ABIMAEL GUZMÁN; Gevallen afgod

“Het was 11 januari 1979. Vergezeld van politieke vrienden en van zijn advocaat, kwam hij de poort van de prefectuur uit. Daar wachtten meer mensen op hem, begroetten hem, omringden hem en voerden hem ijlings mee tussen de voetgangers en de auto's door, tot hij verdween in het verkeer, verdween in de stad. Tot aan de dag van vandaag.”

Zo eindigt het eerste hoofdstuk van Sendero, de geschiedenis van de duizendjarige oorlog in Peru, van de Peruaanse journalist en Sendero-kenner Gustavo Gorriti. De nog altijd onbegrijpelijke vrijlating die Gorriti in het hoofdstuk beschrijft, was die van Abimael Guzmán Reynoso, leider van de "Communistische Partij van Peru voor het Lichtend Pad van Mariátegui', oftewel Sendero Luminoso ("Lichtend Pad'). Na dertien jaar, 26.000 doden en een schade van meer dan twintig miljard dollar werd het de dag van vandaag. Op zaterdag 12 september werd Guzmán opnieuw gearresteerd.

Abimael Guzmán werd op 4 december 1934 geboren in Lima. Op 24-jarige leeftijd trad hij toe tot de Communistische Partij van Peru. Hij studeerde filosofie en promoveerde op de betekenis van het begrip tijd in de werken van Kant en werd professor in de filosofie aan de universiteit van Ayacucho in de Andes, waar zijn politieke activiteiten als snel domineerden. Hij nam deel aan de oprichting van "Rode Vlag', een afsplitsing van de communistische partij, na een schisma volgens de ideologische breuk tussen de toenmalige Sovjet-Unie en China. Guzmán c.s. kozen de weg van Mao.

Een nieuw schisma begin jaren zeventig leidde tot de oprichting in 1971 van Sendero Luminoso, de naam die vooral tegenstanders bezigen. De term "Lichtend Pad' is afkomstig van de ideoloog José Carlos Mariátegui, die er de weg naar de post-revolutionaire boeren-heilstaat mee aanduidde.

Tijdens de presidentsverkiezingen van mei 1980 voerde Sendero de eerste gewapende actie uit: een bomaanslagje op het stemlokaal van het Andes-gehucht Chuschi-Cangallo. De beweging was nu definitief ondergronds en zou in de jaren daarna een spoor van doden en vernielingen door Peru trekken en het aanzien van het land veranderen.

Van Abimael Guzmán, alias "Presidente Gonzalo', werd niets meer vernomen, waardoor de mythe rond zijn persoon ontstond en hij de legendarische "tegen-president' van Peru werd. Aan de mythe kwam ten dele een einde, toen de Peruaanse anti-terreurpolitie vorig jaar in een dure wijk van Lima bewijzen vond van Guzmáns recente verblijf: een bril, medicijnen en aantekeningen. Dit leidde tot speculaties over zijn zwakke gezondheid en zelfs tot het vermoeden dat hij al dood was. Een videoband liet Guzmán zien tijdens een feestje waarbij hij de sirtaki danste met vrouwelijke senderistas; de afgod bleek ook maar een mens.

Gisteravond toonde de tv hem in gevangenschap. Om zijn nek hing een bordje met de datum van zijn gevangenneming en het nummer 1509. Hij zei niets, liet zich gelaten filmen en trok op kennelijk bevel zijn overhemd uit. Gefilmd achter tralies balde Guzmán zijn vuist in de communistengroet. De mythe was weg. Wat overbleef was een oudere, gezette heer met een warrige baard, een dikke bril en het vooruitzicht op een gevangeniscel voor de rest van zijn leven.