Rooie Vrouwen moeten zich weer bewijzen; "Liefde loont niet. Een beetje brutaler mag het wel worden'

BENNEKOM, 14 SEPT. “Ga in de aanval. Vermijd de rol van slachtoffer.

Het is niet aan anderen om te bepalen of een beweging dood is, dat bepalen zij die de beweging dragen''. Mária van Veen, de voorzitster van de vrouwenbond FNV, zette zaterdag de toon tijdens een bijeenkomst van de Rooie Vrouwen in de PvdA. Van Veen was als gastspreekster uitgenodigd om de aanwezigen een hart onder de riem te steken. Ongeveer honderd vrouwen waren naar het vormingscentrum De Born in Bennekom getogen om zich te beraden over de toekomst van hun organisatie die geld en medewerkers moet inleveren mede als gevolg van het ledenverlies van de PvdA.

Vlak voor het begin van de bijeenkomst arriveerde een fax van het PvdA-voorzittersduo Rottenberg en Vreeman waarin zij meedeelden dat het budget van de Rooie Vrouwen, nu zes ton, in 1993 350.000 gulden zal bedragen. Van de organisatie wordt wel verwacht dat zij in het vernieuwingsproces van de PvdA een actieve en duidelijk herkenbare rol speelt. Met andere woorden: de Rooie Vrouwen moeten hun bestaansrecht bewijzen.

Opnieuw - want al eerder in de geschiedenis van de PvdA heeft het bestaansrecht van een aparte vrouwenorganisatie ter discussie gestaan. In 1971 bijvoorbeeld toen het Vrouwencontact, de voorloper van de Rooie Vrouwen, nauwelijks aantrekkingskracht uitoefende op jonge vrouwen van buiten de partij. Die voelden zich meer aangetrokken door het elan dat actiegroepen als Man-Vrouw-Maatschappij en Dolle Mina uitstraalden. Het ledenbestand van het Vrouwencontact kalfde allengs af, het toenmalige hoofdbestuur luidde de noodklok en ook toen was De Born plaats van samenkomst.

De uitkomst van de studieconferentie in november 1971 was dezelfde als die van afgelopen zaterdag: binnen de PvdA is nog steeds een vrouwenorganisatie nodig. “Iedere onderdrukte groep moet zijn eigen bevrijding veroveren. Dat geldt ook voor vrouwen. Mensen die zelf niet onder ongelijkheid lijden, zullen de ongelijkheid van anderen minder gauw ontdekken. Het Vrouwencontact is dan ook nodig om meningen van groepen vrouwelijke leden kenbaar te maken (...)” aldus het verslag van de conferentie in '71.

De strijdpunten die toen werden geformuleerd: doorbreking van rolpatronen, eerlijker verdeling van het werk binnen- en buitenshuis en grotere gelijkheid van inkomens zijn volgens Mária van Veen nog steeds actueel. “Er is natuurlijk het een en ander bereikt, maar bijvoorbeeld het feit dat vrouwen massaal zijn toegetreden tot de arbeidsmarkt zegt op zich nog niets over de kwaliteit van de arbeid en de hoogte van het inkomen. Nog steeds is er sprake van inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Nog steeds is er onvoldoende kinderopvang”.

De aanval openen en het debat aangaan. Haar boodschap bleek zaterdag niet aan dovemansoren gericht. Verschillende spreeksters pleitten voor heropening van het debat met de vakbeweging en met de regering over de 32-urige werkweek. Over de hoogte van de salarissen in de zorgsector. Over de vraag wat Europa '92 concreet voor vrouwen betekent. En de aanval openen op de mensen die zeggen dat “vrouwen nu toch gelijke rechten hebben” en dat “de emancipatie is voltooid”.

Al in 1972 wees Joke Smit op het probleem van vrouwenorganisaties binnen politieke partijen. Zij kunnen een nuttig instrument zijn maar, zo schreef zij in het maandblad Socialisme en Democratie, er is ook een probleem: “Want die vrouwenorganisaties zijn niet opgezet om de belangen van vrouwen een kans te geven via de politiek maar om de politiek een kans te geven bij de vrouw. Met het gevolg dat zij een subcultuur vormen, zonder de geruchtmakende hobby's en het lastigheidseffect waarmee jongerenorganisaties nog wel eens iets voor elkaar krijgen”.

Geruchtmakend en lastig zijn ze wel geweest en soms denkt Willemien Ruygrok met heimwee terug aan de vergaderingen, begin jaren zeventig, van het toenmalige Vrouwencontact met Liesbeth den Uyl, Ien van den Heuvel en Ali Slagt. “We organiseerden ons steeds op één issue. Bijvoorbeeld abortus of de manier waarop vrouwen in de reclame werden afgebeeld. Daarvoor gingen we de straat op. Wanneer je nu iets wilt, moet je eerst een alomvattende nota plus financiële onderbouwing op tafel leggen”, verzucht ze. Ruygrok zat tot vorig jaar in het landelijk bestuur van de Rooie Vrouwen. Nu is ze belast met het eindredacteurschap van het RV-magazine.

Ze heeft, zegt ze, de aanval van Rottenberg en Vreeman zien aankomen. Al een jaar of vijf bespeurt ze binnen de PvdA een zekere desinteresse voor vrouwenissues. Ze pleit de Rooie Vrouwen evenwel niet vrij: “We zijn in de valkuil getrapt. We hebben ons aangepast in de hoop dat onze boodschap beter over zou komen. Maar liefde loont niet, dat blijkt. Een beetje brutaler mag het van mij wel worden”.