Thaise politici moeten nu inhoud geven aan "echte' democratie

BANGKOK, 14 SEPT. Democratie is een verwarrend begrip in Zuidoost-Azië.

Te veel partijen met een dictatoriale inslag noemden zich de laatste decennia democratisch, te vaak werden in naam van de democratie duizenden mensen over de kling gejaagd om het woord, in de zin van een rechtsstaat van en voor het volk, nog serieus te kunnen nemen. Gruwelijk hoogtepunt vormde de "Democratische Republiek Kampuchea' onder de Rode Khmer in de jaren zeventig. In Thailand verschool zich achter het masker van de democratie meestal een bewind van leger-georiënteerde zakkenvullers.

Met de winst van de Democraten en andere zogenoemde "engelenpartijen' bij de Thaise verkiezingen lijkt daarin voor het eerst sinds de officiële invoering van de constitutionele democratie in het koninkrijk, zestig jaar geleden, verandering te komen. Vooraf overheerste het pessimisme over de kans op een werkelijk eerlijk verloop van de verkiezingen. Tot verrassing van velen was de gang van zaken gisteren alleszins acceptabel. De overwinning van de anti-militaire politici houdt zonder meer een grote vooruitgang in. Niet eerder werden de door afgezwaaide generaals en hun beste maatjes in de strijdmacht geleide partijen zo duidelijk op het tweede plan gezet.

Voordat het zover was moesten wel meer dan 350 mensen sterven: de huidige opmars van de "engelen' is een duidelijk eerbetoon aan de 52 doden (officieel) en de ruim 300 vermisten (vrijwel zeker ook dood) uit de maand mei, toen het leger tijdens drie dagen van straatgevechten op bloedige wijze huishield onder betogers voor de democratie. Het aloude kunstje dat de militairen wilden leveren: het lanceren van een generaal, Suchinda Krapayoon, als premier, moest worden teruggedraaid door de storm van protesten. Het was vooral de middenklasse die zich verzette tegen het militaire spelletje; zij zijn de laag die het meest te lijden heeft onder de corruptie van militairen en ambtenaren.

De smadelijke afgang van Suchinda en andere militairen, na interventie van koning Bhumibol, was op dat moment een ongekende triomf voor de protagonisten van een democratische rechtstaat. Maar kon de zege ook worden gekapitaliseerd in een werkelijke democratische regering, dat was de vraag die gisteren centraal stond. Het antwoord luidt: ja.

De Thais hebben weer enig vertrouwen in de politiek, zoals blijkt uit de stijging van de opkomst. Terwijl in maart net iets meer dan de helft van de Thais de moeite nam te stemmen, was de opkomst gisteren 62 procent. Pollwatch, dat controle uitoefent op een correct verloop van de verkiezingen, werkte naar behoren. Het aantal gevallen van fraude en omkoperij bleef beperkt.

“Het volk heeft wijs gekozen”, schreef de gezaghebbende Bangkok Post vanmorgen in een commentaar. “Het is zonneklaar dat het gevoel van politieke rechtvaardigheid, dat zich heeft verankerd in de hoofden van de kiezers, de dagprijs heeft gewonnen.” Volgens de krant is er voor Thailand “een nieuw tijdperk van democratische ontwikkeling en stevige economische groei” aangebroken”.

Toch hoeven de positieve ontwikkelingen voor de Thaise democratie niet blijvend te zijn. Eerst moet worden afgewacht of de vermoedelijke nieuwe premier Chuan Leekpai werkelijk de onberispelijke, niet-militair gezinde politicus is die hij voorgeeft te zijn. Verder kan de prudente opstelling van het leger van tijdelijke aard zijn. Weliswaar verwijderde interim-premier Anand Panyarachun tijdens zijn drie maanden durende regering alle "verkeerde' generaals, maar kunnen hun opvolgers de verlokkingen van de steekpenningen beter weerstaan? De hoge militairen, met hun uitgebreide "old-boys' netwerken, achten het wijs zich even te concentreren op hun werk in de kazernes, maar die terugtrekking kan van tijdelijke aard zijn.

Zoals het nu lijkt heeft de Thaise democratie alle mogelijkheden zich te ontwikkelen. Zuidoost-Azië was tijdens de Koude Oorlog een ideologisch breukvlak, met Thailand als fervent Westers bondgenoot, tegenover de Sovjet-vrienden Vietnam, Laos en Cambodja. De communistische regimes van Vietnam en Laos bestaan nog, maar door het wegvallen van de Sovjet-Unie zijn het papieren tijgers geworden.

Het Westerse (Amerikaanse) belang in de regio was lange tijd het streven naar stabiliteit van niet-communistische landen en in dat schema paste een rechtsgericht militair bewind beter dan gevaarlijke democratische experimenten, waarvan bewezen was dat ze net zo goed tot "democratisch communisme' konden leiden. Vandaar dat de Amerikanen zich weinig gelegen lieten aan de invloed van de Thaise militairen op de politiek en bij de vele militaire coups liever de andere kant opkeken.

Door de dramatische verandering van de verhoudingen in de wereld, de ondergang van het Oosteuropese communisme, is voor rechtse regimes hun belangrijkste alibi ter rechtvaardiging voor onderdrukking weggevallen. De politici zullen nu zelf inhoud moeten geven aan het idee van een regering van en voor het volk.