Een verkeerde voorstelling van inflatie-zaken

Na de devaluatie afgelopen zondag van de lire, met 7 procent, is een van de kernvragen hoe sterk de inflatie in Italië zal stijgen. Toen premier Amato zondagavond in het tv-journaal kwam vertellen dat de lire minder waard zou worden, zei hij dat deze "herschikking' nauwelijks invloed zou hebben op de inflatie. De doelstelling om het einde van dit jaar de inflatie onder de vijf procent te brengen, is volgens Amato nog steeds haalbaar.

Maar de socialistische premier is een van de weinigen die erop vertrouwt dat de licht dalende inflatielijn (5,3 procent op jaarbasis in augustus, 0,1 procent minder dan in juli en een vol procent minder dan in augustus 1991) zich zal voortzetten. De meeste economen voorzien een stijging, tussen de 0,5 en de 3 procent.

Een van de meest optimistische schattingen komt van de werkgeversorganisatie Confindustria. Deze voorspelt dat de inflatie als gevolg van de devaluatie, die de importen duurder maakt, met 0,5 procent zal stijgen. De directeur van het Ispes, het sociaal-economische onderzoeksinstituut van de staat, ziet de situatie somberder in. Hij verwacht een inflatiestijging met 2 à 3 procent.

“De importen drukken voor een derde op de vorming van het bruto nationaal produkt”, zegt directeur Guido Corazziari. “Omdat waarschijnlijk ook de koers van de dollar iets omhoog gaat, is het niet onwaarschijnlijk dat de inflatie de 8 of 9 procent overschrijdt.”

Premier Amato heeft gezegd dat de devaluatie geen invloed heeft op de wisselkoers van de lire tegenover de dollar, omdat de dollar niet in het Europees Monetair Stelsel zit. Omdat Italië veel van zijn import in dollars betaalt, zou het inflatoir effect van de devaluatie volgens Amato beperkt zijn. Maar dat is een verkeerde voorstelling van zaken, omdat de koers lire-dollar wordt beïnvloed door die tussen Duitse mark en dollar.

De ontwikkeling van de inflatie is extra belangrijk, omdat de vakbonden juist twee maanden geleden akkoord zijn gegaan met het opheffen van het laatste restje koppeling tussen loon en inflatie. Verschillende vakbondsleiders hebben gezegd dat de devaluatie dit akkoord, door werkgevers en kabinet begroet als een belangrijke stap in de richting van een economische heropleving, op losse schroeven heeft gezet. Vandaag zou premier Amato met de top van de drie vakcentrales overleggen over de gevolgen van de devaluatie.

Hoewel andere Europese landen de lichte rentedaling in Duitsland hebben gevolgd, had de Italiaanse centrale bank vanmorgen nog geen besluit hierover genomen, hoewel dit algemeen wordt verwacht. In een poging de koers van de lire te verdedigen is het disconto sinds begin juli gestegen van 12 naar 15 procent en werkgevers hebben gezegd dat de hoge rentestanden de industrie dreigen te verstikken. Italië heeft van de grote industrielanden de hoogste reële rente.

Verwacht wordt dat de Banca d'Italia de ontwikkelingen op de valutamarkt wil aankijken, mogelijk tot na het referendum in Frankrijk over "Maastricht', voor zij besluit tot een verlaging van het disconto. Andere rentevoeten zijn gisteren gedaald. De daggeldrente zakte van 35 procent vrijdag naar 17 procent gisteren.

Het bedrijfsleven heeft een snelle rentedaling hard nodig, want de industriële vooruitzichten zijn slecht. Het einde van de recessie die Italië doormaakt, is nog niet in zicht. Een van de indicaties daarvoor is dat in de eerste zes maanden van dit jaar 6,2 procent minder nieuwe bedrijfjes zijn opgericht.

Binnen de bestaande bedrijven daalt de werkgelegenheid. In de eerste zes maanden is het aantal arbeidsplaatsen met 4,8 procent gedaald, zo blijkt uit cijfers van het Istat, het Italiaanse bureau voor de statistiek. Vooral in de metaal staat de werkgelegenheid zwaar onder druk. Een slecht voorteken is dat de scherpste daling zich in juni heeft voorgedaan. Verwacht wordt dat tussen nu en het einde van dit jaar nog tienduizenden werknemers voorgoed of tijdelijk op non-actief worden gesteld.

Waarschijnlijk brengt de nieuwe begroting een sterke daling van de binnenlandse vraag met zich mee. Om het begrotingstekort enigszins binnen de perken te houden is aan nieuwe belastingen en bezuinigingen een recordbedrag nodig van tegen de honderd biljoen lire, volgens de nieuwe koers ongeveer 140 miljard gulden. Dit zou een daling van de binnenlandse vraag tot gevolg kunnen hebben van tussen de 6 en 8 procent - overigens een factor die een dempend effect heeft op de inflatie.

Veel zal afhangen van de nieuwe begroting die voor het einde van deze maand moet worden ingediend en van de uitslag van het Franse referendum. Als de internationale valutahandel op basis hiervan tot de conclusie komt dat Italië niet in staat is tot een ingrijpende sanering of daar niet meer toe gedwongen wordt door de Europese eenwording, zal de lire opnieuw onder druk komen te staan, met negatieve gevolgen voor de Italiaanse industrie.