Steencirkels in de moors

Raadselachtige steencirkels en -rijen uit de bronstijd, grafkamers met onverklaarbare inscripties uit de nieuwe steentijd, grote rechtopstaande monolieten van onnaspeurbare datum in eenzame moors - wie er van houdt moet op de Britse Eilanden zijn, bij de oudheden zelf of in een boekwinkel.

Paul Devereux: Places of Power. Secret Energies At Ancient Sites: A Guide To Observed Or Measured Phenomena. Blandford, 1990.

Uitvoerige teksten en fotoboeken vol grote grijze stenen in nevelige landschappen verschijnen vooral de laatste twee decennia in grote hoeveelheden. De makers van die oudheden zouden, als ze langs de volle planken zouden lopen, zich hogelijk verbazen - zeker als ze ook konden lezen welke verklaringen aan hun nalatenschap worden gegeven.

Ontraadselen is inderdaad lastig als geschreven documentatie ontbreekt en opgravingen nagenoeg niets opleveren; helaas neemt menig auteur zijn toevlucht tot een forse dosis fantasie, omdat er toch weinig te weerleggen valt.

De aanpak van Paul Devereux (47) is anders: in zijn talrijke boeken - elf in de afgelopen vijf jaar, en vier in 1992 - richt hij zich met wetenschappelijke methoden op hypothesen die door de gevestigde wetenschap bij voorbaat worden verworpen. Hij woont, niet toevallig, in Cornwall waar het wemelt van de studie-objecten. Van zijn huis in Penzance is het niet ver rijden naar een heuvel bij Land's End waar tweehonderd generaties geleden enkele tientallen stenen rechtop in de grond werden gezet.

Een stevige oceaanbries begeleidt onze inspectie van de Merry Maidens steencirkel. Het waarom van de ongeveer 900 Britse steencirkels is in ten minste zoveel nevelen gehuld als de stenen zelf op een gemiddelde herfstochtend. De meest plausibele theorie is dat ze iets met het nachtelijk uitspansel van doen hadden. Tot op zekere hoogte is aangetoond - vooral door Alexander Thom (1896-1985) in zijn tijd als emeritus hoogleraar van de University of Oxford - dat verbindingslijnen tussen de stenen in astronomisch significante richtingen wijzen, bijvoorbeeld naar het punt aan de horizon waar een bepaalde heldere ster in de langste nacht van het jaar opkomt. Het zwakste punt van de astro-archeologie is dat de oorspronkelijke posities van de stenen door de onvermijdelijke verzakkingen niet meer precies bekend zijn.

Maar er is meer. Binnen de Merry Maidens blijkt bij metingen met een geigerteller veel minder natuurlijke radioactiviteit voor te komen dan daarbuiten; bijna alle steencirkels produceren tien tot veertig procent meer, of soms juist minder radioactiviteit dan hun omgeving. Devereux: ""Ik ben er zeker van dat de bouwers van de cirkels zich daar op de een of andere manier bewust van waren. Maar omdat we in een seculiere maatschappij leven, met een seculiere, intellectuele wetenschappelijke benadering, missen we helaas veel van wat in deze monumenten besloten ligt.''

Visioen

Een van zijn theorieën is dat onze ontvankelijkheid voor ruimere bewustzijnstoestanden evenredig is met de hoeveelheid natuurlijke radioactiviteit van de plaats waar we ons bevinden. Paranormaal of vermeend paranormaal begaafde medeonderzoekers van Devereux ontdekten dergelijke plaatsen meer dan eens zonder gebruik te maken van een geigerteller, ze kregen al wandelend ineens een visioen.

Of dat paranormale ervaringen dan wel hallucinaties waren, is voor Devereux van ondergeschikt belang: ""Ik ben wat dat betreft een pure agnosticus. Ik heb ervaringen gehad die er alle schijn van hadden echte uittredingen te zijn, alsof ik buiten mijn lichaam boven het landschap vloog. Maar het kunnen ook ongewone reacties van het neurologisch systeem zijn geweest - ik weet het gewoon niet.''

Voorlopig meent hij wel te weten dat onze prehistorische vrienden veel betekenis hechtten aan de invloed van het landschap op dergelijke bewustzijnsveranderingen. Ze markeerden locaties die in dat opzicht een stimulerende of juist een remmende werking hadden, bijvoorbeeld door er stenen omheen te plaatsen. Devereux weet een steencirkel in Wales waarvan een gedeelte een hogere radioactiviteit heeft dan enige locatie in de verre omgeving. Bij simultane metingen in en buiten een steencirkel in Schotland, registreerden deelnemers aan het Dragon Project (waarin dit onderzoek sinds 1977 wordt gebundeld) ooit een tijdelijke maar zeer sterke intensivering van de radioactiviteit binnen de cirkel, terwijl de geigerteller daarbuiten niets bijzonders doorgaf.

