Het rijk geeft in 1993 209,4 miljard gulden uit. ...

Het rijk geeft in 1993 209,4 miljard gulden uit. Aan belastingen, aardgasbaten en andere ontvangsten staat hier 189,7 miljard gulden tegenover.

Het nationaal inkomen groeit met 2 procent, van 498,3 miljard naar 525,2 miljard gulden.

Het financieringstekort (19,7 miljard gulden) daalt van 4,24 naar 3,75 procent van het nationaal inkomen. De staatsschuld blijft op 72,1 procent van het nationaal inkomen.

De collectieve-lastendruk, het totaal aan belastingen, premies, binnenlandse aardgasbaten en milieuheffingen, daalt van 53,6 naar 53 procent van het nationaal inkomen. De belastingen dragen aan deze druk voor 32,1 procent bij en de premies voor 19,7 procent.

De collectieve-uitgavenquote, de totale uitgaven van overheid en sociale fondsen, daalt van 63,5 naar 62,4 procent van het nationaal inkomen.

De werkgelegenheid groeit van 5.089.000 naar 5.108.000 arbeidsjaren (volledige banen). De geregistreerde werkloosheid stijgt van 300.000 naar 305.000 personen.

Het aantal uitkeringsgerechtigden neemt toe van 4.073.000 naar 4.110.00 (uitgedrukt in volledige uitkeringsjaren). Tegenover elke 100 werkenden staan 86,2 mensen zonder baan (dit jaar 85,9), van wie ongeveer de helft 65-plusser is.

Het aantal arbeidsongeschikten met een WAO- of AAW-uitkering stijgt van 919.000 naar 943.000, uitgedrukt in hele uitkeringen van 809.00 naar 817.000. Het ziekteverzuim daalt volgens de prognose van 8,1 naar 7,7 procent.

De uitgaven voor sociale zekerheid dalen van 28,8 naar 28,2 procent van het nationaal inkomen.

De inflatie wordt op 3,75 procent geraamd.

De inflatiecorrectie op de belastingschijven wordt beperkt tot 2,5 procent.

De uitkeringen en het minimumloon gaan, in de loop van het jaar, met 2,5 procent omhoog en blijven achter op de gemiddelde loonstijging.

De BTW gaat (al op 1 oktober van dit jaar) met 1 procent omlaag naar 17,5 procent.

Het nominale deel van de ziekenfondspremie (het vaste bedrag dat ongeacht de hoogte van het inkomen wordt betaald) gaat met 15 gulden omlaag naar 185 gulden; de nominale AWBZ-premie wordt beperkt tot 133 gulden en de inkomensafhankelijke AWBZ-premie komt uit op 7,45 procent.

Het belastingtarief van de eerste schijf gaat niet omhoog. De belastingvrije som, het deel van het inkomen waarover geen belasting hoeft te worden betaald, gaat met 340 gulden omhoog en eventueel nog eens met 89 gulden. Dat laatste hangt vooral af van de dollarkoers en de inflatie.

Als gevolg van de kabinetsmaatregelen blijft de koopkracht van de sociale minima (vooral AOW'ers; besteedbaar inkomen 22.000 gulden) gelijk. Mensen met een minimumloon gaan er 0,2 procent (zonder kinderen) of 0,4 procent (met kinderen) op vooruit.

Alleenstaande WAO'ers met een hoger inkomen dan het sociaal minimum gaan 1 procent achteruit.

De koopkracht van de modale werknemer (besteedbaar inkomen 36.100 gulden) stijgt 1,5 procent; twee maal modaal (56.700 gulden besteedbaar inkomen) 1,6 procent. Ambtenaren gaan er 0,2 procent op vooruit.

Aan lerarensalarissen wordt 211 miljoen gulden extra uitgegeven. Het salaris van vervangers en de meeste jonge leraren wordt verhoogd.

Op de wachtgelden voor onderwijzend personeel zal 20 miljoen gulden extra worden bezuinigd. De totale bezuiniging op wachtgelden bedraagt 208 miljoen. Het wachtgeld voor nieuwe werkloze docenten wordt verlaagd.

Universiteiten en hogescholen mogen zelf de hoogte van het collegegeld vaststellen voor studenten van 27 jaar en ouder. Hiermee moeten zij de bezuiniging van 69 miljoen opvangen die hen vanaf 1994 wordt opgelegd.

Op de studiefinanciering wordt 17,8 miljoen bezuinigd, onder meer door de toelage aan MBO-leerlingen te verlagen en eerstejaarsstudenten te verplichten ten minste tien procent van hun tentamens in het eerste jaar te behalen. De rentedragende studieleningen worden geïndexeerd; de bijverdienregels worden vereenvoudigd.

De tarieven van de medische specialisten moeten zodanig omlaag, dat ze een overschrijving over dit jaar, 384 miljoen, compenseren. Om een soortgelijke reden gaan mogelijk ook de tandartstarieven omlaag.

Voor psychotherapie en bij opname in AWBZ-instellingen (verpleeghuizen, psychiatrische ziekenhuizen) moeten patiënten een hogere eigen bijdrage betalen.

De kosten van deelname van Nederland aan vredesacties in Joegoslavië en Cambodja worden voor 1993 op 106 miljoen gulden begroot. Dit jaar belopen de kosten circa 150 miljoen.

De huren van sociale huurwoningen gaan 1 juli 1993 met minimaal 4,75 en maximaal 7,5 procent omhoog.

Het huurwaardeforfait, de belasting voor huiseigenaren, stijgt van 2,5 naar 2,9 procent van de waarde van het huis in bewoonde staat.

De dieselaccijns gaat met 11 cent omhoog; één cent meer dan eerder aangekondigd. Het kabinet compenseert hiermee het uitstel, tot 1994, van de pleziervaartuigenbelasting. De benzine-accijns gaat niet verder omhoog.

Vervuilende auto's worden duurder, schonere auto's goedkoper. Deze belastingmaatregel levert het rijk 160 miljoen gulden op.

De tarieven van het openbaar vervoer gaan met 6 procent omhoog.

Roken wordt via hogere tabaksaccijnzen per 1 januari opnieuw duurder.

De winkels mogen volgend jaar tot half zeven open blijven.