Thuislanden: een mislukt experiment

Elke etnische groep van Zuid-Afrika een eigen gebied, dat was ooit de droom van de 'grote apartheid', die dertig jaar heeft geduurd. Het werd een mislukking die miljoenen gebroken gezinnen heeft opgeleverd en kansloze reservaten met een autoritaur bewind. Dat het ANC de thuislanden heeft gekozen als nieuw doel van de massa-acties is strategisch niet vreemd, maar het gevaar daarvan bleek deze week tijdens de schietpartij in Ciskei.

JOHANNESBURG, 12 SEPT. Josef, de tuinman van de buren, heeft altijd dezelfde vakantie. Eèn keer per jaar gaat hij naar zijn Xhosa-"thuisland' Transkei om te kijken hoe zijn familieleven erbij staat. Zijn vrouw, kinderen en familie leven er van het bedrag dat hij ze maandelijks vanuit Johannesburg stuurt. Na een paar weken keert Josef terug om het gras te maaien en het zwembad schoon te houden.

Officieel bestaat de thuislanden-politiek niet meer, maar miljoenen zwarte Zuidafrikanen voelen dagelijks de gevolgen van een mislukt sociologisch en raciaal experiment, dat dertig jaar duurde. Het principe van iedere etnische groep een eigen gebied, de droom van de "grote apartheid', heeft gezinnen uiteen gedreven, een leger alleenstaande arbeiders in verwaarloosde pensions in de townships gecreëerd en een aantal kansloze reservaten onder autoritair leiderschap opgeleverd.

Strategisch bezien is de keuze van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) om de thuislanden als het nieuwe doel van de massa-acties niet vreemd. De regering-De Klerk mag nog stevig in het zadel zitten, de regimes in sommige thuislanden hebben weinig tot geen steun van de bevolking. Ze zijn in de ogen van ANC-activisten met chaos en onrust omver te krijgen. Hoe gevaarlijk die taxatie is, bleek deze week in Ciskei, waar de militaire leider Oupa Gqozo met scherp liet schieten op ANC-demonstranten.

De thuislanden waren de hoeksteen van de apartheid. Ze vloeiden voort uit de "nieuwe visie' van premier dr. Hendrik Verwoerd in 1959: de zwarte bevolking moest worden ondergebracht in aparte gebieden, toen nog Bantoestans geheten, die op den duur onafhankelijk van Zuid-Afrika konden worden. Het moest de internationale kritiek op het Afrikaner concept van blank baasskap pareren. “Een nieuwe periode doemt op, waarin de blanke afstand neemt van discriminatie van de Bantu in zijn eigen gebieden en waarin de blanke hem leidt door de eerste fase van zijn volledige ontwikkeling”, verklaarde Verwoerd in het parlement.

De Promotion of Bantu Self-Government Act (1959) legde de wettelijke basis voor tien thuislanden voor etnische groepen. Vier daarvan - Transkei (Xhosasprekers), Ciskei (Xhosa), Bophuthatswana (Tswana), Venda (Venda) - verwierven in de jaren zeventig en tachtig onafhankelijkheid. De andere zes hebben verschillende variaties van zelfbestuur of weigerden (KwaZulu) onafhankelijkheid, omdat het erkenning van het apartheidssysteem was. Het zijn KwaZulu (Zulu), Lebowa (Noord-Sotho), Gazankulu (Machangana-Tsonga), QwaQwa (Zuid Sotho), KaNgwane (Swazi) en KwaNdebele (Zuid-Ndebele). Het “zwarte” grondgebied beslaat dertien procent van Zuid-Afrika, de rest is voor de blanken. Volgens cijfers van de Urban Foundation leven 16,7 miljoen van de 38,4 miljoen Zuidafrikanen in de thuislanden.

Zeker 3,5 miljoen mensen moesten gedwongen naar hun aangewezen gebied verhuizen. Het apartheidssysteem deelde zwarten in volgens etniciteit en gaf hen een document van het thuisland. Het idee was dat uiteindelijk niemand met een zwarte huidskleur meer een Zuidafrikaans paspoort zou hebben, zodat er “geen morele verplichting meer op het parlement zal rusten om deze mensen politiek te accommoderen”, zoals minister Connie Mulder van Banturegering en -ontwikeling in 1978 verklaarde.

Zuid-Afrika gaf miljarden uit aan het optuigen van de thuislanden tot echte mini-staten. De onafhankelijke thuislanden kregen een eigen leger, ministeries vol ambtenaren, vlag, volkslied, onafhankelijkheids-stadions, presidentiële paleizen en ambassades of consulaten in Pretoria en Kaapstad. Op eigen grondgebied kregen ze alleen een Zuidafrikaanse ambassade, want de internationale gemeenschap erkende de thuislanden niet. Alleen Israel en Taiwan, de twee landen die Zuid-Afrika's isolement in de wereld negeerden, onderhielden handelscontacten met de zogeheten TBVC-staten. De thuislanden erkenden elkaar - daar bleef het bij.

