De enige linkse liberaal van Nederland; Profiel van GERRIT ZALM

Hij is verslaafd aan de economisch-politieke discussie en voedt de twist met analyses en prognoses. Hij heeft voor een econoom de leukste baan van Nederland: directeur van het Centraal Planbureau (“een jongensdroom”). Een Haagse carrière die hij heeft te danken aan zijn vier broers. Morgen publiceert het kabinet samen met de Miljoenennota 1993 de Macro Economische Verkenningen: de economische prognoses van het Planbureau.

Het Centraal Planbureau onder leiding van prof. drs. Gerrit Zalm wisselt in snel tempo van gedaante. Zalm heeft het instituut - dat in 1947 door prof. dr. J. Tinbergen werd opgericht met het doel de planeconomie in Nederland vorm te geven - een eclectisch imago gegeven. Het CPB neemt meer en meer afstand van de eigen ramingen. Natuurlijk bepalen de decimalen achter de komma nog altijd de politieke discussie op het Binnenhof. “Maar”, zegt prof. dr. A. Knoester die in de jaren tachtig op het departement van economische zaken nauw met Zalm samenwerkte, “op het Planbureau staat men nu sceptischer dan ooit tegenover die rituele cijferdans”.

Sinds hij in 1990 directeur van het CPB werd schuwt Gerrit Zalm geprononceerde standpunten geenszins. Als kroonlid van de Sociaal-economische raad onderscheidde hij zich in de WAO-discussie en begon hij een kruistocht tegen het algemeen verbindend verklaren van CAO's. Eerst voelde hij zich als een Don Quichotte, maar allengs krijgt hij steeds meer steun. Ser-kroonlid en PvdA-econoom prof. dr. D.J. Wolfson: “In veel CAO's ligt de laagste loonschaal aanzienlijk boven het minimumloon. Daar wordt dus werk weggesneden, die mensen zijn te duur. Zo'n CAO màg een minister van Sociale Zaken gewoon niet verplicht stellen. Wolfson typeert zijn collega-kroonlid van de Ser als de enige linkse liberaal van Nederland.

Over het gebruik van wiskundige modellen denkt Zalm rechtoe rechtaan. “Ach, je moet de baas blijven van je model. We hadden eens als modeluitkomst dat de Europese eenwording zou leiden tot produktieverlies. Nou, dan kan je lang lullen en dan kan je lang rekenen, maar dat geloof ik niet. Dan is er met zo'n model iets mis.”

Vaart het CPB onder zijn leiding een andere koers? Zelf houdt Zalm de boot af: “Pffft... Ook onder een andere leiding waren er beleidswijzigingen geweest. Een wat sterker accent op Europa, op energie, op milieu, op de arbeidsmarkt. En op de gezondheidszorg.” Maar er is meer. De meest ingrijpende gedaantewisseling van het CPB van de afgelopen jaren is de introductie van het nieuwe arbeidsmarktmodel Mimic. Daarin komen de ongunstige gevolgen van hogere premies en belastingen aan bod. De afwenteling daarvan op de lonen, de negatieve consequenties van sociale zekerheid, de keerzijde van de verzorgingsstaat: het zit er allemaal in. En het staat allemaal vèr weg van de Keynesiaanse traditie waarin het Planbureau sinds 1947 groot is geworden.

Gerrit Zalm werd in 1952 in Enkhuizen geboren als vierde van vijf jongens. Vader Zalm was kolenboer, tot het aardgas hem zijn broodwinning ontnam. In het gezin heerste een sfeer "van wie niet werkt zal ook niet eten', er werd weinig over politiek gesproken maar des te meer over religie. De jonge Gerrit ging elke zondag twee keer naar de Herstelde Apostolische Zendingskerk. Een geloofscrisis leidde ertoe dat hij op achttienjarige leeftijd afscheid nam van de kerk.

Bij de aanvaarding van zijn ambt als hoogleraar economische politiek aan de Vrije Universiteit werden de ouders bedankt “omdat ze me hebben voorzien van vier broers. Deze hebben me van jongs af aan getraind in het tegen de stroom op roeien, het incasseren van teleurstellingen en in het debatteren. Kortom een ideale voorbereiding op het echte leven en ook op een Haagse carrière.”

