Jury Gaudeamus bekroont broeierig expressionisme

Internationale Gaudeamus Muziekweek. Gehoord: 8-13/9 op diverse plaatsen in Amsterdam.

Avant-garde: in de jaren vijftig en zestig jacht naar het onvoorspelbare, liefst onvoorstelbare. Daarna een zich behaaglijk schurken in nieuwe klankkleuren in de hang naar neo-Romantiek. Maar iets van het oorspronkelijke elan in een zin naar avontuur leek tijdens de Gaudeamus Muziekweek terug te keren in de trend van het neo-Expressionisme, een muziek met weerhaken, veel tegenstand, gelijktijdigheden, dubbelzinnigheden, Varèse, Antonin Artaud (muzikaal pendant van het theater van de wreedheid).

Niets voor niets bekroonde de jury, bestaande uit Zygmunt Krauze, Jorge Anthunes en Jan Vriend zondagmiddag in de Beurs van Berlage de Duitse Jörg Birkenkötter met de Gaudeamus-prijs van tienduizend gulden en viel de Spanjaard Ramon Lazkano een speciale vermelding ten deel. Want Birkenkötters Klänge Schatten voor kamerensemble is puur expressionistisch: donkere kleuren, broeierig, wrang en wroetend. Vaak prachtig gevonden klankkleuren, bewegingloos maar wel met veel innerlijke drang, zeker niet vrijblijvend esthetisch. Bescheiden vroeg de componist zich in de programmatoelichting af: Zwischen fremden Klangen mein Klang? en dat blijft de vraag, want dáárvoor hoorde ik nog te veel Nono en Lachenmann en viel vooral de schaduw van Wolfgang Rihm duidelijk over de partituur.

Birkenkötter laat alles ten slotte oplossen in één enkele A voor de soloviool, een voor mij te gemakkelijke uitkomst. Maar dat gold in nog sterkere mate het kolossaal opgeblazen orkestwerk Origins van de Amerikaan Joshua Feinberg, ook hier vulkanische activiteit en giftige atmosfeer, want Origins is zelfs letterlijk beïnvloed door de idee van de anorganische oersoep, van waaruit ons leven is voortgekomen. Die oersoep transformeerde meer op papier dan in de klankwaarneming, de opzet was imposant, maar verder wist de componist het ook niet meer, dan maar die ene toon aan het eind. Daarmee was juist Jan Vriends Hallelujah I, ook voor reusachtig symfonieorkest en ook al met de evolutie als onderwerp, begonnen. En met welk een verschil! Want Vriend wist wel degelijk zijn energieën te leiden in een muziek die als het ware met bloedende handen is gecomponeerd, met een onuitwisselbare expressie, een verpletterende ervaring.

Het Italiaanse tutto delicatissimo viel daartegen weg, maar de bijdrage van enigszins vrijblijvende Donatoni-discipelen was dit jaar, waarschijnlijk door de eis van een jongere leeftijdsgrens, verwaarloosbaar. Marco Molteni's Maori's bij voorbeeld liep als een perfect geoliede machine om opeens in maat 39 af te breken in geheimzinnig zuchtende klankflarden, weer veel te gemakkelijk. De geest in de machine ontsnapte wel degelijk in Ombres de Feu voor acht celli van Ramon Lazkano, zeer dicht en woest, met tegen het slot opeens een spannende solo. Ook hyper-expressionistisch is het verheven slot, overigens niet te realiseren, zo moeilijk qua stokvoering, want met de muziekpraktijk worstelden er velen.

Natuurlijk had de muziekweek meer te bieden dan deze stoflagen van een niet uitgesproken expressie, zoals bij Lazkano. De Koreaanse Young Sug Schang had een soort van Kwik-, Kwek- en Kwakmuziekje voor pianoduo gecomponeerd, maar beweerde in de toelichting dat ze op zoek was naar de beweging van het universum. Dergelijke misverstanden zijn bij Gaudeamus overigens niet helemaal ongewoon, want componeren is iets anders dan toelichten.