RUW ONTWAKEN UIT DE AMERIKAANSE DROOM

Why Americans Hate Politics door E. J. Dionne Jr. 430 blz., Simon & Schuster 1992, f 47,95 ISBN 0 671 68255 5

Who Will Tell the People. The Betrayal of American Democracy door W. Greider 464 blz., Simon & Schuster 1992, f 52,25 ISBN 0 671 68891 X

Parliament of Whores. A Lone Humorist Attempts to Explain the Entire U.S. Government door P. J. O'Rourke 233 blz., Atlantic Monthly Press / Vintage 1992, f 41,70 ISBN 0 87113 455 1

Vanaf het begin van het moderne kiezersonderzoek in de jaren veertig is duidelijk dat grote delen van de bevolking in Westerse democratieën weinig of geen belangstelling hebben voor politiek. De verklaringen hiervoor worden meestal gezocht in psychische en sociaal-psychische factoren. Cognitieve vaardigheden en houdingen als sociale betrokkenheid, politiek zelfvertrouwen en burgerzin bepalen voor een belangrijk deel de politieke interesse van burgers. Als politiek echter inderdaad een spectator sport is, dan is de door politici geboden aanblik van hun bedrijf wellicht even relevant voor het verklaren van een gebrek aan belangstelling als de eigenschappen van individuele burgers.

De vraag naar de (on)aantrekkelijkheid van de politiek in democratieën is een centraal element in de discussies rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De lage opkomstcijfers bij de primaries dit voorjaar en de brede steun voor Ross Perot met zijn voorstel in Washington even orde op zaken te stellen, tonen aan dat de Amerikaanse kiezer niet overloopt van liefde voor het politieke establishment. Hét trefwoord in de huidige campagne is dan ook change, óók bij de zittende president. Terwijl onder de "deskundigen' de constatering van politieke apathie, afkeer en cynisme van de Amerikaanse burger als de hoogste wijsheid geldt, bereiken de analyses van deze verschijnselen zonder problemen de bestseller-lijsten.

AFGRIJZEN

Voor één van die recente bestsellers is de verklaring van het succes niet moeilijk. P. J. O'Rourke, bekend geworden als journalist van Rolling Stone, heeft met Parliament of Whores verreweg het grappigste boek over de Amerikaanse politiek geschreven dat sinds lange tijd is verschenen. Hij schrijft leuker dan Kees van Kooten, scherper dan Gerrit Komrij en met meer verstand van politiek dan Hans van Mierlo en Ruud Lubbers samen. Vanuit een duidelijk conservatief gezichtspunt bekijkt hij met afgrijzen hoe het overheidsapparaat zich ontwikkelt (""giving money and power to government is like giving whiskey and car keys to teenage boys''). Hij bespreekt het falen van de progressieve sociale politiek en stelt de schijnheiligheid van conservatieven op het gebied van de budgettaire en de buitenlandse politiek aan de orde.

Hoewel O'Rourkes analyse is gebaseerd op de onmacht van politici de oude ideologische scheidslijnen te doorbreken en op de destructieve invloed van belangengroepen op de politieke besluitvorming, is de kern van zijn verklaring van de deplorabele staat van de Amerikaanse politiek toch wat beperkt. O'Rourke heeft de neiging veel ellende te wijten aan niet-gewenste gevolgen van fraaie intenties van politici (en dan uiteraard vooral van liberals) bij de aanpak van sociale problemen. Nu gaat er ongetwijfeld veel mis in de wereld door gebrek aan durf, kennis van zaken en gezond verstand. Ook kan het geen kwaad de aandacht nog eens te vestigen op de vrijwel onmogelijke opgave prioriteiten te stellen in een democratisch systeem. O'Rourkes boutade vormt echter eerder een beginpunt voor nadere beschouwingen over democratische besluitvorming dan een afgeronde analyse ervan. Als u heeft besloten dit jaar één boek te lezen over de Amerikaanse politiek, dan is Parliament of Whores verplichte kost. Het is één van die zeldzame boeken waarin vrijwel alle aspecten van de actuele politiek op zinnige wijze aan de orde komen.

