Monarchie en Europa (2)

In zijn column "Heeft de monarchie nog toekomst?' merkt H.A. van Wijnen op dat de prins van Oranje niet uit de geschikte klei zou zijn gekneed om zijn moeder met de vereiste geestdrift op te volgen.

Wat de prins van Oranje tot nu toe aan openbare taken heeft vervuld heeft hij uitstekend gedaan. Dat hij zich terughoudend opstelt is een gevolg van de opvoeding door zijn ouders in het besef dat een koningskind erg kwetsbaar is in deze tijd van genadeloze journalistiek in binnen- en buitenland.

In de persoonlijkheid van onze koningin herkennen wij de wijsheid en de warmte van haar moeder prinses Juliana en het organisatievermogen en de energie van haar vader prins Bernhard. En zo kunnen wij ook eigenschappen van koningin Wilhelmina, prins Hendrik en koningin Emma ontdekken.

Het is onjuist om te stellen dat de koningin de evenknie zou willen zijn van de ministers, opgewassen wil zijn tegen het kabinet. De koningin is een volwaardig lid van de regering die werkt onder ministeriële verantwoordelijkheid. De koningin werkt met een bescheiden staf samen met en in de regering, niet ertegen. Zij schrijft geen wetsontwerpen, daar hebben de ministers hun enorme departementen voor.

Ten slotte stelt Van Wijnen dat de door hem veronderstelde opvatting van de koningin niet is wat het grote publiek en de politiek van het koningschap verwachten. Onze ervaring is echter dat een ruime meerderheid in ons volk en van onze politici zeer wel met de manier van werken van de koningin instemt.

Presidenten hebben het nadeel uit één partij te komen. Zelfs de bewonderde Duitse president von Weizsäcker weet niet precies hoe het hoort gezien zijn in het openbaar geuite meningsverschillen met zijn minister-president.

Geen koning meer in Nederland maar een partijpolitieke president? Dan gooien we iets heel waardevols in ons Nederlandse staatsbestel overboord.