Sturen of gestuurd worden II

In NRC Handelsblad van 15 augustus stelde ik de vraag aan de orde of managers hun omgeving sturen, of - omgekeerd - door de omgeving gestuurd worden. Wie deze vraag wil beantwoorden, stuit op de paradox dat zowel in de theorie als in de praktijk met grote stelligheid wordt gezegd dat managers er zijn om de omgeving te maken en te beheersen, maar ook dat zij moeten leren zich snel en effectief aan te passen aan gewijzigde externe condities.

Aanleiding voor mijn vraagstelling was een kritische beschouwing van Hans Achterhuis, hoogleraar systematische wijsbegeerte, waarin hij stelt dat de mens de technologie krijgt die hij verdient. Technologie is dus geen autonome factor waarvan de mens slachtoffer is of waardoor hij wordt gestuurd. Zulke belangrijke zaken als de disciplinering van de mens, het veranderde tijdsbewustzijn en de mechanisering van het mens- en wereldbeeld zijn historisch gezien niet het gevolg van de moderne technologie, maar zij gingen eraan vooraf.

Gelet op de toenemende belangstelling voor "zelfsturing' als managementinstrument, kondigde ik aan in enkele afleveringen aandacht te zullen schenken aan dit intrigerende verschijnsel. Inmiddels ben ik op mijn wenken bediend. In de slotfase van de uiterst moeizame onderhandelingen die Fokker onlangs voerde met zijn beoogde Duitse partner DASA, werd opeens, met name van departementale zijde, met klem gesteld dat deze parel der natie natuurlijk als "zelfscheppende' onderneming moet kunnen voortbestaan. Korte tijd later, toen uitlekte dat DAF een strategische alliantie overweegt in het buitenland, werd dezelfde formulering gebruikt. Ook DAF moet "zelfscheppend' blijven.

Nu weten we inmiddels hoe het bij Fokker is afgelopen. Wanneer de partner 51 procent van de aandelen claimt, weet iedereen hoe laat het is. Regelrechte overname dus. En hoe het dan met het zelfscheppend vermogen gaat, laat zich raden. Hiermee is de zaak evenwel niet af, en dit niet alleen omdat we natuurlijk met spanning afwachten hoe het bij DAF zal aflopen. Ook los van dit mogelijk volgende hoofdstuk in de uitverkoop van Nederlandse industriële potentie blijft er de boeiende vraag onder welke condities ondernemingen dan wel organisaties in het algemeen zelfscheppend kunnen zijn.

Financiële en juridische zelfstandigheid of onafhankelijkheid - in enigerlei vorm - zijn mijns inziens noodzakelijk, maar geen voldoende voorwaarden. Een volgende, ook nog voor de hand liggende voorwaarde is dat een organisatie beschikt over creatieve mensen. Wel dient hierbij te worden aangetekend dat niet alle vormen en uitingen van creatief gedrag op organisatieniveau per definitie functioneel zijn. Het gaat uiteindelijk om creativiteit die leidt tot synergie. Alleen zo ontstaat toegevoegde waarde. Dat dit lang niet altijd gebeurt, blijkt uit talloze ervaringen met business units of resultaatverantwoordelijke eenheden. Ondanks golven van creativiteit leidt dit niet zelden tot gigantische energielekkage op concern- of holdingniveau.

Niet bekend

Welnu, op het moment dat men de omgeving niet louter meer ziet als een belemmerende of katalyserende autonome factor, maar als doel van de eigen creatieve activiteit, kan de sturende instantie, het management dus of de leiding, zich ook niet meer onttrekken aan effecten die beslissingen hebben op de kwaliteit van de omgeving.

Twee voorbeelden. Wie zelfsturend, wellicht tot zijn schrik, ontdekt dat hij het fysieke milieu verontreinigt, kan zich niet onttrekken aan de gevolgen. Wanneer hele bedrijfstakken zelfsturing zo opvatten dat zij menen zich te kunnen permitteren door te gaan met de systematische uitstoot van arbeid, schept men een maatschappelijke omgeving die menselijk vervuild raakt.

Inderdaad, ook organisaties krijgen de omgeving die zij verdienen. Dit houdt in: ook de schadelijke effecten tegenkomen die je zelfsturend oproept, bewust of onbewust. Natuurlijk, waar gehakt wordt, vallen spaanders. Het gaat er niet om de onmogelijke eis te stellen, dat er geen fouten mogen worden gemaakt. Het gaat er wel om dat erkend wordt dat zelfsturing geen versluierend pseudoniem kan zijn voor "je gang gaan'. Zelfsturing vraagt om managers die willen staan voor de gevolgen van hun daden, ook de externe die schadelijk blijken te werken. Wie dit niet doet, loopt het risico terecht beschuldigd te worden van roofbouw op de omgeving. Zelfsturing zal dan snel in diskrediet raken. Organisaties met zelfsturend roofgedrag zullen bovendien vroeger of later merken dat zij onverwachts in de handen kunnen vallen van andere handige rovers.

Kortom, de wet van de zelfsturing luidt als volgt: De mate van zelfsturing die een organisatie aankan, wordt weerspiegeld in de mate van bereidheid die het management heeft om de schadelijke externe gevolgen van beslissingen onder ogen te zien en ze zo mogelijk zelf te corrigeren. Succesvol zijn, excelleren, wordt niet alleen gemeten in rendementen maar ook in de manier waarop wordt omgegaan met vermijdbare zowel als onvermijdbare fouten.

Wordt vervolgd.