Een solide maar visieloze miljoenennota; Ook in politiek narcisme is er baas boven baas; Criminaliteit is zonder twijfel de grootste zorg van de Nederlanders

“We zitten al meer dan een jaar met het WAO-probleem”, merkte het vooraanstaande Kamerlid op, “dus het wordt tijd dat we daar een oplossing voor vinden.” Die observatie had iets anders geklonken wanneer hij had gezegd “een paar honderdduizend WAO'ers leven al meer dan een jaar in schandelijke onzekerheid over hun toekomstig inkomen: dat mag zo niet langer duren”. Dat illustreerde weer eens hoe verleidelijk het is voor de beroeps-politicus om onder te gaan in zijn kleine (mannen)wereld, de eigen politieke spelletjes te spelen, de vertrouwde rituele dansen uit te voeren, maar te vergeten dat aan de andere kant van de Hofvijver de burgers wonen die hem een mandaat hebben gegeven om de rechtsstaat te handhaven en zorgvuldig hun belastinggeld te besteden.

Bij een belastingdruk van 53,1 procent werken wij in 1993 van 2 januari tot 11 juli voor de overheid en beginnen we pas op 12 juli te verdienen voor onszelf. Niet alleen moeten we meer dan de helft van het jaar voor de gemeenschap werken, bovendien leent de staat nog 20 miljard gulden van de beleggers - waarover wij weer rente moeten betalen - en komt de nationale winst op het aardgas niet terecht in ons vrij besteedbare inkomen, maar in de koffers van de staat. En dan nog spreekt de politicus over de WAO als "zijn' probleem, en zal het niet verbazen wanneer hij nog een paar maanden nodig heeft om een oplossing te bedenken die gezichtsverlies voorkomt van zijn politieke vrienden in kabinet en fractie. De 870.000 invaliden hebben hun permanente gezichtverlies - en erger - al moeten accepteren, maar moeten geduld hebben tot achter gesloten deuren een politiek compromis is bereikt over het beschermen van uitkeringen die in een rechtsstaat sowieso niet onder vuur hadden mogen komen.

Ook in politiek narcisme is er baas boven baas. Drie weken geleden verscheen Bibebs interview met burgemeester Peper van Rotterdam: “ik ben begonnen in 1982 met het ontwikkelen van een visie op de stad”. Was jij de eerste die zag dat de stad geen echte stad was?”. “In zijn compleetheid wel”. Nu zie je dat jonge mensen en ouderen zich beginnen te hechten aan de nieuwe stad. Tegen mijn medewerkers zeg ik: "vertel wat ik fout doe'. Dan vallen ze stil, vooruit, zeg ik, verzin maar iets.”

Misschien durven de medewerkers het niet te fluisteren tegen het hoofd van de Rotterdamse politie, maar in 1992 wordt gemiddeld één Rotterdammer per week onthecht van de nieuwe stad. De moordfrequentie is vorig jaar verdubbeld, en dit jaar opnieuw. Intussen constateert de hoofdcommissaris van politie, minder zelfvoldaan dan zijn burgemeester, dat er drie jaar lang "niets is gebeurd' met een rapport uit 1988 over de tweehonderd professionele criminele groepen in Nederland. Er is alleen gestudeerd, en uit een nieuw rapport blijkt dat er nu naar schatting zeshonderd professionele bendes zijn. De hoofdcommissaris vraagt publiekelijk om praktische steun, niet om wat hij noemt "academische zelfbevrediging'. Hoofdcommissaris Hessing wil toegang voor de politie tot databestanden van bevolkingsadministratie en banken en eist ook dat meer dan twee procent van de politiemensen in de randstad beschikbaar is voor actie tegen de professionele criminelen.

Uit enquêtes door de politie zelf blijkt dat Rotterdammers de meeste misdrijven al niet meer aangeven, omdat ze geen vertrouwen hebben in de politie en zelfs de houding van de politie niet waarderen. Bijna de helft van de Rotterdammers durft 's avonds de deur niet meer open te doen als hij of zij alleen thuis is en veel bewoners voelen zich niet meer veilig op straat. Bijna niemand durft nog te fietsen door de tunnel onder de Maas. Burgemeester Peper temidden van zijn sycofanten verheugt zich over het hechten van jong en oud, maar de Rotterdamse burgers, blij wanneer ze hun woning bereiken zonder in de tram van hun schoenen te zijn beroofd, draaien de voordeur op het nachtslot.

Negenentachtig procent van de Nederlanders meent dat de misdadigheid de laatste tijd toeneemt; 68 procent dat de criminaliteit sterk groeit. Het Sociaal en Cultureel Rapport 1992 voorspelt dat de georganiseerde criminaliteit in de nabije toekomst verder zal stijgen. Is het overdreven om te stellen dat in de grote steden handhaving van de rechtsorde in sommige wijken een aanfluiting is geworden?

In Den Haag bijvoorbeeld, blijven tegenwoordig de eerste misdrijven gepleegd door jonge mannen, ongestraft. Het is officieel politiebeleid om het schrijven van een proces-verbaal te vermijden en te volstaan met een gesprek. De politie zelf noemt zo'n gesprek een waarschuwing, maar het is niet zo duidelijk waartegen dan wel gewaarschuwd wordt, omdat bij het volgende misdrijf opnieuw een proces-verbaal uitblijft. Na drie afzonderlijke arrestaties wegens auto-inbraak heeft de misdadiger nog steeds vijftig procent kans om er met een gesprek (waarschuwing) van af te komen. Maar zelfs wanneer de politie dan wel een proces-verbaal opmaakt, wordt daarna in niet minder dan 95 procent van alle gevallen onmiddellijk door de politie weer geseponeerd, zodat de officier van justitie het proces-verbaal niet eens te zien krijgt. Analyses van de politie zelf concluderen overigens dat het vermaningsbeleid faalt, maar het blijft vooralsnog de standaard-praktijk.

Maar noemt het Regeerakkoord van dit kabinet niet de interne veiligheid als een van de kabinetsprioriteiten? Welzeker en dus meldt de Miljoenennota trots: “in de begroting 1993 heeft het kabinet een bedrag van in totaal 80 miljoen beschikbaar gesteld aan Binnenlandse Zaken en Justitie. Dit bedrag is gebruikt voor het ontzien van de interne veiligheid bij de invulling van de ombuigingen op deze hoofdstukken.”

Hier gaat het om de grootste zorg van de bevolking, en het kabinet komt niet verder dan het handhaven van de prijscompensatie op de begroting voor binnenlandse veiligheid. De politici lijken nauwelijks te beseffen hoezeer dit onderwerp leeft en de meningen over criminaliteit zakelijker zijn geworden, vooral onder aanhangers van linkse partijen. Twintig jaar geleden vond driekwart van de ondervraagden nog dat men misdadigers moest proberen te veranderen in plaats van hen te straffen; vorig jaar was voor het eerst minder dan de helft van de ondervraagden het daarmee eens. Drie keer zoveel ondervraagden als vroeger menen nu dat misdaad en straf bij elkaar horen. Dan is tachtig miljoen gulden prijscompensatie - nog geen vijftien gulden per belastingbetaler - niet voldoende om de dreigende leegloop bij de politie te keren, de rechtsorde te herstellen in de grote steden, en de professionele criminaliteit even professioneel te lijf te gaan.

Criminaliteit is zonder twijfel de grootste zorg van de Nederlanders. Wat daarna volgt is niet zonder meer duidelijk uit de opinieonderzoeken, maar het volgende lijstje komt, denk ik, een eind in de goede richting: (1) meer, en beter betaald werk voor mensen met een lage opleiding, voor herintredende vrouwen en voor ouderen die hun baan kwijt raken; (2) een fatsoenlijke behandeling van de bestaande WAO'ers en (3) een snelle en fatsoenlijke omschakeling op een vrijwilligersleger, met alle steun voor militairen die daarbij overtollig worden.

Uw lijst van prioriteiten ziet er - afgezien van de onbetwiste topplaats voor misdaadbestrijding - misschien wat anders uit, maar iedereen eist kwaliteit en betrouwbaarheid van de overheid. En dan is niet duidelijk waarom de Miljoenennota ook dit jaar, te beginnen met het voorwoord van minister Kok, opnieuw resoneert van uitnodigingen tot overleg met de sociale partners en pleidooien voor loonmatiging. Nadat er met het Regeerakkoord van het eerste kabinet-Lubbers één seizoen echt was geregeerd, volgden tien Miljoenennota's die hamerden op het aambeeld van arbeidsvrede en loonmatiging. In 1983 waren inderdaad de financiën van de overheid zo hevig ontspoord dat Nederland snel een stuk goedkoper moest worden. Tien jaar later, nu de boekhouding weer op orde is, moeten ministers niet meer zoveel vergadertijd besteden aan kleine pogingen om Nederland nog iets goedkoper te maken, maar bespreken hoe dit land veiliger, schoner en efficiënter kan worden. En dan blijkt uit deze Miljoenennota dat de stappen in die richting te klein zijn, en de nadruk in de tekst verkeerd.

Op pagina 45 geeft de Miljoenennota van minister Kok de lijst met "uitgavenprioriteiten' voor volgend jaar. De tachtig miljoen prijscompensatie voor de interne veiligheid noemde ik al. Er zijn nog drie andere grote posten. Ten eerste de infrastructuur, waar een extra bedrag prijkt van tweehonderd miljoen gulden. Uit de kleine letters blijkt echter dat dit grotendeels dient “om de investeringen te ontzien bij de invulling van de taakstellingen”. Niet anders dan bij de interne veiligheid betekent krachtig beleid dat men een papieren bezuiniging van vorig jaar niet hoeft door te voeren. Vervolgens geeft de staat volgend jaar honderd miljoen extra aan de ex-Sovjet-Unie.

Als onze EG-partners even royaal zijn, betekent dat twee miljard voor Oost-Europa. Siemens en ABB rekenen dat twaalf miljard nodig is alleen al om de Oost-Europese kernreactoren te vervangen of veilig te maken. Is een tweede Tsjernobyl nodig om ons de ogen te openen?

De vierde grote post bij de "uitgavenprioriteiten' is 210 miljoen gulden extra voor onderwijs. Onduidelijk is uit de tekst van de Miljoenennota welk deel van dit bedrag dient om een tegelijk aangekondigde ombuiging van 601 miljoen weer te verzachten. Duidelijk is echter wel dat er meer geld komt voor cursussen Nederlands aan buitenlanders en dat sommige salarissen omhoog kunnen wanneer de vakbonden instemmen met een minder royale wachtgeldregeling.

Dat zijn dan de vier grootste prioriteiten voor volgend jaar, maar wat de regering doet is niet meer dan een minieme bijsturing van een begroting waarop in totaal 209 miljard gulden omgaat. De grootste veranderingen in het beleid beslaan immers niet meer dan 0,1 procent van het totaal. Welk bedrijf kan de koers wezenlijk verleggen door 0,1 procent van de omzet vrij te maken voor elk van de vier topprioriteiten? Te prijzen valt in deze begroting de financiële soliditeit, het stijgend aantal goedkeurende verklaringen van de rijksaccountantsdienst en de grotere tevredenheid van de Rekenkamer, maar het stuk wekt niet de indruk dat het woord "prioriteiten' voor premier Lubbers nog iets betekent.

Contra-produktief worden zo langzamerhand de mantra's over goed overleg met de sociale partners en loonmatiging. Werkloosheid in Nederland is heel scherp geconcentreerd bij buitenlanders, laaggeschoolde mensen en ouderen, en wanneer algehele loonmatiging zou helpen om hun specifieke problemen op te lossen, was dat intussen wel gebleken. Nu heeft Nederland echter het grootste overschot op de buitenlandse handel van de hele EG - een duidelijk teken dat onze produkten echt niet te duur zijn - maar duurt de werkloosheid van de zwakke groepen voort. Het nieuwe vestigingsbeleid van minister Andriessen is een uitstekend middel om vooral minderheden de kans te geven een eigen zaak te beginnen, maar de minister vindt de werkgevers tegenover zich. Dan moet Andriessen niet gaan overleggen met vertegenwoordigers van de status quo in vergaderingen waar de buitenlanders die van meer vrijheid in het vestigingsbeleid zouden profiteren uiteraard nooit vertegenwoordigd zijn.

Zo geldt ook voor de WAO dat in het debat de deelbelangen van de hiërarchieën bij VNO en FNV te lang hebben overheerst en dat het laatste wat de politiek moet doen is de sociale partners een feitelijk vetorecht geven op nodige veranderingen. Toen Nederland dringend goedkoper moest worden kon men een pleidooi houden voor handhaven van de rust in de overlegeconomie, maar in de loop der jaren heeft de regering daarvoor zoveel structurele concessies gedaan aan de sociale partners, dat nu een veel gedurfder beleid noodzakelijk is, wil Nederland blijven concurreren met de aanstormende dynamische economieën in Oost-Azië en Latijns Amerika. Dat vraagt om een premier en een minister van financiën die meer dan 0,1 procent van de begroting vrijmaken voor echte prioriteiten als misdaadbestrijding en hulp aan Oost-Europa, en om een kabinet dat niet langer de oren laat hangen naar de deelbelangen van gevestigde verenigingen van werkgevers en werknemers. De solide, maar visieloze Miljoenennota van 1993 scoort hoog op degelijkheid en uitgavenbeheersing. Na tien van dergelijke Miljoenennota's is Nederland echt wel een stuk goedkoper geworden. Nu gaat het erom hoe het anders en beter kan, daarbij schiet de Miljoenennota ten enen male tekort.