Werkgevers wijzen verandering van Vestigingswet af

DEN HAAG, 12 SEPT. De gezamenlijke werkgeversorganisaties vinden dat minister Andriessen (economische zaken) zijn plannen om de Vestigingswet te liberaliseren, moet intrekken. Ze zijn volgens de werkgevers in strijd met eerdere afspraken die de minister met hen had gemaakt.

Andriessen wil de voorwaarden waaronder bedrijven zich mogen vestigen in een groot aantal branches afschaffen dan wel versoepelen. De huidige Vestigingswet bevat volgens de minister te veel bepalingen die het opzetten van nieuwe bedrijven belemmeren.

De werkgevers beroepen zich op de "Gemeenschappelijke Verklaring' die zij samen met de minister vorig jaar ondertekenden over de modernisering van het vestigingsbeleid. Zij wijzen erop dat een uitgangspunt daarin was dat vestigingseisen zouden zijn toegestaan zolang ze de kwaliteit van het ondernemerschap bevorderen. In zijn plannen heeft Andriessen de afgelopen zomer echter aangekondigd dat slechts voor een beperkt aantal branches nog een vestigingsregeling zal zijn toegestaan. De plannen wijken daarmee “fundamenteel” af van de verklaring, zeggen de werkgeversorganisaties. Zij verwachten van de minister dat hij een nieuw plan zal maken dat wel in lijn zal zijn met de eerdere afspraken.

Andriessen liet gisteren in een reactie weten een wijziging van zijn plan niet uit te sluiten. Als de branche-organisaties op één lijn komen valt er wat de minister betreft nog te praten. “Misschien ben ik wel een brug te ver gegaan.” Hij is er nochtans van overtuigd dat de huidige vestigingswet verouderd is en te weinig ruimte laat aan vrije marktwerking.

De werkgeversorganisaties vinden dat ook op grond van de situatie in het omringende buitenland het niet nodig is de vestigingseisen in Nederland radicaal te versoepelen. Uit onderzoek dat ze hebben laten verrichten, blijkt dat de vestigingsvoorwaarden in Duitsland veel strenger zijn dan in Nederland en dat België eisen stelt die te vergelijken zijn met de huidige Nederlandse wetgeving. In die landen bestaan geen plannen om de vestigingsregelingen af te schaffen, aldus de werkgeversorganisaties.

Minister Andriessen heeft de periode tot 1 oktober gereserveerd voor inspraak over zijn voorlopige plan; daarna wil hij opnieuw met de werkgeversorganisaties VNO, NCW, KNOV en NCOV om de tafel gaan zitten voor nader overleg. Zijn definitieve plan wil de minister begin volgend jaar naar de Tweede Kamer sturen.