Postmoderne nederwiet

Nederland verandert. Wie twintig jaar geleden in een donkerbruin jeugdhonk in Drachten of Spijkenisse zijn eerste stickie opstak, kon nog verbaasde reacties krijgen als: “Wauw, wat is dat? Het lijkt wel een sigaar!” Zodra de waarheid duidelijk werd, hoorde de roker bij de species "Langharig Tuig'. Kinderen en huisdieren werden binnengehouden als hij langskwam.

Nu worden zakelijke deals tussen beursspeculanten al bezegeld met een blowtje op het terras. Voetbalsupporters combineren de traditionele bierconsumptie voor de wedstrijd met een paar stevige joints. Topambtenaren en politiecommissarissen buitelen over elkaar heen met pleidooien voor legalisering van soft drugs.

Legalisering mag vooralsnog een stap te ver zijn, geseculariseerd is het gebruik van soft drugs al lang en breed. Wie nog, zoals in de "geestverruimende' jaren zestig, met een vroom gezicht uit het Tibetaanse Dodenboek voorleest tijdens het rondgaan van de vredespijp, staat al snel te boek als een ordinaire uitslover. Rook maar gewoon, dan rook je gek genoeg, is het motto van de postmoderne "pothead', die er met zijn partner op de bank eentje opsteekt tijdens een reclamepauze in de avondvullende speelfilm.

De aanschaf gebeurt, geheel passend, in de supermarktsfeer. De grote steden hebben al verkooppunten met een loket: beambten schuiven vanachter kogelvrij glas de voorgesneden porties door een rolluik. Intussen wordt in talloze kelders en zolderkamers, onder hittelampen en met geautomatiseerde irrigatiesystemen, "Nederwiet' geteeld die tot de beste marihuanasoorten ter wereld schijnt te behoren.

Gelukkig klinken er de laatste tijd ook tegenstemmen. Een hoge ambtenaar van van WVC sprak onlangs zijn vrees uit dat het drugbeleid zijn liberale karakter verliest. De directeur van de Amsterdamse Jellinek-kliniek waarschuwde voor hasjverslavingen, de CRI deed de suggestie om Nederwiet op de lijst van hard drugs te zetten. Een goed idee: verboden vruchten smaken het zoetst. Want Nederland rookt nu wel, maar de lol is eraf.