De lagere-schoolresultaten waren, zegt hij zelf, “heel gewoontjes”. Daarbij speelde zijn sociale milieu een rol. “Ik bedoel: ingewikkelde woorden kreeg ik thuis natuurlijk niet te horen.” Op de HBS-A vatte hij het plan op om economie aan de Vrije Universiteit te gaan studeren. Hij wilde belastinginspecteur worden. Zijn grote leermeester prof. dr. L.F. van Muiswinkel wist de voorgenomen carrière-lijn van de student bij te buigen in de richting van de algemene economie.

Volgens mede-studenten was de jonge Enkhuizenaar een echte "Knor': door de week hard studeren in zijn studentenflatje op Uilenstede, in het weekeinde naar huis. Na twee jaar trouwde hij, negentien jaar oud, en verhuisde hij terug naar Enkhuizen. Het huwelijk duurde acht jaar; na een scheiding trouwde hij opnieuw en inmiddels is hij vader van vijf kinderen.

Bij Van Muiswinkel heeft hij vingeroefeningen gedaan voor een dissertatie over het structurele begrotingsbeleid. Het zou, verzucht de promotor, een briljant proefschrift zijn geworden, zijn inzichten van toen werden later gemeengoed. De zeer intelligente en originele student stond namelijk sceptisch tegenover het voorspellen van de economische groei, die op haar beurt de gewenste omvang van de begrotingsruimte van het Rijk zou moeten bepalen.

Nog voordat hij zijn studie economie had afgerond, bood prof. dr. P.B. Boorsma Zalm een baan aan op het ministerie van financiën, op de afdeling Begrotingsvoorbereiding. Toen Zalm zijn ambtelijke carrière begon, stond Financiën onder de politieke leiding van dr. W.F. Duisenberg. “We voerden verhitte discussies”, weet Boorsma zich te herinneren “Gerrit had toen een grote bewondering voor realistische linkse economen als Duisenberg en Kombrink.”

Op Financiën leerde Zalm dat er een verschil is tussen "gelijk hebben' en "gelijk krijgen'. Maanden lang werkte hij hard aan een rapport over het structurele begrotingsbeleid. Toen bleek dat de Thesaurie al een complete beschouwing hadden geschreven. Zalms bijdrage verdween in de prullenbak, hij was een frustratie rijker. “Ik heb hun verhaal nooit kunnen lezen”, zegt hij nu. “Want het ging niet om de inhoud, het ging louter om de macht. De macht binnen het departement.”

Na Financiën leerde hij op het ministerie van economische zaken het klappen van de ambtelijke zweep nader kennen van secretaris-generaal prof. dr. F.W. Rutten. Rutten was voorzitter van de invloedrijke Centraal Economisch Commissie, het belangrijkste adviesorgaan voor de regering. Zalm werd directeur van de afdeling Algemeen Economische Politiek, de "denktank' die voor de CEC de concept-rapporten schrijft over 's lands economie.

In het begin van de jaren tachtig was hij politiek op drift geraakt. Vele jaren lang was hij lid van de PvdA geweest. “Ik herkende me in steeds mindere mate in de economische politiek die toen door de PvdA werd voorgestaan,” zegt hij zelf. “En toen Den Uyl een verhaal hield waarbij ik me zelfs ergerde.... Tja, dan kun je beter bedanken.”

Een decennium eerder had Zalm in Enkhuizen nog hemel en aarde bewogen om zijn stadgenoten op de PvdA te laten stemmen. “Roder dan rood” typeert de toenmalige PvdA-secretaris Riet Wijsenbach haar afdelingsvoorzitter uit die tijd. Na een intermezzo van ruim vijftien jaar kwamen ze elkaar afgelopen zomer in Enkhuizen weer tegen. “Ik schrok toen Gerrit mij vertelde dat hij lid van de VVD was geworden. Vroeger linkse acties voeren tegen de Amerikanen in Vietnam, tegen de Portugezen in Angola en Mozambique, en nu dit...”

Zelf zwijgt hij liever over zijn partijvoorkeur. “Ik vind dat iedere Nederlander lid moet zijn van een politieke partij, en ook van een omroep en van een vakbond. Anders rij je mee op kosten van een ander, dat vind ik onjuist.” Maar: “Mijn engagement is op dit moment buitengewoon laag, en dat is wel prettig. Als we verkiezingsprogramma's doorrekenen hoef ik mijn onafhankelijkheid niet te bewijzen met een extra kritisch rapport.”

