Ik wil hier blijven, desnoods veeg ik de vloer

IJMUIDEN, 15 SEPT. Vanochtend was alles anders. De hele weg van hun woonplaats Den Helder tot aan de staalfabriek van Hoogovens hebben de werknemers over de gisteren aangekondigde maatregelen gepraat. Over het verlies van 2300 arbeidsplaatsen in 1993, waarvan 1000 gedwongen ontslagen. Over het verplicht stellen van de Vut-regeling voor mensen vanaf 55 jaar en over het inleveren van de eindejaarsuitkering van twee procent ten behoeve van een sociaal fonds. Die ene man die het gesprek nog op de Firato wilde brengen, werd direct de mond gesnoerd.

Gewoonlijk stapt Bert, als hij in de ochtendploeg zit, 's ochtends om half vijf in de bus. Van Den Helder tot aan Hoogovens in IJmuiden gaat hij dan nog "effe een uurtje onder zeil'. Evenals zijn collega's, die ook met de bedrijfsbus naar het werk gaan. Voor Bert al achttien jaar lang hetzelfde tafereel.

Op het terrein van Hoogovens stappen de werknemers in de vanochtend beduusd uit de bus. “We moeten nog van de schrik bekomen", “de klap is hard aangekomen” en “het verwerkingsproces is nog in volle gang”, zijn veelgehoorde opmerkingen. De stemming is gelaten en van actiebereidheid is nog niets te merken. Dat is mede te danken aan het feit dat de personeelsreductie vooral staf- en leidinggevend personeel betreft. De directie van Hoogovens kondigde gisteren aan dat deze groep een kwart van de 1000 ontslagen voor zijn rekening moet nemen.

“Ik kan niet zeggen dat het kantoorpersoneel staat te springen om actie te voeren”, zegt or-lid F. Kloosterman. “Ze gooien niet zo snel de pen erbij neer.” Of het tot acties zal komen, zal daarom afhangen van de solidariteit onder uitvoerend en kantoorpersoneel.

J. Schalkx, bestuurder van de Industriebond FNV, zegt het middel van stakingen niet te schuwen, maar vindt het nog te vroeg om zich daarover uit te laten. Wel roept hij de veertiendaagse estafettestaking uit 1991 in herinnering.

Op het busstation doen speculaties intussen de ronde. De directie heeft als oorzaak voor de maatregelen de crises op de staalmarkt genoemd. Een flinke overcapaciteit op de Europese markt, die wordt versterkt door de import van goedkoop staal uit voormalige Oostblok landen. Inkrimping van personeel en kostenbesparing zou Hoogovens, dat in augustus nog zeer slechte halfjaar cijfers bekend moest maken, eind 1993 al een positief bedrijfsresultaat brengen.

Maar Schalkx van de FNV-bond heeft zijn bedenkingen. “Hoogovens probeert op deze manier van de Europese discussie over vermindering van de overcapaciteit gevrijwaard te blijven.”

Daarnaast viert Hoogovens volgend jaar zijn 75-jarig bestaan. “En het is vervelend als je dan zwaar in de verliezen zit."

Het personeel is boos over het feit dat het probleem van de Europese overcapaciteit nu op hun schouders wordt afgewenteld. “Het is gewoon een ordinaire kostenbesparing, bedoeld om de aandeelhouders tevreden te stellen”, zegt een werknemer van de produktgroep ijzer. Hij behoort tot het kantoorpersoneel, maar denkt dat zijn afdeling niet door gedwongen ontslagen zal worden getroffen.

Ook tonen veel mensen hun boosheid over het zogeheten Masterplan, dat op deze manier wordt doorkruist. In 1990 begon Hoogovens met dit plan, dat de kosten van de staalproduktie in vijf jaar met 500 miljoen gulden moest verminderen. Schalkx: “De mensen hebben zich de afgelopen twee jaar uit de naad gewerkt en moeten nu het pand verlaten.”Bert, die is ingezet om pamfletten van de Industriebond FNV uit te delen op het busstation, knikt instemmend. “Het is hollen en hollen geweest. In tegenstelling tot vroeger heb ik geen moment stil gestaan. Sterker nog, ik heb nog nooit zoveel gedraaid als nu.”

Over andere werkgelegenheid in Noord-Holland haalt hij zijn schouders op. “In Den Helder probeert men mensen met behulp van zo'n out ... ehhh ... Hij draait zich om naar zijn collega. “Willem, hoe heet dat ook alweer? ... Juist, outplacementbureau aan het werk geholpen. Ik werk al achttien jaar lang voor mijn eten en mijn gezin bij Hoogovens. Het maakt me niet uit of ik de vloer van de fabriek moet vegen, maar hier wil ik blijven.”