Bij diepgaander onderzoek naar politieke verschijnselen ontstaat al snel behoefte aan een "uitgangspunt' of een "visie' om de stortvloed aan gegevens te ordenen. Trefzekere, maar toch wat oppervlakkige beschouwingen zoals die van O'Rourke, moeten dan plaatsmaken voor analyses van besluitvormingsprocessen en de daarbij ingenomen standpunten. E. J. Dionne en William Greider, beiden journalist van de The Washington Post, benaderen de problemen in de Amerikaanse politiek op geheel verschillende wijzen. Volgens Dionne verafschuwen Amerikanen politiek omdat er te veel nadruk ligt op de werking van het politieke proces in plaats van op de inhoud van het beleid. De permanente verkiezingscampagne waarin politici verkeren, de eis te scoren in de media en de noodzaak fondsen te verwerven, leiden ertoe dat "pseudo-issues' worden gecreëerd die uitnodigen tot ideologische haarkloverijen zonder uitzicht te bieden op een oplossing van de problemen van de burgers.

De politieke strijd rond de abortuswetgeving in de Verenigde Staten vormt een duidelijk voorbeeld van dit mechanisme. Uit onderzoek blijkt dat een meerderheid van de Amerikanen meent dat de beslissing van de vrouw bij beëindiging van een zwangerschap zwaarder dient te wegen dan het oordeel van de overheid. Tegelijkertijd is er eveneens een meerderheid voor het standpunt dat er te veel abortussen plaatsvinden en dat de door vrouwen opgegeven redenen lang niet altijd een abortus rechtvaardigen. Vormt dit nu een uiting van electorale schizofrenie? Welnee, juist de combinatie van deze standpunten getuigt immers van een verstandige, wat terughoudende opstelling.

Politici lijken echter alleen te kunnen werken met heldere uitspraken zoals die naar voren worden gebracht door pressiegroepen. De politieke keuze is dus teruggebracht tot een simpele pro-life waarin elke abortus gelijk is aan moord en een pro-choice waarin keuzevrijheid een fundamenteel recht is. Daarmee ontbreekt de mogelijkheid het genuanceerde meerderheidsstandpunt in de discussie te betrekken.

NIET SERIEUS

De nadruk bij politici ligt op de werking van het systeem (hoe om te gaan met pressiegroepen?) in plaats van op de inhoudelijke kanten van bijvoorbeeld het abortusvraagstuk zoals de meerderheid van de kiezers die zien (wanneer is zwangerschapsonderbreking geoorloofd?). Voor politici is er electorale winst te behalen door politiek niet meer primair te zien als middel om problemen op te lossen, maar "issues' te vinden om de bevolking te verdelen en electoraal voordeel te boeken. De vraag ""wat te doen bij ongewenste zwangerschappen'' is dus een probleem. De politici bieden vervolgens als issue aan: pro-life of pro-choice. En de kiezer voelt zich niet serieus genomen en houdt het verder wel voor gezien.

De oorzaak van deze malaise zoekt Dionne in het falen van de dominante progressieve en conservatieve ideologieën in de Amerikaanse politiek. De progressieven van de jaren zestig en de conservatieven van de jaren tachtig zijn niet in staat uitdrukking te geven aan de brede consensus die onder de bevolking bestaat over een groot aantal zaken waarvan abortus slechts één voorbeeld is. Dionne biedt een gedetailleerd overzicht van de wijze waarop Amerikaanse politici van linkse en rechtse signatuur hebben getracht het in de jaren vijftig openvallende middenveld te veroveren door voorstellen te formuleren die zouden aansluiten bij grote groepen van het Amerikaanse electoraat. Geen van de ideologische kampen slaagt erin het middenveld te bezetten en in de laatste drie decennia zijn de tegenstellingen tussen de New Left, de neoconservatieven, traditioneel rechts, en de liberaal-progressieven alleen maar toegenomen. De "Failures of Liberalism' en de "Conservative Impasse' maken het huidige politieke bedrijf volgens Dionne volslagen oninteressant voor de burgers, omdat zij moeten kiezen uit alternatieven die gebaseerd zijn op oneigenlijke en irrelevante tegenstellingen.