""We hebben zelfs stenen ontdekt waarbij een kompasnaald aan het tollen slaat!'' roept Devereux uit, om vervolgens de even onverklaarbare kwestie van de hoogfrequente geluidssignalen aan te snijden. Ondanks een niet te verwaarlozen lijst met afwijkingen, is de essentie dat veel steencirkels rond zonsopgang pulserende geluidssignalen afgeven tussen 20.000 en 100.000 hertz, dus onhoorbaar voor het menselijk oor. ""Ultrasound is voor mij een volledig raadsel'', moet de onderzoeker vaststellen. ""Ik weet niet eens òf het wel ultrasound is. Ik weet alleen dat onze ultrasone geluidsmeters reageren. Ze werken met kristallen die misschien door iets anders dan geluidsgolven geactiveerd worden.''

Tempelslaap

Terwijl we verder toeren door de zuid-westpunt van Engeland, wijst Devereux de plaatsen aan waar hij nu een groot, nieuw onderzoek heeft lopen. ""Het uitgangspunt was de praktijk van de tempelslaap van onder meer de oude Grieken. Ze sliepen een nacht in een heiligdom in de hoop op een droom met aanwijzingen hoe ze in een lastige situatie moesten handelen. Onze hypothese is dat veel oude plaatsen hier eenzelfde functie hadden.''

De aanpak is verder vrij logisch. Enkele tientallen vrijwillige proefpersonen moeten beurtelings met elektroden op het hoofd een nacht slapen bij een vermeend heilige bron of bijvoorbeeld in een prehistorische grafkamer. Ze worden gesecondeerd door iemand die wakker blijft en in actie komt zodra een meter aangeeft dat de proefpersoon rapid eye movement vertoont: het teken van diepe (REM-)slaap, die met krachtig dromen gepaard gaat. Na een paar minuten wordt de dromer gewekt en mag hij of zij een beschrijving van de droom op een bandje inspreken. Zouden de gekozen plaatsen inderdaad invloed hebben op de aard en inhoud van de dromen, dan zou dat uit de droombeschrijvingen moeten blijken. En jawel, die vertonen inderdaad significante parallellen per locatie. ""Het resultaat is tot nu toe zeer positief'', meldt Devereux, terwijl hij tussen hoge heggen over kronkelende wegen door het golvende landschap stuurt. ""Maar we publiceren niets zolang het onderzoek loopt, want de proefpersonen zouden het kunnen lezen en dat zou invloed kunnen hebben op hun dromen. We hebben drie jaar voor het project uitgetrokken, en zijn nu halverwege.''

De uiteindelijke analyse wordt overgelaten aan de vermaarde Amerikaanse droomexpert Stanley Krippner, terwijl het experiment ook met grote belangstelling wordt gevolgd door de Brit Rupert Sheldrake, de in brede wetenschappelijke kring uitgestoten onderzoeker naar de door hemzelf gepostuleerde morfogenetische velden. Over Sheldrakes boek A New Science of Life schreef het tijdschrift Nature tien jaar geleden: ""Infuriating ...the best candidate for burning there has been for many years.'' Maar zijn werk zal belangrijk aan geloofwaardigheid winnen als Devereux met onweerlegbare positieve resultaten zou komen.

Tijdloze beginselen

Als we weer bij hem thuis zijn weidt Devereux uit over wat hem al twintig jaar drijft. ""Het gaat allemaal niet om onderzoek naar de oudheid als zodanig, we zoeken naar de lessen die wij nu kunnen leren van de mensen van toen, naar tijdloze beginselen. Daaraan is enorme behoefte: velen zijn wanhopig op zoek naar een diepere betekenis van het leven.''

Al onderzoekend bevindt hij zich halverwege twee kampen. Voor de new age-benadering heeft hij geen goed woord over: ""Vreselijk. Die mensen hebben ons hele onderzoeksterrein verziekt. Ze zijn veel te lichtgelovig, doen nauwelijks echt onderzoek en trekken de wildste conclusies.'' Aan de andere kant dreigt de officiële wetenschap, al daalt aan dat front de spanning: ""Tien, vijftien jaar geleden was er nauwelijks een archeoloog bereid met ons te praten. We waren gekken, maniakken. Dat begint nu te veranderen: de monolithische, pavloviaanse, stereotiepe afweerreactie komt minder vaak voor. Nu kunnen we praten met wetenschappers van bijna alle disciplines. Vooral geologen zijn erg geïnteresseerd.''

De vraag of deze materie kans maakt daadwerkelijk tot de academische wereld te worden toegelaten, brengt Devereux even in verlegenheid: twee dagen eerder kreeg hij een telefoontje van een gerenommeerde universiteit of hij een onderzoek in deze richting wilde uitvoeren. Hij vindt het te vroeg om details openbaar te maken, maar wil wel kwijt dat hij hier al jaren op hoopte. Eindelijk genoeg geld, eindelijk professionele meetapparatuur, eindelijk een vast inkomen zodat hij geen twee of drie boeken per jaar meer hoeft te schrijven.

En wat minder lezingen misschien. Op 26 september geeft hij er in ieder geval nog een in Den Bosch. Opgave bij het Viba Centrum, tel. 073-216943.