Minister Wim Kok heeft de rijksuitgaven "strak in de teugels'

Minister van financiën Wim Kok is een tevreden man. De doelstelling van een financieringstekort van 3,25 procent van het nationaal inkomen in 1994 is binnen bereik en de som van belasting- en premiedruk voor volgend jaar ligt ruim onder de afspraak van het regeerakkoord. Ook over de toekomst van zijn partij is hij vol vertrouwen. Hij voelt “een onderstroom van herstel” in de PvdA. Problemen worden intern opgelost, ook in de coalitie “vandaar dat we de begroting 1993 ook evenwichtiger en geruislozer tot stand konden brengen”.

Aan het eind van het vraaggesprek staat hij op en doet het licht uit. In kleine dingen is Wim Kok - minister van financiën, vice-premier en PvdA-leider - een zuinig man, in grote ook. “De rijksuitgaven staan strak in de teugels”, zegt hij met een tevreden blik over de begroting voor volgend jaar.

En er is een verband tussen het lichtknopje en het sociaal-democratische stokpaardje: de "eco-tax'. Het CDA/PvdA-kabinet is huiverig voor een Nederlandse solo-toer bij de invoering van een regulerende energieheffing. “De eco-tax is een instrument waar we ons internationaal sterk voor maken, maar de urgentie wordt iets minder wanneer we een effectief beleid voor energiebesparing voeren. Sommigen zullen dit minder bevlogen vinden. Het zij zo.” Op zijn werkkamer op het departement neemt de PvdA-leider een nieuwe - meer pragmatische - positie in.

Nederland is op schema, de doelstelling van een financieringstekort van 3,25 procent van het nationaal inkomen in 1994 ligt binnen bereik. De som van belasting- en premiedruk bedraagt volgend jaar 53 procent van het nationaal inkomen; ruim onder de afspraak van het regeerakkoord. En wie aan deze twee percentages morrelt - premier Lubbers heeft zijn oog begin dit jaar op de eerste laten vallen - vindt de minister van financiën op zijn weg. “Je moet in het leven een vaste oriëntatie hebben, anders is er altijd wel weer een smoes om te zeggen: laten we toch nog een jaartje wachten.”

Kok toont zich content met het commentaar van de Raad van State op zijn begroting. Het hoogste adviesorgaan van de regering prijst het kabinet Lubbers-Kok voor het halen van de financiële doelstellingen, de verbeterde begrotingsdiscipline en voor de ruimte die in de begroting is vrijgemaakt voor investeringen in infrastructuur en milieu.

Na de "mini-crisis' van april heeft het kabinet het economische tij mee gehad. “Bij de laatste fase in de voorbereiding van de begroting bleek dat het net een slagje beter ging dan we dachten. De internationale ontwikkeling weliswaar iets ongunstiger, maar de binnenlandse economie een beetje gunstiger. Zo hadden we eerst te maken met een stijging van de werkloosheid met twintigduizend, nu wordt een daling met twintigduizend geraamd: dat scheelt veertigduizend. Maar de buitenlandse ontwikkeling geeft nog geen reden tot joligheid.”

Voor "marathonloper' Kok is 1994 het jaar van de waarheid: hij heeft nog 21 maanden te gaan voordat de kiezers een oordeel zullen vellen over hem als minister èn als leider van de PvdA. “De Partij van de Arbeid ligt intussen ook aardig op stoom”, zegt hij vol vertrouwen in het herstel van zijn partij. “De tijd is kort. Maar het is ook wel goed om onder de druk van het tempo te staan.”

Volgens Kok zal de kiezer hem belonen, als minister èn partijleider. Hij voelt “een onderstroom van herstel” in de PvdA. “Ik merk het in de atmosfeer. Het voorzittersduo is op een bepaalde manier enthousiast bezig, vernieuwend en samenbindend. We gaan niet meer vechtend over straat, maar lossen de problemen intern op. Ook binnen de coalitie, vandaar dat we de begroting 1993 ook evenwichtiger en geruislozer tot stand konden brengen.”

