Havo-4 is "een stuwmeer van zittenblijvers'

ZOETERMEER, 15 SEPT. De situatie in HAVO-4-klassen is zorgwekkend. HAVO-4 is een “stuwmeer van zittenblijvers”. Van deze leerlingen haalt slechts 56 procent het diploma binnen de gestelde tijd.

De inspectie van het onderwijs meldt dit in haar verslag over 1991, dat jaarlijks tegelijk met de rijksbegroting verschijnt. Slechts de helft van de HAVO-4-leerlingen die naar het HBO gaan, de "logische' vervolgopleiding, komt zonder vertraging de propaedeuse door. Steeds vaker kiezen havisten dan ook voor de omweg via het MBO.

Vorig jaar gaf de VPRO-serie "4-HAVO een klas apart' aanleiding tot een hernieuwde discussie over het al veel langer bestaande "HAVO-4-probleem'. De inspectie zegt in het verslag zich zorgen te maken. De klassen bestaan gemiddeld nog niet voor de helft uit leerlingen uit de derde klas, de anderen zijn doubleurs of komen van het MAVO of het VWO. De leeftijd varieert van 14 tot 21 jaar.

Volgens de inspectie lijken de meeste scholen in een vicieuze cirkel te zijn geraakt wat betreft doubleren: de leerlingen haken in groten getalen af en blijven zitten. Zij èn de leraren beschouwen dit zo langzamerhand als een normale zaak terwijl het aantal doubleurs het evenwicht verstoort van de klasse-samenstelling van het volgende jaar.

De slechte situatie op de HAVO heeft ook consequenties voor het HBO. Volgens de wet is de HAVO de "koninklijke weg' naar het HBO, maar tegenwoordig komen de meeste HBO-eerstejaars van VWO of MBO. Slechts 40 procent komt van de HAVO. Vooral het aantal MBO'ers dat nog naar het HBO gaat stijgt enorm: van 8.800 in 1980 naar ruim 19.000 vorig jaar. Minister Ritzen heeft in zijn begroting opnieuw aangekondigd deze “stapeling” van onderwijs te willen bestrijden door maatregelen in de studiefinanciering.