Harold Land is nog steeds een saxofonist met contactstoornis

Concert: Saxofonist Harold Land en trompettist Gerard Presencer met het trio van pianist Rein de Graaff. Gehoord: 13/9 BIMhuis, Amsterdam.

Saxofonist Harold Land: eind jaren vijftig waren er mensen die hem liever hoorden dan Stan Getz, Sonny Rollins of John Coltrane. Die lenige lijnen van hem, dat heel persoonlijke, zangerige geluid. De in Houston geboren autodidact Harold Land was zonder twijfel his own man. En sommigen van zijn oude fans zullen vóór het concert misschien nog eens die grijsgedraaide lp's uit de kast hebben gehaald. De platen op zijn eigen naam zoals Grooveyard en West Coast Blues!, maar vooral de platen van vóór die tijd, met het quintet van Max Roach / Clifford Brown en van Curtis Counce. Want Land was vooral een uitstekend sideman: voor het leiderschap miste hij de nodige présence.

Daaraan is er niets veranderd, zo blijkt in het BIMhuis. De scherp in het zwarte pak stekende Harold Land, inmiddels 63, maakt naar het publiek geen enkel gebaar en opent zijn mond slechts om zijn riet op zijn onderlip te drukken. Dat riet praat wel, maar niet meer zo vloeiend als vroeger, de toon klinkt minder zangerig, een beetje bits zelfs. Land lijkt niet happy, maar ook niet sad, eerder een beetje verongelijkt. Hij is geen loodgieter geworden, zoals hij aankomende jazzmusici vroeger eens adviseerde, maar is doorgegaan, tegen de klippen op, net als veel van zijn collagae. En en passant pikte hij iets op van saxofonisten die meer succes hadden, van Sonny Rollins, en meer nog, van wijlen John Coltrane.

Van Coltrane heeft Land in elk geval de "vrije cadens' bestudeerd die hij soms zomaar achter een standard plakt. Deze staarten en ook andere Coltrane-ismen klinken nogal geforceerd. Ze zijn in elk geval fremdkörper in een verder conventioneel bebop-repertoire. Lands leenwerk heeft ook iets treurigs; door het bij anderen te zoeken lijkt hij alleen maar zichzelf te hebben verloren.

Gelukkig wordt de aandacht in het BIMhuis aangenaam afgeleid door de Engelsman Gerard Presencer die vorig jaar op de Haagse Delta Jazz Concerten al een goede indruk achterliet. Een eigen stijl heeft deze jonge trompettist nog niet gevonden, maar zijn ouderwetse kopertoon knettert weldadig. In erg snelle frasen raakt hij soms even uit balans, maar hij is vaardig genoeg om dan weer bij te sturen. Zijn solo in Stablemates is vet en vurig en zijn lezing van de klassieke ballad Easy Living dwingt veel respect af. Ook het trio van Rein de Graaff is goed in vorm; met name in Monks Rootie Tootie wordt puntig geswingd. Harold Land hoort het allemaal onbewogen aan alsof hij er eigenlijk niet bij hoort. Was er voor jazzmusici maar een goede VUT-regeling, zou je bijna verzuchten.