In Den Haag bestaat het beeld van Zalm als een man die hard werkt, zijn dossiers goed kent, maar zichzelf moeilijker laat kennen. “Gerrit is altijd gigantisch serieus”, zegt zijn voormalige EZ-collega prof. dr. J. van Sinderen. “Maar hij heeft beslist iets innemends, hij schept geen afstand. Hij kent zijn eigen zwakten goed. Hij heeft altijd een auto met chauffeur willen hebben; toen hij weg ging bij Financiën kreeg hij een speelgoedautootje cadeau. Zulke dingen vindt hij prachtig.

Knoester noemt zijn voormalige collega op EZ “niet bepaald een bedachtzaam type”. Knoester: “Hij springt op onderwerpen en heeft dan heel snel zijn mening gevormd. Maar dat is tot dusver niet misgegaan. Zijn maatschappelijke opvattingen? Hij is rechts, hij is helemaal omgeslagen, gelooft in de afwenteling, in de wig. Ik herinner me een debat over de vraag hoever je kunt gaan met bezuinigingen, wat nog sociaal is. Gerrit had daar minder moeite mee dan ik.”

Van Zalm als CPB-directeur heeft Knoester zonder meer een hoge pet op. Hij noemt als voorbeeld de Tussenbalans, de ombuigingsoperatie van 17 miljard gulden van februari 1991, toen het CPB had gewaarschuwd dat het mis ging met het overheidstekort. Kok en Lubbers moesten toen wel overstag. En de CPB-tabel van september 1991 waaruit klip en klaar bleek dat de helft van de inflatie door de overheid werd veroorzaakt. Dat inzicht leidde later tot de btw-verlaging. Knoester: “Dat zulke alinea's van hem persoonlijk zijn, daar ben ik zeker van.”

Volgens zijn medewerkers is Zalm sinds zijn benoeming tot directeur van het Planbureau “menselijker geworden”. Hij heeft nu de leukste ambtelijke baan, hoeft niet meer met de ellebogen te wrikken en toont interesse in de andere kant van het leven, aldus CPB-collega's.

Op de vraag of het Centraal Planbureau onder zijn leiding een meer "rechtse' koers voert, geeft de CPB-directeur, na enige stilte, de voorkeur aan een ontwijkend antwoord. “Nederland is misschien rechtser geworden, hè? Maar afgaand op de schaduwverkiezingen die hier op het bureau worden gehouden valt het wel mee.”

Twee toekomstrapporten, "Scanning the future' en "Nederland in drievoud', lieten deze zomer zien waartoe Zalms opvattingen over het nut en onnut van het gebruik van modellen kunnen leiden. Drie verschillende scenario's, waarin de politiek- en sociaal-economische ontwikkelingen sterk uiteenlopen, nationaal en internationaal. Tinbergen heeft sympathie voor de nieuwe kwalitatieve aanpak maar heeft er toch ook duidelijk moeite mee. “In mijn tijd, en dat is ook daarna lang zo gebleven, hadden we één model. Hij combineert nu blijkbaar bepaalde tendenties tot een drietal varianten. Daar komt een hoop oordeelsvermogen aan te pas. Maar hoe komt hij dan tot een advies?”

Voor zover Zalm het Centraal Planbureau in een bepaalde richting stuwt, heeft hij die weg al gewezen toen hij nog directeur was van Algemene Economische Politiek, de thinktank van EZ. Samen met zijn plaatsvervanger Van Sinderen en met onderdirecteur Frijns van het CPB trok hij op ontdekkingstocht langs Amerikaanse universiteiten.

Van Sinderen herinnert zich die reis nog als de dag van gisteren. “Zalm sprak veertien dagen lang over bijna niets anders dan economie. De Planbureau-modellen waren ouderwets, met weinig aandacht voor financiële prikkels en de gevolgen van belastingheffing. Wij waren genteresseerd in een ander soort modellen: algemene evenwichtsmodellen. Eigenlijk wilden we verkennen of een gematigd supply side-beleid in Nederland zinvol en haalbaar was.” Het drietal maakte kennis met een reeks "algemeen evenwichtsmodellen'. Daarin stond niet langer het aanpassingsproces centraal, zoals in de gebruikelijke macro-economische modellen, maar de uitkomst nà de aanpassing. Zalm: “Met algemeen evenwichtsmodellen kun je, zeg maar, veel meer de diepte in. Voor ik hier opstap moet er een synthese zijn van het macro- en het algemeen evenwichtsmodel. Dat was mijn ambitie toen ik hier kwam en dat is mijn ambitie nog steeds.”