Greider wijst de scheiding tussen "politics' en "issues' zonder meer af. Het besluitvormingsproces en de inhoud van het beleid zijn voor hem onlosmakelijk met elkaar verbonden. Volgens hem brengen alleen verslaggevers een onderscheid aan tussen inhoud en proces, maar ""even the dimmest member of Congress understands that substance is the politics''. Hij onderzoekt dan ook niet zoals Dionne de ideologische tegenstellingen tussen progressieven en conservatieven. In plaats daarvan kijkt hij naar de gang van zaken bij het nemen van politieke besluiten op economisch en fiscaal terrein, bij milieubescherming, onderwijs, arbeidsvoorwaarden, defensie, etcetera.

FAÇADE

Vanuit Greiders perspectief ziet de Amerikaanse politiek er veel grimmiger uit dan Dionne schetst. Machtige belangengroepen, professionele lobby-organisaties, enquêtebureaus, pr-adviseurs en mediaspecialisten vervullen nu de hoofdrollen en zij verdringen Dionnes intellectuelen met hun tijdschriften, krantecommentaren en diepzinnigheden naar het tweede plan. Greiders conclusie is niet dat Amerikanen politiek zouden haten omdat de keuzemogelijkheden irrelevant zijn. Volgens hem is er van democratische besluitvorming weinig meer over dan een façade waarachter belangengroepen de dienst uit maken.

De stelling dat belangengroepen de democratische besluitvorming domineren is niet nieuw en ook op de mogelijke consequenties van die ontwikkeling is al vaker gewezen. De analyse van Greider onderscheidt zich van de gebruikelijke beschouwingen over "interest group liberalism' door het benadrukken van expertise in alle fasen van het proces. Nu spelen bijvoorbeeld landbouwingenieurs een belangrijke rol bij het landbouwbeleid, en economen bij de formulering van het economisch beleid. Greider heeft echter ook een ander soort deskundigheid op het oog. Uit zijn beschrijvingen blijkt dat specialisten op het gebied van de publieke opinie, mobilisatie van kiezers en het omgaan met de media politieke besluitvormingsprocessen domineren. Het zijn deze deskundigen die (voor veel geld) de politiek de schijn van publieke betrokkenheid en openheid kunnen geven. En het is de combinatie van vakinhoudelijke specialisatie met geavanceerde politieke verkooptechnieken die de politiek tot iets ongrijpbaars heeft gemaakt voor de gewone kiezer. Dit is het "verraad' van de Amerikaanse democratie door specialisten en politici.

Greider zoekt het onbehagen over de Amerikaanse politiek vooral in de ontoegankelijkheid van het systeem voor iedereen die niet beschikt over veel geld, terwijl tegelijkertijd de schijn van democratische besluitvorming wordt geperfectioneerd. Van een band tussen kiezers en gekozenen is geen sprake. De Amerikaanse droom van zelfbeschikking en decentralisatie is verstoord door de vele deskundigen die de vorm en het verloop van het besluitvormingsproces bepalen. Kiezers mogen niet veel meer dan op rituele wijze een keuze maken tussen politici die evenveel op elkaar lijken als de neefjes van Donald Duck, en de gekozenen verkopen hun stemrecht aan de meestbiedende belangengroep. De ongedekte cheques worden vervolgens gepresenteerd aan de Amerikaanse belastingbetalers en - via de staatsschuld - aan de toekomstige belastingbetalers. Alleen de allerrijksten worden steeds meer ontzien nu vooral voor die categorie de belastingen fors zijn verlaagd.