Het is een absurdistisch toneel, als men op een stille zandweg midden in het land plotseling wordt tegengehouden door een slagboom en twee militairen. Het thuisland begint. Na de paspoortcontrole en een dagvisum voor de buitenlander gaat de slagboom omhoog. De mislukking van de thuislanden is meteen zichtbaar: nauwelijks ontwikkelde, kale plattelandsgebieden en weinig industrie in en rond de steden. De thuislanden bestaan vooral door Zuid-Afrika, dat economisch vooral bestaat door de arbeid uit de thuislanden.

Economisch kwamen de meeste thuislanden nooit van de grond, uitgezonderd Bophuthatswana, een in verschillende gebieden versplinterd staatje dat de zekerheid heeft van aanzienlijke inkomsten uit de mijnsector en het gokwezen (Sun City). De werkloosheid in de formele sector ligt rond de 30 procent. De regering in Pretoria geeft tenminste 6,6 miljard rand (1 rand is 58 cent) per jaar uit om de thuislanden in stand te houden. Bophuthatswana ontving in het fiscale jaar '90-'91 aan budget en subsidies ruim 1,5 miljard rand, Transkei bijna 2 miljard rand, Ciskei 950 miljoen rand en het kleinste onafhankelijke land, Venda, bijna 600 miljoen rand.

Zuid-Afrika moet meer dan eens bijspringen om financiële en bestuurlijke problemen in de thuislanden op te lossen. Oupa Gqozo's Ciskei sloot vorig jaar een verdrag met de Zuidafrikaanse regering, die het recht kreeg de ministers van economische zaken, financiën, justitie, openbare werken en landbouw en transport te benoemen. Ciskei en Venda voerden het fiscale regime in, dat Pretoria had “voorgesteld”. Zeker de helft van de budgetten gaat op aan salarissen van ambtenaren en militairen, die in verscheidene thuislanden onder commando staan van ex-officieren van het Zuidafrikaanse leger. Economen hebben berekend dat opheffing van het thuislanden-systeem zo'n twee miljard rand kan opleveren.

De vier “onafhankelijke” thuislanden hebben een twijfelachtige staat van dienst op het gebied van vrije democratische activiteiten en mensenrechten. Vakbonden worden meestal niet erkend en politieke partijen gehinderd in hun werk. Na de legalisering van het ANC en andere groeperingen in februari 1990 nam het rumoer in de thuislanden toe. Tienduizenden demonstreerden in Bophuthatswana en Venda en eisten het aftreden van de regeringen. Gqozo greep in een coup de macht toen president Lenox Sebe op reis was in Hong Kong. Pertoria greep niet in, net als twee jaar daarvoor toen de militair Bantu Holomisa de macht overnam in Transkei. In 1987 was de Zuidafrikaanse regering Chief Lucas Mangope van Bophuthatswana nog wel te hulp geschoten, toen hij bij een militaire coup tijdelijk was afgezet.

De terugkeer van de TBVC-staten tot Zuid-Afrika is een van de gevoeligste punten in de onderhandelingen over een nieuwe democratische grondwet. Naast de gewenning aan zelfbestuur en macht en de afkeer van de revolutionaire bewegingen, staan er grote belangen op het spel voor ambtenaren in dienst van de thuislanden. Leiders voeren aftastende gesprekken over de meest onverwachte combinaties. Mangope van Bophuthatswana zat bij voorbeeld in april om de tafel met de voorstanders van een blanke Boerestaat om te praten over een mogelijke regionale regering in het westen van Transvaal en het noorden van de Kaapprovincie. Gqozo en Mangope voerden vriendelijke gesprekken met de blanke Konservatieve Partij, die een confederatie van etnische staten voorstaat.

Het ANC kan rekenen op de steun van Transkei en Venda. De andere thuislanden, "onafhankelijk' of niet, zoeken hun heil bij het federale systeem dat de Nationale Partij van president De Klerk voorstelt, om nog iets van hun autonomie overeind te houden. In werkgroep vier van de opgeschorte Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa) hebben alle partijen, ook het ANC en de leiders van de thuislanden, verklaard “in principe geen bezwaar te hebben tegen de re-incorporatie van de TBVC-staten”. Maar Mangope (schriftelijk) en Gqozo (mondeling) hebben een voorbehoud gemaakt: ze komen alleen terug naar de republiek als het “een betere toekomst of een tenminste even goede positie als de huidige” oplevert. Zoals vaker blijkt in Zuid-Afrika, is het ontmantelen van de apartheid tenminste even ingewikkeld als de invoering ervan.