Denemarken; En dan moeten de Denen nog

Twee maanden hebben de Denen zich na hun referendum op 2 juni stilgehouden, maar de laatste dagen laten zij zich weer horen over het Verdrag van Maastricht. En hoewel de Europese Gemeenschap het al moeilijk genoeg heeft met het referendum van aanstaande zondag in Frankrijk, klinken ze niet verzoeningsgezind. “Natuurlijk is het opwindend om te zien wat de Fransen over het Verdrag van Maastricht stemmen, maar de zaak is feitelijk al beslist door het Deense nee”, zei minister van buitenlandse zaken Ellemann Jensen vorige week. “Het verdrag zal nooit in zijn originele vorm in werking treden, om de simpele reden dat Denemarken het al heeft verworpen.”

De constatering van de Deense minister van buitenlandse zaken komt op het moment dat de Europese politieke klasse de adem inhoudt voor de volksstemming van komend weekeind. Nog steeds voorspellen de opiniepeilingen een nek-aan-nek race, en het is langzamerhand gemeengoed geworden dat het lot van Maastricht in Frankrijk wordt beslist. Daar zijn de aanstichters van de onrust - het was na het nipte nej dat president Mitterrand tot een eigen referendum besloot om de ratificatie weer vaart te geven - het dus niet mee eens. De monetaire en politieke unie komt er alleen als alle twaalf lidstaten het verdrag hebben goedgekeurd, zo doceren de Denen, en dat is ook na een Frans ja nog niet het geval.

Het lijkt erop dat de Deense politici alvast de onderhandelingsruimte proberen te scheppen die zij in de algehele opluchting na een eventueel oui misschien nog hard nodig zullen hebben. De andere elf hebben altijd volgehouden desnoods zonder Denemarken verder te gaan. In Brussel en Londen wordt op dit moment gespeculeerd over een aanvullend protocol waarin het veelbesproken, maar weinig omschreven begrip subsidiariteit nader wordt geduid. Een tweede idee is een protocol dat Denemarken een jaar of wat extra de tijd geeft om het verdrag te ratificeren, terwijl de anderen alvast met de uitvoering beginnen. De referendum-uitslag van 2 juni wordt bij voorkeur als een bedrijfsongeval afgedaan. De Denen moeten nu zelf de reparatie maar uitvoeren. Wel, deze week is duidelijk geworden hoe zij zich voorstellen dat te doen, en dat is met iets meer dan een protocolletje.

Volgens een voorstel dat direct na een eventueel Frans ja in het Deense parlement zal worden besproken, blijven de Denen buiten de invoering van de gemeenschappelijke munt en buiten de defensiesamenwerking in de WEU. Zij willen hun eigen sociaal beleid blijven maken, willen dat de invloed van de kleine landen in Brussel niet wordt verminderd, dat asielbeleid geen bevoegdheid van de EG wordt en zij willen tenslotte niets weten van het Europese burgerschap.

Het gaat hier om een voorstel dat de Sociaal-Democratische Partij afgelopen zondag op zijn vierjaarlijkse congres met grote meerderheid aanvaardde. Het is deze partij, de grootste van Denemarken, die het referendum besliste: de leiding stemde ja, maar zestig procent van de leden stemde nee. Wie de tegenstelling binnen de Sociaal-Democratische Partij overbrugt, overbrugt waarschijnlijk de tegenstelling in het land. Premier Schlüter en minister Ellemann Jensen hebben het plan al als respectievelijk “een stap in de goede richting” en “zeer realistisch” verwelkomd. De minderheidsregering zou graag volgend jaar weer een referendum houden en wil na een eventueel Frans ja aanstaande zondag in een witboek de weg daar naar toe uitstippelen.

Op de keper beschouwd vallen de sociaal-democratische eisen nogal mee. Het Europese burgerschap betekent naar de letter van het verdrag niet meer dan wat samenwerken tussen consulaten en de invoering van kiesrecht voor Europese buitenlanders bij plaatselijke en Europese verkiezingen, en daarvoor vragen de Denen geen uitzondering. Ze willen alleen geen Europees burger heten. Over verkleining van de macht van kleine landen meldt "Maastricht' niets, dus is er ook geen uitzondering nodig. Bij het sociaal beleid gaat het om minimumregels, die in Denenarken toch niet zullen veranderen, en het lidmaatschap van de WEU is ook al niet verplicht. De belangrijkste uitzondering is die bij de invoering van een gemeenschappelijke munt, maar Denemarken had in Maastricht al bedongen dat het daar, net als Groot-Brittannië, in 1996 nog over zou mogen beslissen.

“Er zitten wat onlogische dingen in het voorstel, en ook zaken die helemaal niet geen deel uitmaken van het verdrag”, erkent de sociaal-democratische Euro-parlementariër Kirsten Jensen, die het verlanglijstje gisteren in Straatsburg toelichtte. “Maar de kiezers denken dat die onderwerpen wel in het verdrag staan en daarom moeten we expliciet duidelijk maken dat dit niet zo is.” Het gaat in Denemarken, zo verklaart ze, “niet om een feitelijk probleem, maar om een emotioneel probleem”.

Het blijft overigens “een gok” of dit voorstel al die uiteenlopende redenen omvat waarom krap 51 procent van de Denen op 2 juni tegen stemde. De sociaal-democraten hebben als uitgangspunt de thema's genomen die tijdens de campagne afgelopen voorjaar het meest ter sprake kwamen. Of dat juist is, moet blijken bij het nieuwe referendum volgend jaar.

Dat de Europese partners het voorstel zullen accepteren staat voor Jensen vast: “Vergeet niet dat onze handtekening noodzakelijk is. Als jullie ons deze uitzonderingen niet geven, geven wij jullie Maastricht niet.” Dit onder voorbehoud natuurlijk dat er na zondag nog iets te geven is.