Witte rook uit Frankfurt

DE BUNDESBANK, de centrale bank van Duitsland, heeft haar Europese gezicht getoond.

Met de renteverlaging die vanmorgen is aangekondigd, verlaat de Bundesbank een geldkoers die strikt op binnenlandse overwegingen was gebaseerd en geeft zij zich rekenschap van de Europese politieke component van haar beleid. Het effect is vooral financieel-psychologisch, want de verlaging van de internationaal belangrijke Lombard-rente met een kwart punt en van het binnenlands toonaangevende disconto met een half punt heeft beperkte financiële betekenis. Niettemin lijkt de Duitse rente, die zich op het hoogste niveau sinds 61 jaar bevond, over zijn top heen en het vooruitzicht van de afdaling biedt mogelijkheden voor andere landen om zich losser te maken van de Duitse monetaire houdgreep. Dat vergroot de kansen op economisch herstel in Europa.

Voor de tweede keer in twee jaar zwicht de Bundesbank voor de politieke realiteit. Twee jaar geleden ging de centrale bank in Frankfurt met tegenzin akkoord met de overnameprijs van de toenmalige DDR tegen een wisselkoers van één Ostmark op één D-mark. Die politiek onvermijdelijke, maar economisch onrealistische koers leidde tot het vertrek van Bundesbank-president Karl-Otto Pöhl. Zijn opvolger, Helmut Schlesinger, heeft opnieuw het primaat van de politiek geproefd. De uitstraling van de spanningen die zich de afgelopen weken hebben voorgedaan in het Europese Monetaire Stelsel (EMS) en de onzekere uitslag van het Franse referendum over het verdrag van Maastricht hebben Bonn tot ingrijpen genoopt. In een één-tweetje met Frankfurt is Italië gedwongen tot een devaluatie van de lire en heeft de Bundesbank een renteverlaging toegezegd, waartoe zij een week geleden nog niet bereid was. De Europese partners van Duitsland waren uiterst tevreden met dit monetaire gebaar dat een Frans "oui' en het belegerde Britse pond kan ondersteunen.

De ommekeer in het monetaire beleid is opmerkelijk, omdat aan de voorwaarden voor een verlaging van de Duitse rente op het oog niet is voldaan. De Duitse geldgroei als gevolg van de miljarden die in de economie worden gepompt door de uitgaven voor de hereniging, is nog steeds hoog. Verder wordt wel gesproken over een sociaal akkoord om de loonstijgingen volgend jaar te matigen en over extra belastingen om de begrotingsproblemen te beteugelen - maar er is nog niets afgesproken.

De inschikkelijkheid van de Bundesbank loopt dan ook vooruit op maatregelen die regering en sociale partners nog moeten invullen. “Een renteverlaging moet verdiend worden”, beklemtoont de Bundesbank altijd en het is de vraag of dat is gebeurd.

ITALIË BEVINDT ZICH in dat verband aan de zijlijn. Een haastige Italiaanse renteverhoging en massale steunoperaties waren onvoldoende om de lire binnen de marges van het EMS te houden. Toen de Italiaanse munt vorige week door de bodem van zijn toegestane koers zakte, waren de Bundesbank (tot 24 miljard mark) en andere centrale banken volgens de regels van het EMS verplicht om lires te kopen en D-marken te verkopen. Met als gevolg dat de hoeveelheid D-marken werd verruimd - en het beleid van de Bundesbank om de geldgroei te beperken verder werd ondermijnd. De situatie werd onhoudbaar toen de Italiaanse centrale bank eind vorige week door zijn financiële reserves heen raakte.

Als eerste EMS-land gooide Italië de handdoek in de ring. In tegenstelling tot de Britten, die 10 miljard ecu (23 miljard gulden) leenden om het pond te verdedigen, en de Zweden, die de dagrente tot 75 procent verhoogden om de kroon ten opzichte van de D-mark op koers te houden, heeft Italië gekozen voor de gemakkelijkste uitweg. Het is overigens de vraag of de devaluatie van zeven procent voldoende is, want door de chronisch hogere Italiaanse inflatie in vergelijking met de overige EG-landen is de overwaardering van de lire sinds de laatste herschikking in het EMS, januari 1987, aanzienlijk groter.

De Italiaanse regering heeft nu de verplichting om de economische hervormingen die premier Amato voorstaat, werkelijk uit te voeren. Want als de Italiaanse staatsfinanciën niet op orde worden gebracht, is deze devaluatie voor niets geweest en heeft Italië tevens zijn laatste kans op deelname aan de Economische en Monetaire Unie verspeeld. Waarbij zelfs de vraag kan worden gesteld of Italië, met uitzondering van Lombardije, nog wel thuis hoort in de kerngroep van de Europese Gemeenschap.

VOOR DE internationale economie is de Duitse renteverlaging van symbolische betekenis. De financiële wereld staat niet in een totaal ander teken: de Amerikaanse dollar blijft zwak en de Britse recessie is niet verdwenen. Maar Duitsland kan deze week, als in Washington de ministers van financiën en de presidenten van de centrale banken zich verzamelen voor de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds, stellen dat het zijn bijdrage aan stabilisatie van de wereldeconomie heeft geleverd. Het neemt iets van de druk weg op de financiële markten en het helpt wellicht de uitslag van het Franse referendum over "Maastricht' te laten doorslaan naar "ja'. De prijs die voor deze overwegingen moet worden betaald is dat de glans van politieke onafhankelijkheid van de Bundesbank opnieuw iets doffer is geworden.