Opzet van 'Het Capitool' na twaalf jaar gewijzigd

De opzet van het programma Het Capitool is na twaalf jaar gewijzigd.

Ging in het verleden elke zondagmiddag een viertal deskundigen drie kwartier lang met elkaar in discussie, met ingang van gisteren is het programma gesplitst in een discussie van een half uur en een interview van een kwartier. Deze "nieuwe formule' beoogt volgens de programmamakers het in de rechtstreekse uitzending brengen van meer tempo en een hoger informatief gehalte.

In het beste geval ontstond in het-Capitool-oude-formule een beschouwelijk gesprek tussen vier welingelichte, helder formulerende betrokkenen, dat zich boven de kortstondige opwinding van de alledaagse media verhief. Mits de gasten juist waren geselecteerd en de discussie goed werd geleid, kon een Capitool-discussie de kijker in drie kwartier het gehele spectrum aan standpunten bieden dat redelijkerwijs rond een bepaalde problematiek viel aan te voeren. Zo kon men zich thuis bijna spelenderwijs een oordeel vormen. In de nieuwe opzet, bleek gisteren, is met die traditie drastisch gebroken.

Dit is niet de plaats om in te gaan op de inhoud van het gesprek tussen de Rotterdamse hoofdcommissaris van politie Hessing en het VVD-Kamerlid Dijkstal - over het voorgenomen onderzoek naar de vrije-herone-verstrekking - de belangrijkste opmerkingen van Nederlandse-Bank-president W. Duisenberg over het verdrag van Maastricht, gisteren gemaakt in Het Capitool, zijn ongetwijfeld ook elders te lezen. Gezegd moet, dat de beide onderdelen, "Het Interview' en "De Discussie', van een heel behoorlijk journalistiek niveau waren. Toch is het jammer dat de vorm van het ronde-tafel-gesprek verlaten is, want wat overbleef is niet meer dan twee "items' die in een reguliere actualiteitenrubriek niet zouden misstaan.

In plaats van "dichter tegen de actualiteit aan' te willen zitten, had Het Capitool beter kunnen overwegen de aloude en wellicht wat versleten discussievorm iets meer afstandelijke beschouwing mee te geven. Onlangs was op de BBC-televisie een discussie te zien tussen een zeer heterogeen groepje genodigden, waaronder een parlementslid, een schrijver en een journalist. Het thema was de toenemende zichtbaarheid en gemakkelijker aanvaarding van geweld en wreedheid. Ook op de Duitse televisie is het met regelmaat te zien: een algemene, niet aan een bepaald nieuwsfeit "opgehangen' problematiek wordt vanuit zeer uiteenlopende disciplines ontleed en verklaard.

Deze wat abstractere vorm van discussiëren tussen weldenkende mensen uit zeer uiteenlopende beroepsgroepen ontbeert de Nederlandse televisie node. Wat de NOS nu maakt is niet meer dan een zondagmiddag-supplement van NOS-Laat.

    • Tom Rooduijn