Voor begrip van de actuele Amerikaanse politiek zijn de analyses van Dionne en Greider eenzijdig en dus ontoereikend. Er ontstaat een ander beeld als de beide boeken samen worden bekeken en worden opgevat als complementaire beschouwingen over besluitvorming in een representatieve democratie. In de politiek zijn immers vorm (democratische procedures) en inhoud (aanpak van problemen) beide van belang. Dionnes vertrekpunt - de inhoud is belangrijker dan het proces - vormt tevens de belangrijkste beperking van zijn werk. Wie wat van politiek wil begrijpen, heeft aan boeiende ideeën en discussies tussen intellectuelen alléén niet genoeg. Waarom Amerikanen zo'n hekel hebben aan politiek, is dan ook niet te verklaren met een fascinerende speurtocht naar de ontwikkeling van het denken over maatschappelijke problemen.

Omgekeerd geldt dat Greiders beschouwingen over de gang van zaken bij besluiten over bijvoorbeeld economisch beleid, milieu, onderwijs of defensiepolitiek pas betekenis krijgen als de motieven en de ideeën van de betrokkenen in het verhaal worden betrokken. Ook de vraag waarom er sprake zou zijn van "verraad' nu mediaspecialisten en opinieonderzoekers een centrale rol spelen in een belangengroependemocratie, valt niet te beantwoorden zonder een beroep te doen op ideeën of, zo u wilt, op politieke ideologieën. Met zijn overzicht van actuele besluitvormingsprocessen biedt Greider dat wat Dionne onvoldoende uitwerkt en Dionnes beschrijving van de ideologische tegenstellingen vult aan wat bij Greider onderbelicht blijft.

REMEDIE

Leveren deze verschillende invalshoeken nu suggesties op voor verbeteringen van het Amerikaanse bestel? Op basis van verschillende diagnoses komen Dionne en Greider tot vrijwel dezelfde remedie voor de crisis van de Amerikaanse democratie. De beide scherpe analyses verzanden in korte, naëve verhandelingen over de noodzaak van openbare discussies, onderling vertrouwen, burgerzin en tolerantie. Hoe dat allemaal precies tot stand kan worden gebracht, blijft onduidelijk. Dionne geeft nog wel aan op welke punten het brede middenveld van de Amerikaanse samenleving bij de politiek kan worden betrokken, maar Greider lijkt elke kritische zin te zijn kwijtgeraakt toen hij aan zijn laatste hoofdstuk begon.

Uit de verkoopcijfers van deze boeken blijkt dat het met de afkeer van politiek onder burgers niet zo rampzalig is gesteld als Dionne, Greider en anderen ons willen doen geloven. Niettemin lijkt de politieke apathie, de afkeer en het cynisme groter dan ooit tevoren. Helaas hebben de auteurs niet veel meer te bieden dan platituden over méér discussie, openheid, zakelijkheid en tolerantie als het op het formuleren van oplossingen aankomt. De reden daarvoor is ongetwijfeld de complexiteit van de problematiek. Uit de afzonderlijke beschouwingen van Dionne en Greider blijkt dat problemen zoals de invloed van belangengroepen in een democratie, het formuleren van een coherente ideologie van het politieke midden en het bereiken van een legitiem evenwicht tussen sociale zorg en individuele verantwoordelijkheden alleen in onderlinge samenhang zinvol zijn te bestuderen. Temidden van verloederde steden, ernstige economische stagnatie, een onoplosbaar rassenvraagstuk, het faillissement van tientallen handelsbanken en een ecologische ramp, glijdt de politieke discussie steeds weer af naar extreme standpunten die alleen door minderheden worden gedeeld, naar "family values' en naar financiële en seksuele escapades van politici. Dat komt de betrokkenheid van de burgers zeker niet ten goede. Politici - en niet alleen Amerikaanse politici - zouden daarvan wakker moeten liggen.