Monarchie en Europa (1)

De vraag naar de plaats van de Nederlandse monarchie in een zich verenigend Europa in de column van H.A. van Wijnen (NRC Handelsblad, 5 september), is eenvoudig te beantwoorden. Er zijn maar twee mogelijkheden. Nederland blijft wel soeverein of niet soeverein.

Het eerste veronderstelt een Europese confederatie ("statenbond'), zoals de huidige EG. Daarin worden nu economische, later mogelijk ook andere, besluiten genomen op een niveau boven de soevereine lidstaten, dat daarom supranationaal ("bovenstatelijk') heet. Onjuist is de uitdrukking, dat de staten daarvoor soevereiniteit overdragen; zij dragen slechts bevoegdheden over. Hun soevereiniteit blijft onverlet, want die omvat mede de bevoegdheid over de eigen bevoegdheden: de "bevoegdheidsbevoegdheid', in het Duits Kompetenzkompetenz. Zij bepalen ook zelf hun staatsvorm. De EG omvat zes monarchieën en zes republieken. De Duitse Bond telde, naast vier vrije steden, uitsluitend monarchieën.

Het tweede is het geval in een Europese federatie ("bondsstaat'). Die heeft geen lidstaten, maar deelstaten. Deze zijn niet soeverein, maar autonoom, op een infranationaal ("onderstatelijk') niveau. De federatie is soeverein; zij heeft de "bevoegdheidsbevoegdheid'. De deelstaten bepalen ook niet hun eigen staatsvorm. Hierin past geen monarchie, omdat de monarch, hoewel zelf niet soeverein, wel soevereiniteit belichaamt. Zonder staatssoevereiniteit geen "koning'. De geschiedenis kent ook geen voorbeelden van monarchieën als deel van een federatie.

Een Europese eenheidsstaat is echter uitgesloten. Het wereldpolitieke systeem ontwikkelt zich van bipolair en federatief (VS en Sovje-Unie) naar multipolair en confederatief.