De partijvoorzitters Rottenberg en Vreeman hebben vorige week een actieplan gelanceerd om de PvdA binnen een jaar weer op de been te krijgen. Ook Kok zal vaker naar buiten treden. “We moeten zichtbaar maken wat we hier in Den Haag doen. Morgen praten we over de Miljoenennota op een briefing voor leden en belangstellenden. Je moet als partij open communiceren. En niet alleen met je eigen mensen maar ook met je omgeving. Het is niet zo van "je hoort er alleen maar bij als je lid bent'. Hoeveel mensen zijn er nu lid van een partij?”

Het nieuwe PvdA-logo - een kleine vuist verscholen in een roos - bevalt hem wel. “Ik vind het heel mooi hoe dat rooie vuistje toch in die roos zit. Ik vind het knap gevonden: de symboliek van de roos en de vuist is verwerkt in iets nieuws, terwijl je toch nog voldoende emotionaliteit van het oude terugvindt. Heel aardig.”

Voor Kok is 1994 geen finish. “We moeten voor de periode na 1994 geen partijen uitsluiten, maar een goede afsluiting van deze kabinetsperiode legt een vrij natuurlijke basis voor een vervolg van de coalitie.” CDA-fractieleider Brinkman, de gedoodverfde nieuwe premier, heeft de afgelopen zomervakantie benut om een serie financieel-economische krijtlijnen te trekken. In het CDA-jaarboek dat vorige week werd gepresenteerd, houdt hij een pleidooi om het financieringstekort naar twee procent van het nationaal inkomen terug te dringen en de collectieve lastendruk met een half procentpunt per jaar verder te verlagen. Een ombuiging van gelijke omvang als de Tussenbalans (17 miljard gulden), de bezuinigingsoperatie van dit kabinet.

Zijn dat ook uw nieuwe oriëntatiepunten of is uw reactie "ik ben de minister van financiën'?

(Kok resoluut:) “Dat denk ik altijd. Ik ben niet van mijn stoel gevallen, op een aantal onderdelen was het eerder interessant als probleemstelling dan als antwoord. Zijn hoofdlijn spreekt me aan. Ik zou zwaarder willen inzetten op verlaging van de collectieve lasten om zo de werkgelegenheid, met name bij de laagste lonen, te versterken.

“Maar ik heb in dit vak geleerd - en ik zit hier nu drie jaar - dat het iets gemakkelijker is grote getallen te lanceren zonder daarbij concreet aan te geven hoe je dat vertaalt naar de praktijk.

“We hebben de afgelopen jaren ook echt bezuinigd, er is niets aan de andere kant bij gekomen. In de jaren tachtig is er ook bezuinigd, maar liepen de uitgaven bij menig departement behoorlijk uit de hand. Wij hebben niet gesjoemeld.”

De Miljoenennota 1993 zal in de annalen van de overheidsfinanciën worden gerubriceerd onder de hoofdstukken "mini-crisis' en "koopkrachtplaatje'.

“In april was het zeer moeilijk - en ik heb er vaak over nagedacht - maar het ging om meer dan alleen de inkomens. Centraal stond de vraag: hoe kun je, met inachtneming van het saneringsbeleid van de overheidsfinanciën, de druk van belastingen en sociale premies verlagen en zo de kansen op een stijgende inflatie beperken. En daarbij wilden we de koopkracht van de minima beschermen.

