Palestijnen moeten het eerst onderling eens worden

Israel en de Arabische betrokkenen hervatten vandaag in Washington hun vredesoverleg. Verwacht wordt dat Israel en Syrië tot enig resultaat zullen komen; wat de gesprekken met de Palestijnen zullen opleveren, is volstrekt onvoorspelbaar.

Na een onderbreking van tien dagen worden vandaag in Washington de bilaterale vredesonderhandelingen tussen Israel en zijn Arabische buren hervat. Niemand weet hoeveel vooruitgang de partijen onder druk van de Amerikanen de komende weken zullen boeken. Want de afgelopen weken liepen de zaken volstrekt anders dan de spelers zelf hadden verwacht.

En maand geleden dacht iedereen dat de onderhandelingen over PISGA (Palestijns interim zelfbestuur in de bezette gebieden) betrekkelijk gemakkelijk zouden verlopen en dat de gesprekken tussen Israel en Syrië onmiddellijk zouden verzanden. Tot verbazing van de deelnemers gebeurde precies het omgekeerde: Israel en de Palestijnen bleven steken in standpunten die elkaar principieel uitsluiten, terwijl Israel en Syrië een veel grotere mate van begrip voor elkaars standpunten toonden dan men ooit voor mogelijk had gehouden.

De Palestijnse onderhandelaars kampen namelijk met het probleem dat zij geen centrum hebben waar de beslissingen eenduidig worden genomen. Naar buiten toe stellen zij dat de PLO alle aanwijzingen geeft. Maar de werkelijkheid is dat zowel de PLO in Tunis als de gedelegeerden vanuit de bezette gebieden verdeeld zijn over de concessies die de Palestijnen in het huidige onderhandelingsstadium noodzakelijkerwijs moeten doen. Nabil Sha'ath, de naaste adviseur van PLO-leider Arafat, is dan ook in Washington niet de leider achter de schermen van de Palestijnse delegatie die knopen doorhakt, maar de man die de zeer uit elkaar lopende meningen onder één noemer probeert te schuiven.

De inter-Palestijnse discussie gaat voornamelijk tussen de "pragmatici' die snel tot een minimale overeenkomst met Israel over PISGA willen komen, en de "principiëlen' die de Palestijnse onafhankelijke staat waarvan zij dromen, nu al veilig willen stellen. Die scheidslijn loopt door alle partijen. Want vele gedelegeerden zijn bang dat zij - juist op het moment dat de Palestijnse staat in zicht lijkt te komen - te veel concessies doen en later van "uitverkoop' of "capitulatie' beschuldigd kunnen worden.

Binnen de Palestijnse delegatie zijn de pragmatici dan ook de laatste tijd voortdurend in de weer om hun principiële collega's op andere gedachten te brengen, zodat zij hun aandacht niet langer richten op datgene wat wenselijk, maar op datgene wat mogelijk is. Zo'n massage kost veel tijd en energie. De pragmatici weten dan ook nog helemaal niet hoeveel succes zij daarmee zullen hebben.

Tunis, ook wel de "buiten-PLO' genoemd, is namelijk op een groot aantal punten net zo verdeeld als de "binnen-PLO' in de bezette gebieden. Yasser Arafat bij voorbeeld, die voortdurend tussen beide kampen zwenkt om de Palestijnse eenheid en zijn eigen machtspositie te bewaren, lijkt de laatste tijd weer wat meer in de richting van de principiëlen op te schuiven - reden voor niet langer verhulde irritatie bij een aantal leden van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie. Abu Mazen, lid van het Uitvoerend Comité (het dagelijks bestuur) van de PLO, zou daarentegen op een aantal punten een stuk soepeler zijn; hij laat, zo vertellen zij, de Palestijnse delegatieleden regelmatig weten dat hij zal proberen om "de Oude' op betere gedachten te brengen.

De andere delegaties hoeven elkaar in eigen kring niet te overtuigen, zij krijgen instructies van hun regeringen. Alleen de Libanese regering kan dat niet doen omdat zij geen eigen onderhandelingsvrijheid heeft en op instructies van de Syrische regering moet wachten.

Aan Arabische kant heeft de Syrische regering het tot dusver het gemakkelijkst: de overgrote meerderheid van de Syrische bevolking gelooft al lang niet meer in zin of nut van de eindeloos durende oorlog tegen Israel. Zeer veel Syriërs denken juist dat die oorlogstoestand een mooi alibi voor de machthebbers is om hun eigen zakken te spekken en het binnenlandse onderdrukkingsapparaat te handhaven. President Assad heeft dus vrij spel als hij zijn vredesbereidheid te kennen geeft, in ruil voor de totale teruggave van de Golan.

