Debat over censuur: de folteraar mag niet als held de geschiedenis in

AMSTERDAM, 14 SEPT. Over zijn folteraars zal de dichter Jack Mapanje uit Malawi niet schrijven.

Daarmee zou hij eraan meewerken, ze als helden de geschiedenis in te laten gaan. Dit zei Mapanje, nu gasthoogleraar in Engeland, zaterdag op een bijeenkomst in het Amsterdamse theater De Balie over censuur. In het kader van de manifestatie "Guardians of dissent' discussieerde hij daar met de Engelse toneelschrijver Harold Pinter en de Nederlandse schrijver J. Bernlef over censuur en vrijheid van meningsuiting.

Van de drie had Mapanje het meest van censuur en vervolging te lijden gehad. Van september 1987 tot mei 1991 zat hij gevangen vanwege het kritische karakter van zijn poëzie. In Malawi bestaat een officiële censuur, die Mapanje in zekere zin beschouwt als een uitdaging; de censuur prikkelt hem om te zoeken naar nieuwe beelden. Hij vertelde ook dat de machthebbers in Afrika censuur nodig hebben om de ellende voor de buitenwereld verborgen te houden. Zo moet bijvoorbeeld het Internationaal Monetair Fonds de indruk krijgen dat het de moeite loont om Malawi leningen te verstrekken. De feiten worden verborgen om de dictator te beschermen tegen de waarheid, aldus Mapanje.

Harold Pinter kreeg vorig jaar te maken met censuur, toen enkele Engelse kranten zijn gedicht "American Football' weigerden te publiceren. Het gedicht gaat over de Golfoorlog, aan het woord zijn soldaten die de Irakezen een lesje leren. Pinter las het gedicht krachtig voor. De Engelse schrijver verklaarde de weigering van het gedicht uit angst voor de waarheid; in de hele westerse wereld wordt de waarheid wanhopig verborgen gehouden, aldus Pinter. Hij noemde de selectieve nieuwsgaring van de westerse media ook een vorm van censuur, en verklaarde in Engelse kranten artikelen te missen over Guatemala, de moorden op Oost-Timor en de vervolging van de Koerden in Turkije.

J. Bernlef vond eveneens dat de media zich schuldig maken aan een vorm van verborgen censuur, de ziekte namelijk om feiten te presenteren als een verhaaltje, als fictie. Dat is des te gevaarlijker omdat de overgrote meerderheid van het publiek niet beseft dat het op deze wijze wordt gemanipuleerd en de feiten voor feiten aanneemt, aldus Bernlef. Als voorbeeld noemde hij de Golfoorlog, die als een spannend verhaal op televisie werd vertoond.

De discussie werd voorafgegaan door een zogeheten "reading' van het toneelstuk De dood en het meisje van de Chileense schrijver Ariel Dorfman door het RO-theater, dat dit stuk volgend jaar op de planken brengt. Het gaat over een vrouw die haar beul herkent uit de jaren onder dictator Pinochet, en toont de dilemma's van een samenleving die in het reine moet zien te komen met een verleden waarin twintigduizend slachtoffers zijn gemaakt. Hoe waarheid en gerechtigheid te verzoenen? Mag de vrouw haar voormalige beul vermoorden? Straffen? Vergeven? Een pittig stuk, dat inmiddels met veel succes wordt gespeeld in Engeland en ook op Broadway in New York.

Na afloop van de discussie werden gedichten gelezen van drie schrijvers die op dit moment vanwege hun werk gevangen worden gehouden: Tin Moe uit Birma, Liao Yiwu uit China en Maria Elena Cruz Varela uit Cuba.