“De inflatie steeg door een aantal factoren, onder meer door overheidsmaatregelen vanuit de Tussenbalans en door import. Eind jaren zeventig heb ik als vakbondsleider gezien hoe snel inflatie na de eerste en de tweede oliecrisis door binnenlandse en buitenlandse factoren gierend uit de hand kan lopen. Je zag een "haasje-over-effect' van prijzen en lonen, versterkt door de automatische prijscompensatie. De werkloosheid steeg jaarlijks met honderdvijftigduizend mensen. We hebben jaren nodig gehad om dat weer onder controle te krijgen. Dit voorjaar wilden we de almaar stijgende inflatieverwachtingen breken. Zo'n puist kan plotseling groeien. En in het beperken van de inflatie lever je een hele belangrijke bijdrage voor een gezond Nederland en een sterk draagvlak voor werkgelegenheid.”

Met als resultaat dat de koopkracht van de minima volgend jaar niet daalt. Mensen met een bruto inkomen van meer dan negentigduizend gulden gaan er bijna duizend gulden op vooruit. Aan het begin van deze kabinetsperiode betoogde u nog dat het verschil tussen minimum en de hoge inkomens met de PvdA in de regering niet zou worden vergroot.

“Dat wekt de indruk alsof we dat vanaf de tekentafel doen. Ik ben tot het inzicht gekomen dat er veel cijfers zijn die niet altijd de planmatige inzet zijn, maar de uitkomst van het beleid. Voor zover de regering de mogelijkheid heeft de koopkracht te beïnvloeden, hebben we een majeure inspanning gedaan en met een resultaat waarmee we voor de dag kunnen komen. De koopkrachtverbetering van modaal en twee keer modaal wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de daling van de WAO-premie. Ik vind het redelijk dat mensen die vroeger premie-stijging betaalden, nu compensatie krijgen. Maar ik vind ook dat dit vertaald moet worden in loonmatiging en afspraken voor verbetering van werkgelegenheid. Als volgend jaar de lonen stijgen met iets meer dan de verwachte inflatie van 3,75 procent, dan blijft er veel geld over voor nieuwe banen.”

Om de inflatie te beteugelen heeft het kabinet besloten de BTW al met ingang van 1 oktober te verlagen van 18,5 naar 17,5 procent. Volgend jaar derft u hierdoor bijna twee miljard gulden aan inkomsten. Kon dit bedrag niet beter worden gebruikt voor het verlagen van het tarief van de eerste belastingschijf; een maatregel die een beter effect heeft op de werkgelegenheid? Of voor een verhoging van het bedrag dat werkenden in mindering mogen brengen op hun belastingen. Een maatregel waarvan CDA-minister De Vries van sociale zaken onlangs zei: “Ik heb dat in het kabinet niet gehaald. Dat is verdrietig”.

“Als volgend jaar het arbeidskostenforfait verder zou worden verhoogd, zouden we meer moeten bezuinigen en we hadden de grens bereikt. Maar het onderwerp blijft hoog op de agenda staan om via deze weg meer banen te creëren. En verder is een lage inflatie per saldo goed voor de werkgelegenheid, dat leren ons de lessen van de jaren zeventig en tachtig. De huidige lage dollarkoers heeft een gunstig effect op de inflatie, maar die koers kan weer stijgen. Dus wat je in eigen hand kunt houden om de inflatie te beteugelen, moet je aanpakken.”

Denivellering is tot op zekere hoogte gewenst om de werkgelegenheid te bevorderen, zei minister-president Lubbers tijdens de mini-crisis in april. Daar was u toen boos over. In de Sociale Nota 1993 van minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld wordt een vergroting van het inkomensverschil tussen uitkering en laagste CAO-loon met tien procent bepleit.

“Bij denivellering denk ik vooral aan het vergroten van verschillen tussen werkenden op het niveau van minimum en twee à drie keer modaal. Wat De Vries en Ter Veld willen is wat anders. Zij willen het netto loon bij werken hoger maken dan de minimum uitkering en daarmee de financiële prikkel om te werken vergroten. Dat kan onder meer door het verhogen van het arbeidskostenforfait en dat staat op de agenda. We hebben deze begroting nu afgerond, bij de volgende zullen we opnieuw bezien hoe daar verder mee om te gaan.”