Israels premier Rabin moet op dezelfde manier als de Palestijnse pragmatici masage-technieken toepassen. Hij heeft de afgelopen weken zijn landgenoten in alle toonaarden laten weten dat zij hun dromen over Erets Israel oftewel Groot-Israel (in werkelijkheid nog steeds een piepklein gebied, dat zich uitstrekt van de Middellandse Zee tot de rivier de Jordaan) wel kunnen vergeten. Hij heeft hun bovendien duidelijk gemaakt dat als zij inderdaad vrede met Syrië willen, op zijn minst enige gebiedsafstand op de Golan noodzakelijk is.

De nogal ruwe manier waarop hij dat deed (zo vertelde hij de kolonisten die zich nota bene op aandrang van zijn eigen partij op de Golan hebben gevestigd, dat het aantal nederzettingen daar niet relevant is) heeft buiten Israel grote voldoening gewekt en binnen Israel een felle discussie op gang gebracht. Want niet alleen binnen Rabins Arbeidspartij, zelfs binnen zijn coalitiepartner Merets, die links van de Arbeidspartij staat, zijn velen doodongelukkig over het idee dat de in 1981 geannexeerde Golan-hoogten (of delen van de Golan) in de toekomst niet langer in handen van Israel zullen zijn. De ervaringen met de Syrische buurman zijn de afgelopen 44 jaar zodanig geweest, dat er op alle echelons in Israel een enorme angst voor, haat tegen en wantrouwen jegens Syrië bestaat. Die gevoelens moeten eerst worden afgebroken voordat men ècht tot zaken kan overgaan.

Mede om die reden heeft Rabin zijn bereidheid te kennen gegeven om een tussentijdse veiligheidsovereenkomst met Syrië te sluiten. Tot nu toe heeft hij met grote stelligheid verklaard dat Syrië onder geen beding de hele Golan terugkrijgt. Maar iedereen in Israel herinnert zich dat premier Menahem Begin in 1978 precies hetzelfde beloofde over de Sinai, die nooit en te nimmer integraal aan Egypte zou worden teruggegeven.

Ook de vredesscenario's die nu in Israel de ronde doen, lijken als twee druppels water op hetgeen Begin in 1978 zonder succes aan president Sadat voorstelde. Ook nu weer denkt men in Israel dat het bij voorbeeld mogelijk is president Assad een "Hongkong-oplossing' aan te bieden: Israel zou dan de Syrische soevereiniteit over de hele Golan erkennen, maar ten behoeve van zijn veiligheid een deel van het gebied gedurende een nog vast te stellen periode leasen.

De Amerikanen zullen Rabin intussen wel hebben verteld dat dit voor president Assad onacceptabele ideeën zijn en dus onhaalbare wensvoorstellingen. In plaats daarvan overweegt men in Washington om voor een onbepaalde tijd Amerikaanse troepen als buffer-strijdmacht op de toppen van de Golan te legeren. Daarmee zou de strategische betekenis van het gebied voor zowel Israel als Syrië in één klap veel minder belangrijk worden.

Het Amerikaanse idee sluit mooi aan bij het door Rabin geopperde voorstel om met een tussentijdse veiligheidsovereenkomst te beginnen, en pas daarna tot een "totale' vrede te komen. Het zou Assad gezichtverlies besparen, omdat in de ook door hem aanvaarde "Nieuwe Wereldorde' de stationering van Amerikaanse troepen op de Golan in principe acceptabeler is dan de aanwezigheid van het Israelische leger. En het zou de Israelische regering wat meer adempauze geven om de nederzettingen op de Golan geleidelijk op te heffen.

Maar voordat die oplossing officieel wordt gepresenteerd, moeten de partijen eerst nog een tijdje aan elkaar wennen. Zij moeten eerst de oorlogspropaganda geleidelijk afbouwen en in de officiële onderhandelingen nog een tijdje mooi weer spelen. Pas daarna kunnen er zaken worden gedaan - niet tussen regeringsambtenaren, maar op het niveau van de regeringsleiders of hun naaste vertrouwelingen.

Vandaar dat men verwacht dat Syrië en Israel eind deze maand als resultaat van deze onderhandelingsronde een document tekenen met wederzijds acceptabele en zeer algemeen gehouden principes. Het verloop van de Palestijns-Israelische besprekingen durft niemand te voorspellen.