Bundesbank verlaagt rente, Italië devalueert lire

ROTTERDAM, 14 SEPT. De Duitse renteverlagingen van vanochtend deden de gebeurtenissen van vorige week in een klap vergeten.

Nadat afgelopen weekend binnen het EMS de Italiaanse lire met 7 procent werd gedevalueerd volgde de mededeling dat de Bundesbank vanochtend haar belangrijkste tarieven zou verlagen na een extra vergadering; zij verlaagde de Lombardrente met 0,25 procent en het disconto met 0,5 procent. Deze mededeling had tot gevolg dat beleggers niet meer zozeer keken naar de fundamentele factoren en naar het Franse referendum over Maastricht alswel trachten een inschatting te maken van de effecten van de renteverlaging.

De Duitse centrale bank heeft naar het zich laat aanzien uiteindelijk toch toegegeven aan de internationale druk om haar tarieven te verlagen teneinde een Europese recessie te voorkomen en de spanningen in het EMS weg te nemen. De verwachting was dat de Bundesbank haar binnenlandse beleid gericht op bestrijding van de inflatie en hoge geldgroei zou laten prevaleren boven economische groei, ook al zou dat kunnen leiden tot een recessie. Doordat de Bundesbank de laatste weken steeds sterk heeft gestaan op haar onafhankelijkheid, maar nu uiteindelijk toch heeft toegegeven, menen sommige marktpartijen dat de bank aan geloofwaardigheid heeft ingeboet.

Aan de andere kant zijn de spanningen in het EMS toegenomen, doordat veel beleggers in Duitse marken vluchtten, onder andere door problemen in Scandinavië, waardoor de D-mark zeer sterk was geworden. Tot dit weekend werd door de financiële markten vooral gewacht op die uitslag en het sterke vermoeden bestaat dan ook dat deze renteverlaging is bedoeld om het sentiment van de Franse kiezers te beïnvloeden. Frankrijk zal de Duitse renteverlaging waarschijnlijk volgen, wat zo vlak voor 20 september de Franse stemming over Europa positief zou kunnenbeïnvloeden.

Zouden de Nederlandse rentemarkten sec kijken naar de economische vooruitzichten dan lijkt het beeld voor obligatiebeleggers in Nederland aantrekkelijker dan in Duitsland. De Nederlandse inflatie zal - zeker na de BTW-maatregelen in beide landen - structureel onder de Duitse moeten kunnen komen. Daarnaast is dit jaar op de Nederlandse kapitaalmarkt geen extra aanbod van overheidspapier meer te verwachten, terwijl de Duitse overheid juist kampt met problemen omtrent de financiering van de eenwording. Een ander positief punt is dat de eerste looneisen in Nederland beduidend lager liggen dan in Duitsland. Voorlopig zullen echter de fundamentele factoren nog op de achtergrond blijven en zal het sentiment grotendeels worden bepaald door de onzekerheid over de uitslag van het Franse referendum.

Internationale obligatiemarkten

Hoewel de Duitse rente de afgelopen week een daling liet zien, konden niet alle Europese obligatiemarkten hiervan profiteren. De richting van de afzonderlijke rentes werd wederom door het Franse referendum, en hiermee samenhangend, de spanningen op de valutamarkten bepaald. Er werd stevig aan de EMS-boom geschud hetgeen niet zonder gevolgen bleef. De Finse markka werd van de Ecu ontkoppeld, de Zweedse korte daggeld rente steeg naar 75 procent en de Italiaanse lire werd met 7 procent gedevalueerd. Dit laatste ondanks de diverse uitlatingen van de EG ministers van financiën die diverse malen een herschikking van de hand wezen. De druk op de Italiaanse lire nam na deze uitpraken echter niet af. De enigszins pragmatische aanpak van de monetaire autoriteiten kan dan ook positief worden geïnterpreteerd. Aan het voortbestaan van het EMS werd in ieder geval een hogere prioriteit toegekend dan aan de eigen geloofwaardigheid.

De Duitse renteverlaging van vanochtend zal op korte termijn ongetwijfeld zorgen voor een positiever sentiment op de overige Europese kapitaalmarkten. Het begrip korte termijn kan in dit geval nauwkeurig worden gedefinieerd: tot 20 september. Pas na afloop van het Franse referendum kan een uitspraak worden gedaan over de lange termijn trend van de rentes. De invloed van het referendum kwam de afgelopen weken duidelijk tot uiting in de Ecu-rente. Het rendement op Ecu-obligaties is aanmerkelijk volatieler dan de theoretische Ecu-rente. Deze laatste is het gewogen gemiddelde van de afzonderlijke rentes, met als wegingsfactor het belang van een valuta in het Ecumandje. Momenteel ligt het rendement op 10-jaars Ecu leningen zelfs zo'n 30 basispunten boven het theoretische equivalent.

Een dergelijk sentiment is niet bevorderlijk voor een florerend emissieklimaat. De sporadische emissieaktiviteiten werden nog verder gefrustreerd door de aankondiging dat sommige euroleningen niet langer worden vrijgesteld van Italiaanse bronbelasting. De Europese Investeringsbank zag zich hierdoor zelfs genoodzaakt om een geplande emissie te schrappen.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep.