Door Feyenoord hoort Europa van Hapoel; Europese spelers zijn sterker, Israelische voetballers slimmer

ROTTERDAM, 15 SEPT. Op het bijveld van De Kuip werkte de selectie van Hapoel Petach Tikva gisteravond in alle rust een lichte training af. De tijd dat elke Israelische sportploeg die in het buitenland verbleef door politiemannen met wapens en honden werd bewaakt is voorbij. Toch blijken er rondom het verblijf van Feyenoords Europa-Cuptegenstander in Rotterdam de nodige veiligheidsmaatregelen te zijn getroffen. Alleen zijn die niet direct waarneembaar. “We weten niet beter”, reageert Hapoel-manager Josi Rozenzwieg. “We zijn opgegroeid met oorlogen, spanningen, gesloten grenzen.”

Recente trad van Israel toe tot de Europese Voetbalunie (UEFA) en haar toernooien. Sinds 1950 hebben de Israelische voetballers geprobeerd aansluiting te krijgen bij "Europa'. Dat lukte, in tegenstelling tot sporten als basketbal, tafeltennis en volleybal, steeds maar niet. Volgens de Israeliërs hield met name de Sovjet-Unie met behulp van de Oostblok-partners de deur dicht. Slechts via deelname aan de Intertoto kon destijds in competitieverband tegen Europese ploegen worden uitgekomen. “Ik denk”, zegt Rozenzwieg, “dat nog steeds niet iedereen het prettig vindt dat we mogen meedoen. Maar we zitten er nu in en gaan niet meer weg.”

Het debuut van de twee Israelische ploegen in de Europa-Cuptoernooien is zeker voortvarend te noemen. Zowel landskampioen Maccabi Tel Aviv als bekerwinnaar Hapoel Petach Tikva kwam vrij moeiteloos door de voorronden. Maccabi versloeg La Valletta uit Malta en Hapoel won twee keer van het Noorse Strömsgodset. De 52-jarige manager Rozenzwieg, zelf ex-voetballer en trainer, denkt dat zijn ploeg in Nederland in de middenmoot van de eredivisie zou kunnen meedraaien. Hapoel komt in de voorbereiding op de competitie al vier seizoenen naar Nederland toe en verloor verleden jaar onder meer met 2-1 van MVV.

“De meeste Europese voetballers zullen sterker en sneller dan zijn dan die van ons, maar ik denk dat Israelische spelers slimmer zijn. Ze spelen goed met het hoofd”, aldus Rozenzwieg. “Het is jammer dat we geen club uit Oostenrijk of Zwitserland hebben geloot. Dan waren we misschien nog een ronde verder gekomen.” Erg rouwig om de loting tegen Feyenoord is hij ook weer niet. “Bovendien is het goed voor onze naam om tegen Feyenoord te spelen. Feyenoord is een topclub en nu zal heel Europa ook van ons horen.”

De Israeliërs verwachten dat hun niveau zal verbeteren door het contact met Europese ploegen. Ook financieel hopen ze nu op een opleving. De toeschouwersaantallen in Israel zijn de afgelopen jaren voortdurend gedaald, maar voor de Europa-Cupduels is de interesse nog wel groot. Vele clubs hebben flinke schulden. De nationale voetbalbond eiste dit seizoen voor het eerst dat alle verenigingen uit de twee profdivisies een sluitende begroting zouden inleveren. Dat zorgde voor dermate grote problemen dat het begin van de competitie met een week moest worden uitgesteld.

Hapoel Tel Aviv, een van de meest vermaarde clubs van Israel, werd wegens een faillissement vijf jaar geleden teruggezet naar de tweede klasse. Het seizoen daarvoor was de club nog landskampioen geworden. Inmiddels speelt Hapoel al lang weer op het hoogste niveau.

Door geldzorgen is het elftal van Feyenoords tegenstander, het andere Hapoel - uit het acht kilometer van Tel Aviv gelegen Petach Tikva - in vergelijking met vorig seizoen flink verzwakt. In drie wedstrijden werd pas één punt behaald. Alleen een beter doelsaldo houdt de ploeg momenteel van de laatste plaats in de hoogste klasse met twaalf teams, de Liga Leumit. Hapoel, dat een begroting van ongeveer drie miljoen gulden heeft, trok afgelopen seizoen gemiddeld zo'n 3500 à 4000 toeschouwers. Om financiële redenen speelt de club in de lopende competitie samen met het veel grotere Maccabi Tel Aviv zijn thuiswedstrijden in het nationale stadion in Ramat Gan. Zodoende krijgt het publiek op één dag twee duels te zien en ontvangt Hapoel eenderde deel van de recette.

Mede daarom was Hapoel in staat het afgelopen weekeinde de Tjechische spelmaker Vladimir Weiss van Slovan Bratislava aan te trekken. Hij is morgen echter nog niet speelgerechtigd. In Israel mogen ploegen twee buitenlanders opstellen. Veel clubs hebben Russen in dienst. Hapoel beschikt over een Argentijn, de verdediger Carlos Olaran. De bekerwinnaar wordt sinds juli getraind door de Tsjech Jan Pivarnik. Hij maakte als speler deel uit van het nationale elftal dat in de eindronde van het Europees kampioenschap van 1976 eerst Nederland (mét Feyenoorders Wim Jansen en Willem van Hanegem) met 3-1 versloeg en daarna in de finale via strafschoppen - de laatste van de beroemde Panenka - van West-Duitsland won.

Pivarnik maakte zelf de transfer van zijn landgenoot Weiss rond en voegde zich pas gisteravond bij zijn ploeg in Rotterdam. Hij is de enige buitenlandse trainer in de hoogste klasse. De Israelieten hebben in maart van dit jaar geprobeerd Rinus Michels als bondscoach voor de periode tot en met het WK van '94 te strikken. De Amsterdammer wimpelde het aanbod uit Tel Aviv echter af. Shlomo Sharf is nu de nationale trainer.

De kracht van het Israelische voetbal moet zeker niet worden onderschat. De nationale ploeg speelde vorige maand bijvoorbeeld 1-1 in en tegen Polen.

Twee Israelische profs voetballen momenteel in het buitenland. Aanvaller Ronnie Rosenthal, maker van het enige doelpunt tegen Polen, speelt voor Liverpool en Shalom Tikva staat onder contract bij Standard Luik. Diverse spelers zijn na een Europees avontuurtje weer naar huis teruggekeerd. Zo komt de grillige vleugelspits Eli Ohana, in 1988 Europa-Cupwinnaar met KV Mechelen na finalewinst tegen Ajax, tegenwoordig uit voor Betar Jeruzalem.

Zelf had Ajax in de jaren zeventig drie talentvolle Israeliërs onder contract. Lang hielden ze het in Amsterdam niet uit. Met één van hen, Ronnie Calderon, is het slecht afgelopen. Hij zit momenteel wegens drugssmokkel een gevangenisstraf van veertig jaar uit in Colombia.