake van een veranderd maatschappelijk klimaat, waarin behoefte is fraude daadwerkelijk aan te pakken. “De burger vraagt aan de overheid iets te doen.”

Behalve Lubbers hebben ook de ministers Hirsch Ballin (justitie), De Vries (sociale zaken) en Kok (financiën) zitting in de commissie fraudebestrijding. Zij gaat het fiscale en sociale fraudebeleid coördineren en wordt gesteund door een ambtelijke stuurgroep onder leiding van de Arnhemse procureur-generaal mr. W. Sorgdrager.

Volgens Hirsch Ballin is het de bedoeling dat meer gevallen van sociale en belastingfraude strafrechtelijk worden aangepakt. In het vandaag verschenen jaarverslag van het Openbaar Ministerie schrijven de procureurs-generaal dat het afgelopen jaar duizenden vermoedelijke gevallen van uitkeringsfraude aan het licht zijn gekomen door koppeling van gegevens van de belastingdienst en de gemeentelijke sociale diensten. De PG's zijn voorstander van periodieke koppeling van gegevensbestanden bij het opsporen van fraudegevallen.

Minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) zeggen vandaag in de toelichting op hun begroting dat zij de "witte fraude' (officieel werken en tegelijk een uitkering krijgen) via de uitwisseling van gegevens en met behulp van het sociaal-fiscaalnummer binnen enkele jaren willen uitbannen.

Ter Veld voelt overigens niets voor de suggestie van het CDA om de gegevens van de sociale dienst te koppelen aan die van de rijksdienst voor het wegverkeer.

Op die manier zou een ambtenaar van de sociale dienst gemakkelijk kunnen nagaan in wat voor auto een uitkeringsgerechtigde rijdt. Maar Ter Veld acht het onjuist een in principe openbaar bestand, dat van de rijksdienst voor het wegverkeer, te koppelen aan een niet-openbaar bestand met persoonlijke gegevens. Bovendien kunnen sociale diensten als ze verdenking koesteren nu al bij de rijksdienst voor het wegverkeer gegevens opvragen over de auto van de betreffende cliënt.