Een veelbelovend debuut van choreograaf Krysztof Pastor

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Première: Shostakovich Chamber Symphony. Choreografie: Krzysztof Pastor; muziek: Dmitri Sjostakovitsj; decor en kostuums: John Otto; licht: Bert Dalhuysen. Gezien: 13/9 Muziektheater, Amsterdam. Daar nog te zien: 15, 16, 18, 19, 21, 22, 24 en 25/9.

Het Nationale Ballet brengt zijn eerste programmaserie van dit seizoen niet zoals gewoonlijk in de normale toneelomlijsting maar op een vergroot, de zaal inspringend podium. Helemaal "en rond', zoals wordt aangekondigd en destijds in Carré het geval was, is de voorstelling niet. Toch ontstaat er een veel grotere intimiteit en vooral het publiek op de eerste rijen raakt zeker veel directer bij de voorstelling betrokken. Het is een goed initiatief dat herhaling verdient.

Het geboden gevarieerde programma leent zich ook voor zo'n aanpak. Van Manens markante, voor het Holland Festival opnieuw ingestudeerde Situation uit 1970 heeft die intimiteit al in zich en krijgt in de volledig nieuwe rolbezetting die ik zag een sterke en exacte uitvoering waar vooral Bruno Barat, Kevin Cregan, Pierre Paradis en Roger Jansen bijzonder opvallen, goed aangevuld door Esther Protzman, Claire Philippart, Jane Lord en Susan Pond. Saskia Krol en Andrew Kelley bereikten wat interpretatie betreft dat niveau niet.

De tekst in het programmablad over Van Manen mag overigens wel eens worden geactualiseerd. Die stamt kennelijk nog uit 1981, het jaar dat het Nationale Ballet Situation in het repertoire opnam. Ook Maguy Marins geestige, knap in elkaar gezette dikke-mensenballet Groosland komt uitstekend tot zijn recht en blijkt opnieuw een hit bij het publiek.

Nieuw in het programma is Shostakovich Chamber Symphony, het eerste ballet dat danser Krzysztof Pastor maakte voor Het Nationale Ballet. Na kleinschalig werk waarmee Pastor zich in verschillende workshops voor dat gezelschap presenteerde, is het ook de eerste produktie waarin hij met een grote groep dansers (21) werkt. Dat blijkt hem uitstekend af te gaan. Hij zet hun bewegingen neer in gevarieerde, strak georganiseerde en heldere ruimtelijke patronen, die nergens geforceerd aandoen. Pastor hanteert een bewegingsidioom dat krachtig en harmonieus is. Ook daar geen geforceerde nieuwigheden of overcomplexe combinatie. Een echte eigenheid heeft het nog niet, maar het overtuigt wel, mede door de gedegen vakmatigheid waarmee Pastor te werk gaat.

Wel eigen is zijn duidelijke behoefte om meer dan een pure bewegingscompositie te maken. Zijn Shostakovich Chamber Symphony, genoemd naar Sjostakovitsj' in 1960 gemaakte muziek is een verwijzing naar de recente geschiedenis van zijn geboorteland Polen: de strakke, op de massa gerichte ideologie van het communisme, de drang naar individuele vrijheid en de botsingen die deze twee denkwijzen veroorzaken. Een in keurig sporttenue gestoken en van rode halsdoekjes voorziene groep beweegt als robotten en laat zich letterlijk aan rode banden leiden door een dictator. Voor hen bestaat er geen onzekerheid. Een andere groep dansers, in simpele, strak glanzende tricots gestoken, beweegt in alle opzichten vrijer, is ook vertwijfelder, maar tegelijkertijd bewuster. Als aan het eind de beide groepen samenkomen, blijft er toch een zekere scheiding: de ideale samenleving is nog lang niet bereikt.

Het fraaie toneelbeeld (van John Otto), witte strakke vloerlijnen die ook in lichtbanen op de achtergrond terugkomen en een verzinkend en hoog boven het speelvlak uitrijzend vloerdeel sluit goed aan bij de choreografie. Zoals de emotioneel geladen muziek dat bij het thema doet. Juist wat die emoties betreft is Pastor er niet in geslaagd tot een pregnanter karakterisering te komen van de conflicten en relaties tussen zijn hoofdpersonen, Clint Farha, Anna Seidl en Andrew Butling. Het blijft bij schetsmatige aanduidingen, waardoor het statement dat hij wil maken toch wat zwak blijft. Niettemin is het een veelbelovend debuut dat op het publiek duidelijk indruk maakte, mede door het hoge niveau van de uitvoering.