Stekelenburg: houding werkgevers onverstandig

ROTTERDAM, 14 SEPT. “Zeer onverstandig en maatschappelijk onverantwoord.” Zo kwalificeert voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV de weigering van werkgevers om op centraal niveau afspraken te maken met de vakbeweging over loonmatiging en werkgelegenheid.

Informeel overleg daarover werd vorige week afgebroken door de drie vakcentrales. Vrijdagavond maakte Stekelenburg de breuk bekend. “Werkgevers weigerden consequent ter zake te komen. Daardoor was voor ons de maat vol. We blijven niet bedelen en smeken.”

De FNV-voorzitter verwijt de werkgevers desinteresse in een gunstig CAO-klimaat voor volgend jaar. “Ze hebben kennelijk absoluut geen behoefte aan centrale afspraken en ze zijn ook niet bereid daarin te investeren, wat nogal kortzichtig is, want ze onderschatten de ernst van de situatie. Zonder krachtige centrale aanbeveling over loon en werk is het risico levensgroot aanwezig dat er straks CAO's worden afgesloten waarin de loonontwikkeling opnieuw oploopt, terwijl iedereen weet dat het beter zou zijn wanneer we erin zouden slagen die trend juist om te buigen.”

Een "centrale aanbeveling' van de overkoepelende organisaties van werkgevers en werknemers had hier volgens de vakcentrales soelaas kunnen bieden. Maar dan was enige spoed geboden, want de aangesloten vakbonden leggen momenteel de laatste hand aan hun CAO-eisen. Om dezelfde reden hoefde volgens de vakcentrales ook het advies komend najaar van de Sociaal-Economische Raad over afstemming van het Nederlandse beleid op de eisen van de Europese monetaire unie niet afgewacht te worden. “Dat gaat over het meerjarenperspectief, wat natuurlijk van belang is, maar als je afspraken wilt die in 1993 nog effect sorteren, dan moet je het nu doen, zodat onze bonden er nog op kunnen anticiperen in hun CAO-voorstellen. Over een of twee maanden is dat een heel stuk lastiger”, aldus Stekelenburg.

Zoals het de voorzitter van de grootste vakcentrale betaamt, speculeert hij openlijk over verdeeldheid onder zijn opponenten. “Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen, dat het in werkgeversland nu niet gaat gisten en dat men zich niet afvraagt of deze ontwikkeling nu wel zo verstandig is.” Waarmee maar gezegd wil zijn, dat Stekelenburg nog niet alle hoop heeft opgegeven.

De FNV-voorzitter heeft het afgelopen halfjaar bijkans het vuur uit z'n sloffen gelopen voor centraal overleg over een soort participatie-akkoord. Daarin stond hem een drieslag voor ogen tussen uitbreiding van de werkgelegenheid, loonmatiging en lastenverlichting. De missie was ingegeven door teleurstelling over CAO's die voor dit jaar werden afgesloten. Waarin nauwelijks afspraken over bevordering van de werkgelegenheid voorkwamen, terwijl de loonstijging, mede door toedoen van overheidsmaatregelen, in verschillende akkoorden zorgelijk hoog uitviel. “Bezie ik de som van de decentrale loononderhandelingen, dan concludeer ik, dat wij er niet in slagen om een aantal van de kernproblemen - werkloosheid, arbeidsparticipatie en kostendruk - op te lossen. Decentrale onderhandelaars moeten meer centrale boodschappen mee krijgen”, aldus Stekelenburg in mei in het weekblad Onderneming van de werkgeversorganisatie VNO.

In de zomer slaagde hij erin de FNV-bonden en de twee andere vakcentrales CNV en MHP voor deze koers te winnen. Ze waren bereid genoegen te nemen met vergoeding van de gestegen prijzen als een substantieel deel van de "loonruimte' (gedacht werd aan 1 à 2 procent) zou worden gestoken in uitbreiding van de werkgelegenheid. Het kabinet deed en passant een duit in het zakje met een BTW-verlaging (op 1 oktober met 1 procentpunt) en een koopkrachtgarantie voor de minima volgend jaar.

Maar de werkgevers hielden de boot af, ook al omdat ze een kater hadden overgehouden aan de aanbeveling van vorig najaar over "arbeidsvoorwaardelijk prikkels' ter beteugeling van het ziekteverzuim. Er was afgelopen maanden wel druk informeel overleg, maar Stekelenburg c.s. noch kabinetsleden slaagden erin werkgevers over te halen. Centrale aanbevelingen achten zij “niet meer van deze tijd”. De nieuwe voorzitter van het Nationaal Christelijk Werkgeversverbond, drs. J.C. Blankert, zei daarover vorige maand in deze krant: “Natuurlijk, loonkostenmatiging zou heel mooi zijn, maar daarvoor heb ik geen centrale aanbeveling of afspraak nodig. Als ik zelf in het CAO-overleg mijn tegenspelers er niet van kan overtuigen dat iets absoluut noodzakelijk is of juist absoluut niet kan, dan helpt een centrale afspraak of aanbeveling daarover ook niet. Bovendien, bedenk wel, ook al zou je nog zulke fantastische centrale aanbevelingen maken, voor een belangrijk deel van de marktsector gaan ze voor 1993 al niet meer op, want daar zijn de CAO's al voor afgesloten”.

Het is volgens Stekelenburg nog te vroeg om te concluderen dat de strategie van de vakbeweging - "werk voor inkomen' - nu is mislukt. Want ook al komt er dan geen "centrale aanbeveling', niets belet de bonden immers in het CAO-overleg deze koers te beproeven. “Maar zonder de ruggesteun van een centrale afspraak is het risico veel groter dat werkgevers vakbondseisen gaan afkopen. Dan wordt het voor de vakbondsonderhandelaars wel verdomd moeilijk hun achterban ervan te overtuigen dat het beter is om toch te blijven knokken voor meer banen.”