Elk staakt-het-vuren verhevigt de strijd

LJUBLJANA, 15 SEPT. Dat de gevechten in Bosnië gisteren weer in alle hevigheid oplaaiden, bewijst opnieuw dat het strijdverloop zich in deze voormalige Joegoslavische republiek bijna wetmatig omgekeerd evenredig lijkt te ontwikkelen met de diplomatieke activiteiten die de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap in de Balkan investeren.

Het is dan ook maar de vraag of de vijfduizend blauwhelmen die de uit 1.500 manschappen bestaande vredesmacht moeten versterken de vrede in Bosnië ook maar een stap dichterbij zullen brengen. Na elk ondertekend staakt-het-vuren of overeenkomst “om de zware wapens onder controle van de VN te plaatsen” barst het geweld opnieuw in alle hevigheid los. Ook de explosie van geweld gisteren volgde op een toezegging van de Serviërs en de moslims om hun zware wapens onder toezicht van de VN te plaatsen.

Diplomaten en journalisten die zich dagelijks beroepshalve bezig houden met de ontwikkelingen in Bosnië en hun hersens pijnigen om de strategie te ontdekken die de strijdende partijen beweegt dat te doen wat ze doen, worden met de dag wanhopiger. De uitspraken van de Bosnische leiders zijn maar al te vaak loze beloftes en de media in het voormalige Joegoslavië zijn gedegradeerd tot propaganda-apparaten die zowel wat betreft hun berichtgeving als in hun analyses onbetrouwbaar zijn. List, leugen en bedrog zijn de wapens die in het voormalige Joegoslavië zowel door de politici als door de journalisten zonder voorbehoud gehanteerd worden voor “het goede doel en omdat de vijand dat ook doet”.

Alle drie de partijen beloven hun zware wapens onder kontrole van de VN te stellen, maar doen dat niet, zij ondertekenen overeenkomsten betreffende een staakt-het-vuren, maar vechten door, zij garanderen de veiligheid van de VN-soldaten en de transportvliegtuigen, waar vervolgens met ijver op geschoten wordt, zij schieten op hun eigen stellingen en burgers om de sympathie van de wereldopinie voor zich te winnen. Alle drie de partijen behandelen de gevangenen in hun kampen slecht en hebben de afgelopen maanden uit wraak bloedbaden aangericht onder de burgerbevolking. Eigenlijk is er maar één conclusie gerechtvaardigd: het gezonde verstand is in Bosnië al maanden zoek.

Het gezonde verstand zou de Serviërs moeten overtuigen dat zij, nu ze 70 procent van het Bosnische grondgebied veroverd hebben, alles hebben wat zij wilden hebben. De leider van de Serviërs in Bosnië, Radovan Karadzic probeert dat de wereld ook wijs te maken. Maar hoe verklaart Karadzic dan het feit dat zijn artillerie en vliegtuigen al weken lang Bihac en Jajce bombarderen en zijn troepen gisteren op bijna alle fronten een offensief startten? Sommige waarnemers menen dat Karadzic zijn troepen niet meer onder kontrole heeft. Daartegen spreekt echter het feit dat Karadzic het monopolie heeft over de verdeling van de munitie voor de kannonen en de brandstof voor de vliegtuigen. Natuurlijk wordt er hier en daar geschoten zonder de toestemming van Karadzic, maar het offensief dat nu is ingezet door de Servische troepen kan alleen met zijn toestemming plaatsvinden. Kortom de conclusie dringt zich op dat Karadzic, misschien tegen beter weten in, nog steeds gelooft dat vechten hem meer oplevert dan vrede.

Het gezonde verstand zou de moslims, zo vinden waarnemers, er van moeten overtuigen om aan de onderhandelingstafel een einde te maken aan de oorlog in Bosnië. “Zij hebben niet de militaire middelen om zich overeind te houden in de burgeroorlog, praten is voor hen de enige mogelijkheid om te overleven”, meende een diplomaat vorige week niet ten onrechte. De moslim-leiders denken daar echter anders over: zij hebben hun hoop gevestigd op de illegale wapenleveranties uit de Arabische landen, die via de Kroatische havenplaats Split Bosnië bereiken.

Het moslim-offensief om de Servische omsingeling in Sarajevo te doorbreken is vooral bedoeld om die wapens in de hoofdstad te krijgen. In Gorazde wisten de moslims al met deze "Arabische wapens' de Servische linies te doorbreken en hun ernstige verliezen toe te brengen. De beschieting door de moslims van het VN-konvooi, waarbij twee Franse soldaten om het leven kwamen en vijf blauwhelmen gewond raakten, werd niet uitgevoerd met het doel “de wereld te doen geloven dat elke humanitaire hulp aan Bosnië tevergeefs is en een militaire interventie nog de enig mogelijkheid is miljoenen mensen te redden”, maar om een duidelijk teken te geven, dat de blauwhelmen in Sarajevo gezien worden als handlangers van de Serviërs en als een obstakel voor de bevrijding van Sarajevo.

De hoop op een mogelijke militaire interventie van de VN hebben de Bosnische president en moslimleider, Alija Izetbegovic, en de zijnen allang opgegeven. Daarom vechten de moslims nu wanhopig door:“De Serviërs hebben 70 procent van de republiek bezet, 25 procent wordt door de Kroaten gecontroleerd, wat ons in het "nieuwe Bosnië' over blijft, is de bewaking van de grenzen tussen de Servische en de Kroatische gebieden, dat is niet acceptabel voor ons”, aldus een hoge moslim-functionaris die anoniem wenst te blijven.

Met alles wat hen scheidt, lijken de Serviërs en de moslims het over een ding eens te zijn: vechten levert meer op dan vrede! Zeker, zij zullen de komende dagen verklaren dat de komst van de vijfduizend blauwhelmen “een belangrijke stap is naar vrede”. Maar intussen zullen zij doorgaan met vechten: “omdat de andere partij dat ook doet”. Logisch, zo vindt men in het anders zo verdeelde Bosnië.