Kaspar: razende taallawine als spreekfoltering

Voorstelling: Kaspar van Peter Handke door Theaterschool Eindhoven i.s.m het Zuidelijk Toneel. Vertaling: Karel Muller; regie en vormgeving: Harrie Hageman. Gezien: 12/9 Plaza Futura Eindhoven. Aldaar en elders t/m 21/11.

Psychologisch spel is niets voor Harrie Hageman. Hij houdt van vorm, ritme en muzikaliteit in een voorstelling. Niet de dramatische ontwikkeling van een stuk interesseert hem of het scheppen van een illusie, maar de combinatie van tekst en beeld. Dat hij zo nu en dan teruggrijpt op het typische teksttoneel van Peter Handke ligt dan ook voor de hand. Twee jaar geleden was dat met Lieve mensen: een vertaling van Handkes Publikumsbeschimpfung uit 1966, nu brengt Hageman in samenwerking met het en zeven drama studentes van de Hogeschool Eindhoven Kaspar uit, een stuk dat dateert uit 1967.

Met de titel verwees Peter Handke naar Kaspar Hauser: een jongen uit de vorige eeuw die in zijn jeugd verstoken is geweest van elk menselijk contact, pas op zijn zestiende leerde spreken en een paar jaar later om een nooit opgehelderde reden werd vermoord. Om dit korte, raadselachtige leven was het Handke niet te doen, hij nam Kaspar Hauser als uitgangspunt voor één van zijn "spreekstukken" om te laten zien “hoe iemand door spreken tot spreken gebracht kan worden”, zoals hij in de inleiding stelt. Het stuk zou wat hem betreft ook "spreekfoltering" kunnen heten: de jonge Hauser wordt gefolterd door stemmen die hem taal opdringen.

In de voorstelling van Harrie Hageman zien we niet één Kaspar maar zeven identiek geklede hoofdpersonen in witte t-shirts en zijden ondergoed. Als de actrices vanachter schermen het toneel opkomen en de witte ruimte verwonderd in zich opnemen, hebben ze ieder een houten speelgoedpaardje op wielen bij zich. Uit alles blijkt hun maagdelijkheid en kinderlijke onschuld; hun kennis bestaat slechts uit één zin: ik wou graag net zo worden als vroeger een ander geweest is.

Om beurten spreken ze de woorden uit op een manier waaruit niet valt op te maken of ze begrijpen wat ze zeggen. Tegelijkertijd vormen de andere zes figuren een koor van stemmen dat in een opzwepend ritme en in steeds wisselend tempo en volume zinnen de zaal inslingert. Gezamenlijk produceren ze zo, al dan niet via microfoons, heftige geluidsexplosies waarin afzonderlijke klanken vaak nauwelijks te onderscheiden zijn. Het kan niet anders dan dat Kaspar beïnvloed raakt door de taallawine die over hem (haar) wordt uitgestort en inderdaad beginnen de verschillende Kaspars gaandeweg steeds meer woorden en zinnen te formuleren. Met de verwerving van de taal verliezen ze hun naïviteit: ze trekken jurken aan, zetten hoeden op en smeren make-up op hun gezicht. Daarmee is duidelijk dat ze niet langer onaangepast zijn.

De voorstelling van Harrie Hageman trekt als een razende stormwind voorbij. Af en toe neemt hij even in kracht af om kort daarna weer in alle hevigheid los te barsten. De toeschouwer kan zich daar het beste door laten meevoeren, wie zich schrap zet raakt buiten adem en wordt duizelig. Op het eerste gezicht is de chaos compleet, maar telkens weer blijkt dat aan de kakofonie van geluiden een geordende structuur ten grondslag ligt, wat een overrompelend en - inderdaad - muzikaal effect heeft. Ook uit de strakke, smetteloze vormgeving spreekt de dwingende hand van de regisseur.

Al met al is Kaspar van Harrie Hageman een voorstelling die dank zij de weldoordachte opzet en uitvoering herinnert aan de ambitieuze projecten van Chaim Levano en Carel Alphenaar in de Beurs van Berlage. Daar zijn alleen wat meer mensen voor nodig.