Kernsplitsing even fout als optelefoneren

“Spreidingsmodellen, groene longen en inbreiplekken. Je weet niet meer wat je hoort tijdens raads- en commissievergaderingen. Van Dale blijft het antwoord schuldig. Ook genteresseerden op de publieke tribunes schudden meewarig en vol onbegrip het hoofd. Zitten ze nu bij een trimclubje, brengen ze een bezoek aan een medisch centrum of zijn ze lid van de één of andere handwerkclub?” Aldus de noodkreet van een briefschrijfster in een Alkmaarse zondagskrant. Zij is niet de enige die wel eens moeite heeft met nieuwe vaktermen. De samenstellers van de twaalfde druk van de grote Van Dale zeggen dat zij hebben geworsteld met de vaktaal, dat wil zeggen woorden uit ambacht, techniek en wetenschap, maar ook uit de sport, religie, hobby's en politiek. Je komt daarbij vaak voor onoplosbare problemen te staan.

Toch moeten we tegen de achtergrond van waardering wat kritische kanttekeningen plaatsen, al was het alleen maar om de dertiende druk nog beter te maken. Om te beginnen: er zijn regelrechte fouten uit de oude druk overgenomen. Veel mensen denken dat biologisch-dynamisch betekent “zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen” zoals de Van Dale zegt. Het is echter de (beschermde) aanduiding van een landbouwmethode waarbij bovendien aan de produkten bepaalde krachten worden toegedicht omdat ze zijn gezaaid op een tijdstip dat wordt bepaald door een astrologische zaaikalender. Dat is wel even iets anders.

De spreidingsmodellen en de inbreiplekken hebben gelukkig de Van Dale niet gehaald. Ze horen tot het woordgebruik dat dient om, zonder iets mede te delen, de indruk te wekken dat men zinnig bezig is. Een fraai exemplaar uit mijn collectie komt van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid: “In de eerste stap wordt globaal geprioriteerd en tentatief gemplementeerd, waardoor vanuit het beleid het cognitieve en institutionele krachtenveld geëxploreerd kan worden en het veld of delen van het veld gemobiliseerd raken”. De lexicograaf moet met een grote boog om dit epibrisme heen lopen.

Nieuwe ingangen komen uit allerlei vakgebieden, van de multiplier, een economische vakterm tot keyboard uit de popmuziek en antimoon uit de scheikunde. Multiplier en keyboard zijn logisch, zou je zeggen, want je moet ingeburgerde vreemde woorden opnemen als ze iets anders betekenen dan de regelrechte vertaling. Het woord multiplier is een grensgeval. Het is in het vak ingeburgerd en heeft een functie, omdat je niet elke keer dat je het begrip hanteert de General Theory van Keynes kunt gaan uitleggen. Toch hadden we binnen de economie net zo goed een woord als vermenigvuldiger kunnen gebruiken. Waarom zouden wij een barbarisme nodig hebben als de wetenschappers uit het taalgebied waaraan het is ontleend het zonder problemen kunnen doen met het gangbare woord?

Keyboard is vermeld als naam voor een bepaald type (elektronisch) muziekinstrument en voor het toetsenbord van de computer. Het keyboard uit de popmuziek is inderdaad ingeburgerd, maar in de computerwereld is het niets anders dan de Engelse vertaling van toetsenbord. Van inburgeren is geen sprake; in computertijdschriften en folders wordt gewoon over toetsenborden gesproken. Ik zeg het maar even, anders komen we in de dertiende druk het woord quartzhorloge tegen omdat horlogemakers het deftig vinden om de Engelse vertaling van kwarts te gebruiken.

Het opnemen van nieuwe ingangen in de natuurwetenschappelijke sector was blijkbaar nog moeilijker. Het woord antimoon stond als dertig jaar geleden in de Regels voor de Nomenclatuur van de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging, net als uraan dat al in 1950 naast uranium in de Van Dale werd opgenomen. Ook op andere punten lijkt het of de lexicograaf nog geen kennis heeft gemaakt met de terminoloog. Onaanvaardbaar is wat men heeft uitgehaald met het woord oxide. Ik heb indertijd op deze plaats gesignaleerd dat het volgens de elfde druk door vaklieden met een i en door leken met een y zou moeten worden geschreven. Wetenschappelijke terminologen kozen al jaren geleden voor oxide (net als sulfide en chloride). De redactie van de twaalfde druk betitelt deze schrijfwijze nu als geen erkende spelling. Dreigt hier een competentiestrijd?

Wat er is gebeurd met het woord kernsplitsing is helemaal erg. Het is twijfelachtig of het in een woordenboek thuishoort, want het is even fout als optelefoneren: een atoomkern wordt niet gesplitst, maar gespleten. Het is al veertig jaar geleden afgewezen door een gespecialiseerde normcommissie voor terminologie en het is nog steeds fout. Je gelooft je ogen niet als je ziet dat bij het correcte woord kernsplijting wordt verwezen naar het onjuiste woord kernsplitsing; daar wordt dan de definitie gegeven.

Het woord moet zich hebben losgezongen van het beperkte gebied waarin het vroeger thuishoorde en geregeld voorkomen in tijdschriften en kranten, aldus het criterium van de samenstellers. Wat loszingen is weet ik niet, want het staat niet in de Van Dale, maar ik heb wel een vage indruk. Of de multiplier zich al heeft losgezongen, waag ik te betwijfelen. Het keyboard van de computer heeft niets met zingen te maken; de kernsplitsing heeft nooit tot het vakgebied behoord en is regelrecht de Van Dale ingezongen door taalvandalen.

De les van deze eerste kennismaking is duidelijk. Het is een hele opgave om voor zoveel vakgebieden de juiste keuze te maken. Maar we kunnen niet vroeg genoeg beginnen met een meer systematische aanpak die ons voor blunders zal kunnen behoeden. Misschien is het goed bij het loszingen van vaktermen toch even aan een ter zake kundig terminoloog te vragen de dirigeerstok te hanteren.