Het strakke begrotingsbeleid vloeit onder meer voort uit de Europese integratie, de EMU, Maastricht. Maar komt de Europese eenwording er wel?

“Ik kijk met meer dan normale gespannenheid naar Frankrijk. Als de Fransen komende zondag "nee' zeggen, kunnen we Maastricht wel vergeten. Dan is het passé, rien ne va plus. Er dreigt dan toenemende politieke en monetaire onzekerheid. Waar gaan we dan met Europa naar toe? Ook veel mensen die in Frankrijk of hier "nee' tegen Maastricht zeggen, zien toch wel dat de interne markt en de monetaire samenwerking ons sterker maken.”

Gaat de Europese trein niet even later gewoon door?

“Nee, de trein staat dan echt stil en gaat naar de remise. Ik moet er niet aan denken dat we na een onverhoopt nee terugvallen in nationalisme, separatisme en protectionisme. Een Frans nee zou heel slecht zijn voor de stabiliteit in Europa. Natuurlijk, in Maastricht zitten ook zwakke punten. We hebben ook niet met enthousiasme de compromissen gesloten ten aanzien van het democratische gehalte en het sociale beleid. Maar per saldo was Maastricht onder die omstandigheden de beste stap die we konden maken.”

Het kabinet moet nog twee moeilijke knopen doorhakken: de WAO-maatregelen en de stelselherziening gezondheidszorg ("plan-Simons').

“Ik kan en mag niet vooruitlopen op de behandeling van de WAO-voorstellen in de ministerraad. Ik constateer dat we via een steile klim, een snelle stijging van het aantal WAO'ers, op een hoogvlakte zijn gekomen, maar die ligt te hoog. De essentie van wat we in de voorstellen hebben neergelegd zal gewoon moeten doorgaan. Ik vind het spannend te zien of die anticipatiewerking van de WAO-voorstellen die de klim heeft gebroken ook kan gaan leiden tot zekere daling. De voorstanders van het volumebeleid kunnen nog het een en ander bewijzen.”

En deelt u de kritiek van uw partijgenoot Vermeend, die het plan-Simons typeerde als “de grootste open-eindregeling in ons fiscale systeem” en als “onvoldoende doordacht”.

“Zijn woordkeuze en kwalificatie laat ik voor zijn rekening. Het zijn de woorden van de part-time hoogleraar in de helikopter die zich iets meer afstand van het beleid kan veroorloven dan de minister. Maar waar hij op wijst, het feit dat volledige invoering van de plannen leidt tot een tarief in de eerste schijf van de loon- en inkomstenbelasting van 43 procent (nu 38,6 procent), dat is een element waar we goed naar moeten kijken.”

Schaadt Vermeend met zijn opmerkingen de geloofwaardigheid van de politiek? Er bestaat kritiek op het feit dat hij als Kamerlid iets anders zegt dan als hoogleraar.

“De geloofwaardigheid van de politiek is niet gediend met elkaar napraten. Er is een zeker marge, ook voor Kamerleden. Napraten zonder inventiviteit is voor de democratie schadelijker dan een vernieuwend geluid. En we nemen terdege kennis van de inhoud van zijn boodschap. Voor mij gaat inhoud altijd boven de opstelling van "dit komt me niet uit'. Dat klinkt misschien wat naïef; maar in de orde van grootte is het wel zo.”

Tot nu toe wordt u vooral lof toegezwaaid van EG-collega's, ondernemers en bankiers. Niet van de oude PvdA-kiezers.

“Complimenten wijs ik nooit af. Je moet ergens beginnen. We zijn moeilijke keuzes niet uit de weg gegaan. De economische en financiële situatie staat er beter voor dan toen we aan deze klus begonnen. De PvdA laat als regeringspartij zien dat ze haar rol serieus en plichtsgetrouw vervult. De mensen zullen in maart 1994 weer massaal op de PvdA stemmen.”