Roulette

Begin deze maand hebben futen op de Oude Rijn nog eens twee jongen uitgebroed. Daar erger ik mij wild aan!

Dat het er twee waren, weet ik trouwens nu pas. Eerst zag je alleen maar zo'n opgeblazen fuut met een piepende rug op het water drijven, een beeld uit mei dat als een hardvochtige grap werd geprojecteerd op september.

Het is niet voor de folklore dat futen hun jongen op de rug houden. Ze worden stelselmatig te vroeg geboren en het plekje op de rug is in feite hun couveuse. In mei al is de warmte van dat plekje een levensvoorwaarde, laat staan in september.

Gisteren lag het ene jong, het zwakste natuurlijk, hulpeloos klagend náást zijn ouder. De rug werd geheel in beslag genomen door het andere. Maar veel zal het op den duur niet uitmaken, niet meer dan het verschil tussen kansloos en bijna kansloos. Want behalve de kou heb je de jonger. Het wemelt in de Oude Rijn van de visjes die nodig zijn om van kleine futen grote te maken, maar door het eendekroos is het stikdonker daar beneden, ze zijn nauwelijks te vangen.

En dan zijn er mensen die geloven in survival of the fittest. Zij zien systeem in de natuur, een begrijpelijke ordening, misschien zelfs wel een bedoeling. Ik niet. Als je in september uit een futeëi komt kruipen, zie je niets dan noodlot, willekeur.

    • Koos van Zomeren