Handicap: te kleine handicap

Dat judoka's, boksers en gewichtheffers hun uiterste best doen een paar ons kwijt te raken om daarmee in een gunstiger gewichtsklasse te komen stuit niet op ethische weerstand.

Bovendien: de weegschaal liegt niet. Maar dat een gehandicapte probeert zich gehandicapter voor te doen dan hij is klinkt ongepast. In de wereld van de gehandicapten sport (of aangepaste sport, want "gehandicapt' zal wel te stigmatiserend zijn) gebeurt dat wel. “Niet vaak en dan vooral als ze iemand in een bepaalde klasse zien uitkomen en zeggen: daar hoor ik ook in thuis”, zegt mevrouw N. Haga, secretaris van de sectie medische zaken van de Nebas, de Nederlandse Bond van Aangepaste Sporten.

Zo kon het - ook in een ander bad dan dat te Lourdes - wel gebeuren dat zwemsters die geacht werden hun benen niet te kunnen gebruiken af en toe op weg naar een gouden medaille toch spontaan een beenslag maakten. Om dat te voorkomen werd in 1986 begonnen met de functionele keuringen. Niet alleen "op de bank' werd vastgesteld waartoe een gehandicapte sporter al dan niet in staat was, ook "op het veld' werd er naar gekeken.

Voor de puur lichamelijke handicaps (geamputeerden en sporters met een dwarslaesie) werkt dat systeem naar verwachting, maar bij de spasten is er een probleem. Omdat hun handicap een gevolg is van hersenletsel valt minder eenvoudig vast te stellen hoe ernstig het optreden van een sporter wordt beïnvloed door zijn ongemak. Meer spanning kan leiden tot meer spasmen. De Nederlandse voetballer Frank Blotenberg kwam vorige week niet door de keuring van de Paralympics in Barcelona. Terwijl de Nederlandse artsen hem kort voor de Spelen voor gehandicapten - zij het met de nodige reserves - hadden "goedgekeurd', werd hij in de Catalaanse hoofdstad opnieuw door een medisch team bekeken en te weinig invalide bevonden. Hij is een zogenoemde CP8, licht spastisch maar met een gebrekkig ruimtelijk inzicht wat hem bij de teamsport parten speelt. Humprey Peter, de chef de mission van de Nederlandse ploeg in Barcelona verwijt de Nederlandse artsen dat ze Blotenberg het voordeel van te twijfel hebben gegegeven. Want daardoor zat hij zich nu te verbijten op de bank. De meeste sporters vallen af omdat ze te slecht zijn, hij omdat hij te goed is. Het blijft aanpassen met die gehandicapten sport.