Hoe onafhankelijk zal de Europese centrale bank zijn

BONN, 15 SEPT. En nu gaat het Duitse en Europese debat dus even vooral over de vraag: hoe onafhankelijk is de Bundesbank in Frankfurt écht? En: als zij voor politieke druk door de knieën is gegaan, wat betekent dat dan voor de gedachte onafhankelijke positie van de toekomstige Europese centrale bank, of die nu in Bonn komt of niet.

Had prof. Otmar Issing, lid van de directie van de Bundesbank, niet vorige week nog alle speculaties over een internationaal vurig gewenste rentedaling ontkend? Waren de argumenten die de bank twee maanden geleden voor haar laatste renteverhoging aangaf - een te hoog kostenniveau, te veel inflatie en een te sterke geldgroei - niet nog steeds geldig en versterkte dat niet het vermoeden van een plotselinge (kleine) ommezwaai onder politieke druk?

Was bijvoorbeeld de reactie van de Franse premier Bérégovoy - “dit is een overwinning voor Europa” - in dit opzicht niet veelbetekenend? En was het niet ook opmerkelijk dat minister Jürgen Möllemann (economische zaken) aan zijn voldoening over de stap van de Bundesbank alvast openlijk de verwachting verbond dat eind dit jaar - als het door kanselier Helmut Kohl voorgestelde “solidariteitspact” er is - een verdere rentedaling zal volgen?

Bijna zonder uitzondering zien de Duitse media het zo. Maar zij niet alleen. Op de beurs in Frankfurt was de bijna algemene opvatting gisteren dat de centrale bank uiteindelijk, na maanden stug vasthouden aan haar eerste taak - verdediging van de stabiliteit van de mark - toch had moeten zwichten voor de in de afgelopen week hevig gegroeide druk uit Bonn en Europa, en óók voor de enorme druk van de geldmarkten natuurlijk. De chef van het verbond van Duitse spaarbanken zei het openlijk zó. En de voorzitter van de Duitse industrie- en handelskamer (DIHT), Stihl, beloofde alvast dat hij het toekomstige monetaire beleid van de Bundesbank “scherp in het oog” zal houden. Spannende verhalen over een “geheim bezoek” van Kohl, Waigel en diens staatssecretaris Horst Köhler, vorige week vrijdag, bij bankpresident Schlesinger dienden ook al om de indruk van een “politieke” renteverlaging te wekken.

Na de kleine renteverlagingen waartoe de Duitse centrale bank gisteren formeel besloot, voorafgegaan door wel zeer ongewone politieke vóóraankondigingen in het weekeinde (bijvoorbeeld van minister Theo Waigel, financiën), en na alle wantrouwende echo's aangaande de onafhankelijkheid van zijn bank is president Schlesinger direct aan een tegenoffensief begonnen. Hij weet als geen ander dat de onafhankelijkheid van de centrale bank als bewaker van de nationale munt in geen enkel Europees land zo zwaar telt als in Duitsland, waar de D-mark voor zeer velen een bijna religieus symbool van succes is.

Pag 15: Duitse centrale bank: verlaging van rente geen concessie

Op zijn toelichtende persconferentie ontkende Schlesinger, aan wie zelfs de vraag werd gesteld of hij nog aan aftreden had gedacht, niet dat de redenen voor de renteverhoging van 16 juli eigenlijk nog steeds golden. Maar, zei hij, vorige week is er op de geldmarkten zo'n 26 miljard mark gestoken in de verdediging van de zwakke Italiaanse lire. Namelijk om te voorkomen dat die door de ondergrens zou zakken van de vaste verhouding tot de D-mark, zoals die in het Europees Monetair Stelsel (EMS) is bepaald. Dat kon zo niet doorgaan, de Bundesbank dreigde in een “wisselkoersval” te lopen, haar eigen beleid van beperking van de geldgroei kwam erdoor in gevaar.

Daarom had Schlesinger zelf de Duitse regering gevraagd om een initiatief te nemen tot herschikking van de vaste valutaverhoudingen binnen het EMS, want daarover kunnen immers alleen regeringen beslissen. Dat initiatief was direct vrijdagavond in overleg met de EMS-partners geslaagd, de waarde van de lire zou met 7 procent dalen ten opzichte van de andere EMS-valuta. Dat de Bundesbank vervolgens maandag met een kleine rentedaling kwam, moet volgens Schlesinger niet als een concessie aan de EMS-partners worden gezien, “laat staan als een tegenprestatie”. Hij bracht ter ondersteuning van die stelling in herinnering dat de Bundesbank in 1987, bij het laatste "realignment' in het EMS, ook tot renteverlaging had besloten.

En waarschuwde Schlesinger, alsof hij nog eens duidelijk wilde maken dat de centrale bank gisteren maar een heel klein stapje heeft gezet, wonderen voor de internationale conjunctuur of de economische groei in Duitsland moeten nu niet worden verwacht. Daarmee oordeelde hij bepaald anders dan de ministers Waigel en Möllemann, die gisteren verheugd over “een positief signaal voor de conjunctuur in Duitsland, Europa en de wereld” hadden gesproken.

Gisteravond sprak de bankpresident in Kiel voor een groep economische specialisten. Thema: de onafhankelijkheid van de toekomstige Europese centrale bank als afgesproken in het Maastrichtse verdrag over de Europese economische en monetaire unie (EMU). Schlesinger: “Zonder die onafhankelijkheid (..) zou de taak van de Europese centrale bank om de Europese valuta, en uiteindelijk één Europese munt, stabiel te houden onmogelijk worden”. Dat zal hij komende weken nog wel wat vaker moeten zeggen.

    • J.M. Bik