In de laagste versnelling

ZELDEN ZAL HET opstellen van een begroting zoveel tijd hebben gekost als de Miljoenennota die de regering vandaag heeft gepresenteerd.

Het kabinet dat zo graag een einde wil maken aan het "cijferfetisjisme', kan vreemd genoeg zelf van het cijferen maar geen genoeg krijgen. Al in het vroege voorjaar zat het kabinet dagenlang bijeen om het beeld voor 1993 conform de politieke doelstellingen rond te krijgen. Het beraad, toch al gekenmerkt door een hoog glazen-bol-gehalte, leverde nog bijna een kabinetscrisis op, toen de computeruitdraai van het Centraal Planbureau zich niet aan de koopkrachtafspraken wenste te houden. Meevallende economische groei en een lage dollar brachten deze zomer op dit punt redding.

Wie weinig te melden heeft, bedient zich van veel woorden. Vandaar dat de Troonrede die koningin Beatrix vanmiddag uitsprak opnieuw een lengterecord vestigde. En zo werden de Nederlandse begrotingsvoornemens geplaatst in het perspectief van de gebeurtenissen in het voormalige Joegoslavië, de honger in Somalië, de spanningen in de oude Sovjet-Unie, en het komende Franse referendum over "Maastricht'. Met als conclusie dat een sterk en geloofwaardig Nederland noodzakelijk is. Inderdaad, sterk is het land nog allerminst en de geloofwaardigheid wordt met het afbrokkelen van de publieke moraal meer en meer op de proef gesteld. In die zin heeft het kabinet met het accentueren van de begrippen sterk en geloofwaardig een juiste invalshoek gekozen, iets anders is of de vandaag officieel aangekondigde beleidsmaatregelen ook een voldoende bijdrage zijn aan de oplossing van de gesignaleerde tekorten.

NIET SPECTACULAIR, maar wel degelijk noemde PvdA-fractieleider Wöltgens vandaag de Miljoenennota in een eerste reactie. Treffender hadden de stukken niet kunnen worden gekwalificeerd. Degelijk is de Miljoenennota zeker als het gaat om de financiële randvoorwaarden die het kabinet zichzelf bij zijn aantreden in 1989 heeft gesteld. Tegen de Europese trend in is het minister Kok van financiën werderom gelukt het tekort volgens het overeengekomen tijdschema verder te reduceren. Daar komt nog bij dat om deze doelstelling te bereiken dit keer veel minder boekhoudkundige trucs zijn toegepast dan in het verleden. Ook met de uitgavendiscipline van de departementen gaat het eindelijk de goede kant op.

De collectieve lastendruk lijkt het komende jaar eveneens iets terug te lopen, hoewel de zaak hier, doordat onder andere een beroep is gedaan op de vermogenspositie van de sociale fondsen, mooier schijnt dan deze in werkelijkheid is. Daar staat tegenover dat het kabinet mede door de verlaging van de btw verder is gegaan dan het regeerakkoord strikt genomen voorschrijft. Hier is terecht gekozen voor een alerte reactie om een overigens mede door kabinetsplannen veroorzaakte inflatiestijging te beteugelen.

HELAAS VERGT het op orde brengen van de financiën blijkbaar zoveel energie dat er aan echt nieuw beleid nauwelijks meer wordt toegekomen. Van de bijna 210 miljard gulden die het Rijk volgend jaar uitgeeft, heeft 800 miljoen gulden een andere bestemming gekregen. Een sterk en geloofwaardig Nederland verlangt meer inspanning. De zware criminaliteit bestrijden door af te zien van voorgenomen bezuinigingen is vergeleken met het pretentieuze doel wel een erg magere inzet. De dalende trend in de overheidsinvesteringen wordt volgend jaar tot staan gebracht. Dat is een hoopvol teken, maar er is nog een lange weg te gaan voordat daadwerkelijk kan worden gesproken van een cultuuromslag op dit terrein. Bij al deze voornemens passen de woorden "niet spectaculair'.

Opmerkelijk is wel dat het kabinet in deze begroting definitief breekt met het in het regeerakkoord vastgelegde streven om alle inkomensgroepen gelijkmatig in de welvaart te laten delen. Voor de mensen met een uitkering wordt nog slechts behoud van koopkracht in het vooruitzicht gesteld, terwijl werken “meer lonend” zal worden. Een verstandige keuze als de knelpunten aan de onderkant van de arbeidsmarkt in ogenschouw worden genomen. Maar tevens is het een gedurfde keuze gelet op de opstelling van de PvdA in het inkomenspolitieke debat van de afgelopen jaren.

DE DERDE BEGROTING van het kabinet-Lubbers/Kok is er één van geloof en hoop. Onder dergelijke omstandigheden komt het meestal met de liefde ook wel goed. Voor de coalitie is dat een hele geruststelling. Beide regeringspartijen lijken na de hectische tijden van het voorjaar te hebben gekozen voor rust. Het CDA kan de komende tijd zodoende benutten om de wisseling van de wacht aan de top op een ordentelijke manier te laten verlopen. De PvdA zal de 21 maanden tot de volgende verkiezingen hard nodig hebben om de ravage in eigen huis op te ruimen. En het kabinet? Dat zal intussen in de laagste versnelling verder regeren. Inmiddels intellectueel overtuigd van de noodzakelijke aanpassingen, maar politiek gebonden aan een zodanig tempo dat niemand achteropraakt. Europa heeft respijt. Nog even.