Hoe wordt nieuwe strafcorner rendabel?

EINDHOVEN, 14 SEPT. Floris-Jan Bovelander maakte het afgelopen weekeinde in drie wedstrijden in het Top Vier-toernooi in Eindhoven maar één schamel doelpuntje. Dat is, een week voor de start van de hockeyhoofdklasse, hoogst ongewoon voor de topschutter uit Bloemendaal. Bovelander heeft echter de "nieuwe' strafcorner nog lang niet onder knie. “Het is me wel een beetje tegengevallen.”

Op gezag van de internationale hockeyfederatie FIH moeten Bovelander en alle andere hockeyers en hockeysters in de wereld de strafcorners anders gaan nemen. Het geldt voorlopig als een proef voor een jaar. De bestuurders vonden dat de corner te doeltreffend was geworden en daarom moet de bal in vergelijking met voorheen zo'n drie meter verder naar achteren worden aangeslagen, tot buiten de cirkel zelfs. Bovelander: “Er moet van grotere afstand op het doel worden geschoten. Dat gaat helaas ten koste van de zuiverheid.”

Maar Bovelander is er de man niet naar zich zorgen te maken. “Een beetje trainen, een beetje fantasiewerk, dan komt het wel goed.” Hij begon dit seizoen door de Olympische Spelen later met trainen dan de anderen en had zich in verband met de drukte voor Barcelona nog geen moment in de nieuwe corner verdiept. En dan valt het flink tegen om binnen twee weken een hele nieuwe techniek aan te leren. Bovendien heeft Bovelander geen trek om net zoals voor de Spelen meteen weer, zoals hij zegt, “duizend ballen per week” te gaan slaan.

Het aanleren zal dus even tijd kosten. Bovelander verwacht dat hij misschien pas over een half jaar de ballen echt weer vloeiend zal inschieten. Volgens Bloemendaal-coach Pieter Offerman draait alles om het ritme. De bal moet bij de nieuwe strafcorner door de stopper als het ware de cirkel worden "ingeduwd'. De schutter krijgt nu een rollende in plaats van een stilliggende bal voor zijn stick. Dat is een groot verschil. Verder is het in deze nieuwe situatie een probleem dat bij de meeste kunstgrasmatten de lijnen op het veld zijn geplakt en die van de cirkels de bal soms doen opspringen. Dat maakt het stoppen er niet makkelijker op.

Bovelander, één uit achttien, zal straks ongetwijfeld meer gaan scoren dan afgelopen weekeinde. Zijn coach Offerman rekent er echter op dat de specialist met de nieuwe corner niet meer de aantallen van vroeger zal halen. “Er zal door iedereen zeker minder worden gescoord uit de strafcorner. Floris-Jan heeft in een seizoen weleens een scoringspercentage van 46 procent gehaald. Ik denk dat hij nu hoogstens tot twintig kan komen.” Zorgen om zijn naam lijkt de nuchtere Bovelander zich niet te maken. “Misschien krijgen andere hockeyers nu eens wat meer aandacht”, zegt hij lachend.

Offerman geeft grif toe dat het voor Bloemendaal met een schutter als Bovelander in huis jammer is dat de vorm van de strafcorner is veranderd. “Natuurlijk is het nadelig voor ons, klaar, uit.” Offerman, in Barcelona assistent van bondscoach Hans Jorritsma, is echter van mening dat het verdwijnen van de "oude' strafcorner ook nadelig is voor het hockey als kijksport. “De corner hoorde erbij. Hij gaf altijd een bepaalde spanning. De mensen gingen er voor zitten, klapten, juichten. Nu is het net een lange corner.”

Zijn collega Mark Bouwman van HGC - ongeslagen winnaar van het Top Vier bij de mannen - vraagt zich af waarom de FIH geen andere ingreep heeft gedaan om de trefkans van de strafcorner te verminderen. “Een vijfde verdediger op de lijn erbij, bijvoorbeeld. Dat had al heel wat gescheeld.”

De doelman van HGC èn Oranje, Bart Looije, is daarentegen niet rouwig om de verandering. “Soms werd de bal twee, drie meter de cirkel in gespeeld. Dan stonden ze zowat voor je neus. De strafcorner werd echt te dominant. Nu heb ik meer tijd om te reageren.”

Het is afwachten wat de clubs zullen uitdokteren om de corner zo rendabel mogelijk te maken. Er zal in ieder geval nog meer dan vroeger voor een variant inplaats van het rechtstreekse schot worden gekozen. “Het wachten is op degene die met dé uitvinding komt”, meent Bouwman. Bij het Top Vier-toernooi op het complex van Oranje Zwart in Eindhoven waren nog geen bijzondere variaties te zien. Iedereen is duidelijk nog aan het bestuderen en experimenteren, ook in verdedigend opzicht.

Een minder rendabele strafcorner is internationaal gezien zeker nadelig voor Nederland dat in het verleden regelmatig door goede specialisten op dit onderdeel succes heeft geboekt. Mark Bouwman spreekt dan ook van een “anti-Nederlandse regel”. “En ik heb begrepen dat de Aziaten de strafcorner helemaal proberen weg te krijgen.”

Coach Eddie Kervezee van landskampioen HDM - een ploeg zonder specifieke topschutter - vindt het terecht dat de strafcorner in importantie is afgenomen. “Het kwam voor dat een speler op lullige manier een corner versierde en zijn maatje van honderd kilo de bal er even injaste. Nu gaat men misschien meer op jacht naar velddoelpunten.”

Alle partijen zijn het wel met elkaar eens dat door de nieuwe strafcorner de kans op ongelukken is toegenomen. Vele teams in de lagere regionenzullen nu na een strafcorner weliswaar proberen combinerend naar het doel te komen en niet meer rechtstreeks te schieten, maar vooral jeugdspelers zullen toch Bovelander en Weterings willen nadoen. En met een rollende bal is het gevaar dat de bal omhoog gaat veel groter dan bij een stilliggende bal. Een bezorgde Bloemendaal-coach Offerman: “Ik heb ballen van Floris-Jan als een racket omhoog zien gaan. En hij is dan nog één van spelers met de beste beheersing in Nederland.” “Ik heb”, zegt Bovelander zelf, “in acht jaar tijd met de oude corner misschien vier keer een bal hoog ingeschoten. De afgelopen twee weken is het me al een stuk of vijf, zes keer overkomen.”