President Bundesbank valt beetje van zijn geloof af

BONN, 14 SEPT. Nu is Bundesbank-president Helmut Schlesinger (67), de Duitse monetaire overgangspaus (hij nam anderhalf jaar geleden de leiding over van Karl-Otto Pöhl en gaat volgend jaar met pensioen), toch een beetje van zijn geloof gevallen. Want, hoe beperkt het besluit tot verlaging van de Duitse disconto- en lombardrente ook mag zijn uitgevallen, de maandenlange druk uit Bonn en bevriende hoofdsteden heeft het verzet van de Bundesbank dan toch gebroken.

Meer nog: de psychologische betekenis van het verrassende monetaire zwenkinkje van de Duitse centrale bank werkt in diverse richtingen tegelijk. De stap van de strenge Frankfurtse stabiliteitsbewakers is immers niet alleen een monetair signaal dat in landen met lage inflatie en hoge werkloosheid als Frankrijk en Groot-Brittannië wordt verwelkomd. Nee, het is ook een, zij het beperkt, gebaar in de richting van de sukkelende Amerikaanse economie die de kansen op herverkiezing van president Bush zo ongunstig beinvloedt.

Voorts is het een gebaar dat, gezien de rol van de D-mark als belangrijkste Europese en tweede wereldvaluta (na de dollar), voor een veelgevraagde impuls zorgt nu zelfs de Japanse economie stagnatieverschijnselen vertoont. Bovendien zal het, mede gelet op de timing, een belangrijke rol spelen in het EG-debat over de toekomstige, wat Frankfurt betreft absoluut onafhankelijke, rol van de toekomstige Europese centrale bank.

Het is geen toeval dat juist in Italië en Frankrijk zo verheugd is gereageerd op de Duitse stap. Voor zover het besluit van vanmorgen óók met politieke druk te maken heeft, komt dat immers precies tegemoet aan wat, bijvoorbeeld, president Mitterrand vindt aangaande het primaat van “de politiek”, de regeringen, de Europese ministerraad, boven de monetaire beslissers. Over zes dagen is het Franse referendum over de verdragen van Maastricht (en dus ook over het EMU-verdrag).

Zo gezien kwam er dit keer in Parijs goed nieuws uit Frankfurt. Maar in Duitsland zou dadelijk een omgekeerd effect kunnen gelden: de vrees bij velen dat de stabiele D-mark via het EMU-verdrag straks ,.verkwanseld” wordt aan (Zuideuropese) landen met een riskant lichtzinnig, want “verpolitiekt”, monetair beleid, zou in Duitsland wel eens nieuw voedsel kunnen krijgen. Ook wat dat betreft is het te begrijpen dat de Bundesbank vanmorgen maar een heel kleine stap heeft gezet. Wat trouwens niet uitsluit dat nieuwe stappen zullen volgen, want dat de schijnwerpers op de internationale geldmarkten zullen zwenken van de lire naar de “naastzwakkere” Europese valuta, lijkt aannemelijk.

Schlesinger ontkende vanmorgen niet dat de motieven die de Bundesbank voor haar politiek van hoge rente de afgelopen maanden hanteerde nog steeds gelden. Het kostenniveau van de Duitse industrie is onverminderd te hoog, het door de kanselier voorgestelde brede solidariteitspact is er zeker niet voor eind dit jaar. De liquiditeitsgroei in Duitsland is nog steeds tweemaal zo groot als de Bundesbank begin dit jaar als doelstelling formuleerde (3,5 tot 5,5 procent).

Pag.11: Bundesbank wijkt voor toestand Duitse economie

De Duits inflatie daalde in augustus weliswaar tot 3,5 procent, maar dat was gezien de doelstelling van de centrale bank (2 procent) en de raming over heel 1992 (4,5 tot 4,8) nog niet meer dan een vermoedelijk toevallige zomerzwaluw. Wèl kunnen, zoals dat ook al in de versomberde geluiden uit Bonn te horen was, de recente verslechtering van de Duitse economische situatie en de vrees voor een recessie, een zwaardere rol hebben gespeeld in de directie van de bank, die al bij haar rentebesluit in juli enigszins aarzelde tussen remmen en gasgeven.

Bij het beeld dat de internationale geldmarkten en “de politiek” Schlesinger c.s. hebben gedwongen om hun monetaire rechtzinnigheid althans enigszins te relativeren, past ook wat de bankpresident zei over de spanningen op de valutamarkten. Tegen een “gat” van bijna zes procent tussen bijvoorbeeld het Amerikaanse disconto (3 preocent) en het Duitse heeft volgens Schlesinger tot “te grote spanningen” geleid. Twee maanden geleden bij de discontoverhoging van toen, en vorige week nog in een overleg met de EG-partners in het Britse Bath waar Frankfurt in de beklaagdenbank werd gezet, had hij zich nog verweerd met opmerkingen als: “een renteverlaging moet worden verdiend, niet alleen maar afgekondigd”. Dat was vorige week, vandaag is het een beetje anders geworden.