DEINING ROND EUROPEES MONETAIR STELSEL: LIRE DEVALUEERT, DUITSE RENTE OMLAAG; Devaluatie eerste stap voor sanering Italië

ROME, 14 SEPT. De devaluatie van de lire is in Italië geïncasseerd als een bijna onvermijdelijke nederlaag, de prijs die het land moet betalen voor het potverteren van de afgelopen jaren. Toch bestaan nog serieuze twijfels over de vraag of de devaluatie voldoende is.

Het kabinet van premier Amato heeft het pokerspel met de internationale valutamarkten verloren. Toen na het Deense "neen' tegen het verdrag van Maastricht twijfels groeiden over de toekomst van het Europees Monetair Stelsel (EMS), begon de lire te wankelen.

Door het hoge begrotingstekort is de Italiaanse munt de zwakste binnen het EMS. Volgens verschillende schattingen was zij vijftien procent overgewaardeerd. De eind juni aangetreden regering van premier Amato hield echter vol dat de lire koste wat het kost zou worden verdedigd; een devaluatie kan immers tot hogere inflatie leiden en kern van het economische beleid was nu juist het terugdringen van de geldontwaarding.

De markt is echter blijven speculeren op een devaluatie, ondanks de bezweringen uit Rome, ondanks opeenvolgende discontoverhogingen. Op 4 september nog was het disconto verhoogd naar 15 procent, het hoogste niveau in zeven jaar.

Maar uiteindelijk kon Rome niet meer volgen, omdat het geld op was: de afgelopen weken heeft de Italiaanse bank naar schatting veertig biljoen lire, bijna zestig miljard gulden, uitgegeven om de koers van de lire te verdedigen.

Premier Amato heeft gisteravond geprobeerd de pijn te verzachten door te zeggen dat de devaluatie gekoppeld was aan wat een “aanzienlijke” renteverlaging in Duitsland zou zijn. Hiermee zou het Italiaanse besluit ook kunnen worden uitgelegd als steun voor "Maastricht' in de aanloop naar het referendum hierover in Frankrijk, omdat de rust op de valutamarkten zou worden hersteld.

Premier Amato presteerde het zelfs te doen als of de renteverlaging in Duitsland een gevolg was van de devaluatie van de lire. Maar de beperkte rentedaling die de Bundesbank vanmorgen bekendmaakte, suggereert dat die koppeling mede is bedoeld om Italië al te groot gezichtsverlies te besparen.

Het besluit om te devalueren komt nadat steeds meer ondernemers daarop hadden aangedrongen. Lange tijd hebben de werkgevers gezegd dat de vaste wisselkoers een van de pijlers onder het economische beleid was. Een devaluatie, hoe noodzakelijk ook, zou een vals gevoel van veiligheid geven: de export gaat weliswaar even omhoog, maar de concurrentiepositie van de industrie verandert er niet wezenlijk door. Inflatie en hoge arbeidskosten blijven bestaan.

Om die reden is de werkgeversorganisatie Confindustria nog steeds sceptisch. “Confindustria had niet om devaluatie van de lire gevraagd omdat zonder rigoureuze saneringsmaatregelen van de overheidsfinanciën de devaluatie contraproduktief dreigt te zijn voor de oplossing van zoveel nationale problemen,” zei Luigi Abete, de president van Confindustria. “De herschikking .... lost de werkelijke oorzaken van de problemen van Italië niet op.”

Ook Fiat-president Gianni Agnelli zette vraagtekens bij het effect van de devaluatie voor de industrie. “De positieve factor - de enige, en we moeten nog zien hoe positief - is de Duitse renteverlaging die zuurstof zal bieden aan de economie,” zei Agnelli gisteren.

Maar andere vooraanstaande ondernemers als Carlo De Benedetti, president van het computerbedrijf Olivetti, en staalmagnaat Giorgio Falck riepen al een paar weken dat de regering tegen de verkeerde vijand aan het vechten was. Niet de inflatie, maar de recessie vormt volgens hen de grootste bedreiging voor de economie, en de hoge rentestanden die nodig waren om de lire te verdedigen, dreigden het bedrijfsleven te verstikken.

Premier Amato is gezwicht voor dit argument en voor de waarschuwingen van de Italiaanse bank dat de financiële reserves zienderogen aan het slinken waren. Hij zei gisteren dat een inflatoir effect van de devaluatie, die de import duurder maakt, onwaarschijnlijk is omdat de hoofdoorzaken van de inflatie intern zijn: het begrotingstekort en het gebrek aan concurrentie, met name in de dienstensector.

Van werkgeverszijde is nu aangedrongen op snelle verlaging van het disconto, om de industrie ruimte voor expansie te geven. Ook de overheid zou daar wel bij varen. Ieder procent dat het disconto daalt, betekent voor de schatkist een besparing van twaalf biljoen lire, volgens de oude koers ongeveer achttien miljard gulden.

De Italiaanse bank heeft vanmorgen in een kort communiqué aangedrongen op “onmiddellijke actie, urgent en ingrijpend” om de geloofwaardigheid van de lire te herstellen. Het kabinet moet de financiële wereld duidelijk maken dat een tweede devaluatie niet nodig is.

Centraal in een strategie die geloofwaardigheid moet wekken staat de nieuwe begroting. Bij het opstellen daarvan stijgt het bedrag van de noodzakelijk geachte bezuinigingen bijna iedere week. Nu wordt gesproken over een ingreep van honderd biljoen lire, volgens de oude koers bijna 150 miljard gulden.

In het communiqué waarin de herschikking binnen het EMS gisteren werd bekendgemaakt, staat in een ongebruikelijke verwijzing naar intern beleid dat de Italiaanse regering “met de begroting voor 1993 en andere structurele maatregelen, vooral op het gebied van de pensioenen, de gezondheidszorg en de ambtenarenlonen, het begrotingstekort en de inflatie aanzienlijk zal terugbrengen”.

De vraag is echter of het twaalf weken oude kabinet-Amato alle politieke hordes hierbij kan nemen. Nu al is er veel kritiek dat voor de zinloos gebleken verdediging van de lire bijna zestig miljard gulden is uitgegeven.

Giorgio La Malfa, als leider van de oppositionele Republikeinse partij een politicus die traditioneel dicht bij de werkgevers staat, eiste in een eerste reactie het aftreden van Amato. De premier had de lire meteen bij zijn aantreden in juni moeten devalueren, zei La Malfa. Hiermee had Amato duidelijk kunnen maken dat de problemen stammen uit de voorgaande kabinetsperiode en dat hij een breuk met het verleden wil.

De positie van Amato staat ook onder druk wegens zijn omstreden voorstel van vorige week om het kabinet bijzondere volmachten toe te kennen. Het kabinet zou drie jaar lang de vrije hand moeten krijgen in een economisch saneringsprogramma. Hierbij zouden overheidsuitgaven moeten kunnen worden bevroren en belastingen verhoogd zonder dat daarvoor de toestemming van het parlement nodig is. De gouverneur van de Italiaanse bank zou de formele bevoegdheden krijgen om zo'n noodtoestand uit te roepen, wanneer op de internationale valutamarkten een situatie ontstaat “die gevaarlijk is voor de nationale economie”.

Het politieke verzet tegen het plan voor de volmachten heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het besluit tot devaluatie. Duidelijk is dat de goedkopere lire niet meer dan een eerste stap is op weg naar de sanering van de Italiaanse economie. Vóór eind september, als de begroting moet zijn gepresenteerd, zijn nieuwe pijnlijke ingrepen te verwachten.