LEVE LINSCHOTEN

Toen ik las dat de geheime dienst van het CDA met het voorstel was gekomen de 007's van de sociale dienst op pad te sturen met de opdracht te ontdekken, welke bijstandstrekkers in een nieuwe auto reden, dacht ik: Ridicuul; en daarna wat je omstanders weleens hoort zeggen als een agent een voetgangster van zestien beboet nadat ze een rood licht heeft genegeerd: Ga dieven vangen.

Intussen heb ik gelezen dat de heer R. Linschoten, lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer ook - onafhankelijk van mij - "Ridicuul' heeft gedacht en gezegd, en dat dit bij zijn partij niet in goede aarde is gevallen. Waarom blijft dit plan der Christen-democraten niettemin ridicuul, zelfs al zijn zij en de liberalen en de hele Tweede Kamer vijanden van alle fraude?

Ten eerste omdat het aantal bijstandstrekkers dat in een nieuwe auto rijdt geen files zal veroorzaken. Het aantal ambtenaren dat moet worden gemobiliseerd om deze ontoelaatbaar fraai gemotoriseerden op te sporen zal misschien wel zo groot zijn dat de overheid van hun loonkosten en afschrijving in geavanceerde opsporingsapparatuur nuttiger dingen zou kunnen doen, terwijl de fraudeur via de benzineaccijns toch weer, zij het oneigenlijk, meer tot de staatskas bijdraagt dan ware hij niet gemotoriseerd geweest. Met andere woorden: doelmatigheid levert hier meer op dan rechtvaardigheid.

Ten tweede is het niet uitgesloten dat een zuinige langdurige bijstandstrekker zo lang heeft gespaard dat hij zich een legitiem pandaatje heeft kunnen aanschaffen. Die zuinigheid, een Hollandse deugd, mag niet worden gestraft.

Ten derde zit aan dit denkbeeld van het CDA een luchtje: dat van de burennijd. Ook wie geen bijstand geniet en zich een nieuwe auto aanschaft, loopt grote kans dat hij door de buren van achter het raam wordt begroet met een onhoorbaar "Waar doet-ie het van!' Iedere nieuwe auto is voor de buren een te grote auto: dat is een stelling die niet alleen maar al te vaak voor bijstandsbuurten op gaat. Waar die vraag klemmend genoeg wordt gesteld, sluimert verraad. Buurman grijpt de telefoon en adviseert met verdraaide stem de sociale opsporingsdienst dat die eens daar en daar moet gaan kijken. Dit "tipgeven' komt niet voort uit christelijke naasteliefde of zorg om de rechtvaardige verdeling der lasten en inkomsten. Er is hier geen christelijke of liberale deugd aan het werk.

Samenvattend komen we tot de slotsom dat het perfectionisme, ten grondslag liggend aan het plan tot opsporing van deze bijstandsautomobilisten, zich tegen zichzelf keert. Het kost de staat meer dan het hem oplevert en intussen komen twee christelijke deugden in het gedrang. De heer Linschoten heeft dit meteen goed doorzien; het CDA en zijn eigen partij zouden hem dankbaar moeten zijn dat hij een misstap heeft voorkomen.

Ik kom tot mijn eigen toevoeging die ik achter het "ridicuul' aan dacht; het "Ga dieven vangen'. Vorige week woensdag publiceerde deze krant een gesprek met de heer A. Kloosterman, chef van de Arnhemse recherche. Driekwart van de zaken die bij zijn dienst worden aangegeven “valt over de rand”, meldt de kop. In de tekst is het nog erger: “Met vierduizend van de vijfduizend aangiftes die per jaar in Arnhem binnenkomen, wordt niets gedaan”. Het gaat over “verkrachting, mishandeling, bankovervallen, geweldpleging en inbraken”. Later sprak ik de heer Kloosterman in een radio-uitzending. Hij zei: “We doen niet meer aan misdaadbestrijding zoals het publiek misschien nog denkt. We doen aan misdaadbeheersing”.

We weten allemaal hoe gemakkelijk het is, de misstand van je voorkeur tot de meest verwaarloosde te verklaren. Ook is het algemeen bekend dat het landsbestuur in de postmoderne tijd met de dag ingewikkelder wordt. Het is niet zo dat kamerleden, ambtenaren en ministers op afroep of een aanbeveling uit de burgerij het ene kunnen laten om het andere te gaan doen. Ook kunnen we geen appels met peren vergelijken. Maar er zijn grenzen. Daarachter begint de niet geringe afstand tussen de politiek en het volk, zoals die zaterdag nog uitvoerig door Ben Knapen is gesignaleerd.

Het vraagstuk van de Nederlandse politiek in dit opzicht is dikwijls een conflict tussen perfectionisme en prioriteiten. Het perfectionisme drukt zich hier uit in de voortgezette achtervolging van bijstandtrekkers die zich niet schamen om in een nieuwe auto rond te rijden. De prioriteit is de verkrachting, de mishandeling, de bankoverval, de geweldpleging en de inbraak; dit soort delict dat in Gelderland blijkbaar niet meer wordt bestreden maar beheerst. Deze formulering waarvan de heer Kloosterman zich in alle ernst bediende, is op zichzelf zo onthutsend dat ieder denkbeeld aan een bijstandstrekker in een Rolls Royce voor ieder kamerlid daarbij in het niet zou moeten zinken.

Vandaar dat de VVD de heer Linschoten om zijn "Ridicuul' moet eren in plaats van hem te schrobberen. Hij is liberaler en laat ons hopen ook doelmatiger dan de Christen-democraten die de achtervolging van een enkel nieuw autootje hebben ingezet.