De Pont in Tilburg legt zich toe op werk van levende kunstenaars; Metafysische kunst in een zee van licht

"De Opening' is t/m 31 jan. te zien in De Pont, Stichting voor hedendaagse kunst, Wilhelminapark 1, Tilburg, di-zo 11-17u. Catalogus ƒ 45.

TILBURG, 14 SEPT. Stampvol was het zaterdag op de opening van de stichting voor hedendaagse kunst De Pont. De grote tent buiten op het grasveld waar de Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, F.J.M. Houben, het openingswoord sprak, kon maar een deel van het publiek bevatten. In de expositiehal stond men in de rij om een blik te kunnen werpen op de licht-installatie van James Turrell of om even het Wachsraum van Wolfgang Laib te betreden, een zeven meter lange gang bekleed met geurende platen van bijenwas. Er is geen route door de tentoonstelling aangegeven, dus doolde de menigte doelloos tussen de kunstwerken rond. De "wolhokken' die dienst doen als tentoonstellingskabinetten - De Pont is gevestigd in een voormalige wolspinnerij - riepen door hun geringe afmetingen bij menigeen irritatie op.

De Pont is dan ook niet bestemd voor grote aantallen bezoekers. Het is, meer dan andere musea, een museum van de stilte, zoals ik al had gemerkt toen ik een paar dagen voor de opening de tentoonstelling bezocht. De fabriekshal met zijn bovenlichten over de gehele oppervlakte baadt in een zee van gefilterd licht.

De "Raumgestaltung' van Gerhard Merz (45), bestaande uit twee verticale platen van gestraald glas (twee bij zes meter) die bevestigd zijn aan vier T-balken, vormt een harmonieus geheel met de architectuur. Het is moeilijk te zeggen of het serene grijsgroene licht op die plek gecreëerd wordt door de bovenlichten of door het beeld van Merz.

De wolhokken zijn ieder afzonderlijk via zware licht- en geluidisolerend gordijnen te betreden. Hier bevindt men zich plotseling in een kleine intieme ruimte, met een tentoonstelling helemaal voor zich alleen. In deze omslotenheid komen bijvoorbeeld de prachtige tekeningen van Laib, het bronzen hondje van Rosemarie Trockel en het diepblauwe, kosmische "gat' van Anish Kapoor volledig tot hun recht.

De Pont roept associaties op met twee andere instituten waar het een soort kruising tussen is. Het ene is Hallen für Neue Kunst in het Zwitserse Schaffhausen, eveneens een deels gerenoveerde fabriek. Ook wat betreft het expositie-beleid zijn er overeenkomsten: Richard Long en Robert Ryman, die in Tilburg een prominente plaats innemen, zijn sleutelfiguren in de Crex-collectie in Schaffhausen. Het andere instituut is Situation Kunst in Bochum, waar met dezelfde precisie en toewijding te werk is gegaan om een ruimte voor een bepaald kunstwerk tot in de kleinste details in te richten. In Bochum gebeurde dat zelfs tot in het extreme, maar daar betreft het dan ook een permanente opstelling. In Tilburg is de opstelling semi-permanent. Richard Serra en Arnulf Rainer zijn in dit geval de overeenkomsten wat keuze betreft.

Het is nog te vroeg om een afgewogen oordeel te vellen over het verzamel- en expositiebeleid van De Pont. Met het verzamelen is nog maar net een aanvang gemaakt. Wat betreft de tentoonstelling, die voor een groot deel uit bruiklenen bestaat, valt op dat een groot deel van het geëxposeerde een sterk metafysisch, zo niet religieus karakter heeft. Dit geldt voor onder anderen Laib, Kapoor, Rainer, Horn en Turrell, voor de gekwelde schilderijen van Marc Mulders en in zekere zin ook voor de met ijzer gepantserde werken van Marien Schouten.

Natuurlijk zijn er dingen die verwondering wekken. Bijvoorbeeld de aankoop van twee recente werken (Planet Circle en Mud Line) van Richard Long. Van een jonge museumdirecteur - Hendrik Driessen is 40 - die zich met hedendaagse levende kunst wil engageren, verwacht je niet in de eerste plaats dat hij beelden aankoopt van kunstenaars als Long, wier werk duur is en reeds vaak vertoond. De twee werken zijn aangevuld met een bruikleen, Bolivian Coal Line van galerie Konrad Fischer. Deze drie grote beelden vormen in de tentoonstelling een overstatement. Ook de jonge Nederlandse schilder Rob Birza is nadrukkelijk aanwezig. Hij is een troetelkind van verscheidene museumdirecteuren (Fuchs en Beeren leggen waar het Birza betreft een opmerkelijk eensgezindheid aan de dag). Ik kan in zijn werk, veelvuldig geroemd om zijn virtuositeit, geen zeggingskracht of betekenis ontdekken, zelfs niet de "betekenis van de betekenisloosheid', in zijn quasi-expressief geschilderde doeken (zoals I hate Brancusi) evenmin als in zijn monochrome "spelletjes-schilderijen' waarvan in Tilburg een groot aantal is te zien. Ook de schilderijen en tekeningen van Hans van Hoek, een favoriet van voormalig Stedelijk Museumdirecteur Edy de Wilde (nu bestuurslid van De Pont), overtuigen mij nog steeds niet. Ik zie alleen een nostalgische, lege lyriek.

Dit neemt niet weg dat ons land in één klap een prachtig museum voor hedendaagse kunst rijker is geworden. Een museum dat zich uitsluitend toelegt op het werk van levende kunstenaars is bij ons een noviteit. Driessen heeft ervoor gekozen om deze kunstenaars "in de diepte' te tonen en te blijven volgen. Geen vluchtige, eenmalige tentoonstellingen dus, een keuze die het museum alleen maar ten goede kan komen. Werk van belangrijke, niet direct tot de waan van de dag behorende kunstenaars als Ryman en Laib was bovendien tot dusverre in Nederland zelden of nooit te zien.

Ter gelegenheid van de opening is een fraai boek verschenen, vormgegeven door Tessa van der Waals, met foto's van Hans Biezen en teksten over alle exposanten. Het is bewonderenswaardig wat er allemaal in Tilburg in korte tijd (sinds 1989) tot stand is gebracht.