Twijfel over spierversterkend effect clenbuterol bij Krabbe

ROTTERDAM, 12 SEPT. De veroordeling van de Duitse hardloopster Katrin Krabbe voor gebruik van het verboden middel clenbuterol is niet verbazingwekkend maar wel vreemd. Clenbuterol is verboden. Dat staat buiten kijf. Het is een medicijn tegen astma dat de luchtwegen verwijdt. Het behoort tot de bèta-agonisten, een groep anti-astmamiddelen. De hele groep is door het Internationaal Olympisch Comité al in de jaren zeventig als stimulerend middel geclassificeerd en op de dopinglijst geplaatst. Vijf met name genoemde bèta-agonisten zijn echter toegelaten. Die mogen alleen als aërosol worden geïnhaleerd, niet als tablet geslikt. De in Nederland meest gebruikte anti-astmamiddelen horen bij die vijf uitzonderingen, maar clenbuterol niet.

Dopingdeskundige prof. dr. J.W. van Rossum: “De luchtwegverwijders zijn ooit verboden omdat de atleet meer zuurstof zou kunnen opnemen, waardoor de prestatie zou kunnen verbeteren. De uitzonderingen zijn toegestaan omdat sommige sportlieden astmapatiënt zijn, of last hebben van inspanningsastma. Door alleen de inhalatievorm toe te staan kun je moeilijk een hoge dosis innemen. Het vreemde is echter dat er bij de bèta-agonisten niet op de dosis wordt gecontroleerd. Er wordt alleen op aanwezigheid gelet. Er is dan ook nog nooit iemand voor het gebruik van een toegestaan astmamedicijn bestraft, terwijl ze allemaal ook als spiergroeimiddel werken.”

Formeel rechtvaardigt het verbod als luchtwegverwijder dus de veroordeling van Krabbe. In het middelpunt van de belangstelling staat echter de spierversterkende werking van clenbuterol. Al enige jaren komt clenbuterol regelmatig in het nieuws als groeibevorderend anti-hoestmiddel bij kalveren. De werking als anti-hoestmiddel is direct terug te voeren op de luchtwegverwijdende werking, zo kwam het middel ook in de diergeneeskunde terecht. Toen uit de omzetten bleek dat er wel erg veel hoestende kalveren moesten zijn, bleek clenbuterol vooral als groeibevorderaar te worden gebruikt. Vorig jaar herfst werd in Nederland een produktie- en distributienetwerk van het dierfarmaceutische bedrijf Dopharma opgerold. Ook in de paardesport zijn inmiddels met anti-astmamiddelen gedrogeerde paarden gevonden.

Clenbuterol heeft een anabole werking, maar het is geen anabool steroïde. Alleen verbindingen die zijn afgeleid van het mannelijk geslachtshormoon testosteron zijn anabole steroïden en die staan op de dopinglijst. De steroïden hebben een kenmerkend moleculair skelet. Clenbuterol is niet wegens zijn groeibevorderende eigenschappen verboden.

Van Rossum: “In feite hebben alle bèta-agonisten die spierversterkende werking, ook de anti-astmamiddelen als salbutamol die door zeer veel astmapatiënten worden gebruikt. Alleen treedt het spierversterkend effect pas op na langdurig gebruik bij flink hogere concentraties dan door astmapatiënten worden gebruikt.”

Bij clenbuterol begint de spierversterkende werking relatief vroeg, bij een dosering die vijf- tot tienmaal boven die als luchtwegverwijder ligt. Uit de kalverfokkerswereld is bekend dat een kalf langere tijd achter elkaar ongeveer 2 milligram per dag moet hebben om op een hoger slachtgewicht te eindigen. Van Rossum: “Rekening houdend met het verschil in lichaamsgewicht zou je voor een mens ruw omgerekend op ongeveer een halve milligram per dag uitkomen. Dat is een dosering die ruim tienmaal hoger is dan de aanbevolen dagdosering van tweemaal 20 microgram bij astmapatiënten. In de literatuur, hoewel er niet veel is, vind je steeds dat je vijf tot tienmaal hoger moet doseren dan de therapeutische werking als luchtwegverwijder.”

In de literatuur staat ook dat clenbuterol bij zo'n dosering vervelende bijwerkingen heeft. Die beginnen al bij tweemaal de anti-astmadosis. Clenbuterol werd in 1968 gepatenteerd door een dochterbedrijf van de Duitse farmagigant Boehringer-Ingelheim. Bij proeven op mensen zijn hoofdpijn, een onrustig gevoel, slapeloosheid, en trillende ledematen gemeld. “Verder dan inschrijving als geneesmiddel in het land van herkomst (Duitsland) en in enkele Zuideuropese en ontwikkelingslanden is het niet gekomen,” schreef geneesmiddelenexpert dr. L. Offerhaus in 1988 geringschattend in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. En: “Het verwondert dan ook niet om te lezen, dat de kalveren in hun boxen staan te trillen.” Uit Offerhaus' artikel valt af te leiden dat sporters die clenbuterol gebruiken om spieren aan te kweken voornamelijk stom zijn.

Het lijkt ook Van Rossum onwaarschijnlijk dat Krabbe clenbuterol als spierversterker gebruikte. En niet alleen wegens de bijwerkingen: “Ik vraag me af of een hardloopster er wel baat bij heeft. Die traint dagelijks intensief, maar een kalf staat stil. Clenbuterol is geen middel om energie op te slaan, het is een middel dat energie afstaat. Het maakt suiker en vet vrij en als je dan stilstaat, zoals een kalf in een box, kan het worden omgezet in spiereiwit. Bij gewichtheffers zal dat ook wel gebeuren, die hoeven ook niet veel te doen. Maar ik twijfel sterk aan het effect bij hardloopsters. Het is allemaal theoretisch hoor, het is nooit onderzocht, maar een spierversterkend effect lijkt me bij haar onwaarschijnlijk.”

Maar waarom slikte Krabbe dan clenbuterol? De arts van Krabbe zei op een persconferentie begin augustus dat clenbuterol door sporters gebruikt werd als middel om ontdekking van andere middelen te bemoeilijken of onmogelijk te maken. Dergelijke maskerende stoffen zijn momenteel erg in trek. Drs. D. de Boer van het dopinginstituut aan de Utrechtse universiteit kan zich een maskerende werking van clenbuterol niet voorstellen: “Ik denk dat die arts niet weet waar hij over praat.” Die arts had daar al eerder blijk van gegeven, want hij verzekerde de trainingsgroep van Krabbe dat clenbuterol door het IOC is toegestaan.