Oorlogsdelinquent Luitjens verliest Canadese nationaliteit

ROTTERDAM, 12 SEPT. Het Canadese Hooggerechtshof in Ottawa heeft de intrekking van het Canadese burgerschap van de Nederlandse oorlogsdelinquent Jakob Luitjens bekrachtigd. Met deze justitiële beslissing is een eind gekomen aan Luitjens' mogelijkheden om zich te verweren tegen de Canadese overheid wat betreft het vervallen van zijn staatsburgerschap.

Dat de ex-Nederlander nu statenloos is, betekent niet dat de Canadese autoriteiten Luitjens ter berechting aan Nederland zullen uitleveren. Volgens een woordvoerder van Justitie bestaat de mogelijkheid dat Luitjens naar Paraguay wordt uitgewezen. Uit dat land emigreerde hij in 1971 naar Canada, waar hij in Vancouver na een aantal jaren het Canadese staatsburgerschap wist te krijgen. Hij verzweeg daarbij tegenover de Candades autoriteiten zijn oorlogsverleden. Dat Paraguay Luitjens aan Nederland zal uitleveren, wordt onwaarschijnlijk genoemd, omdat tussen Nederland en Paraguay geen uitleveringsverdrag bestaat.

Nederland heeft Canada vorig jaar om uitlevering van Luitjens verzocht op basis van een verdrag tussen de twee landen, dat in 1991 van kracht werd. Hiertoe kon echter niet worden overgegaan voor de uitspraak in een andere procedure, waarin Jacob Luitjens om een heronderzoek van zijn geval door de immigratierechter had gevraagd.

De 73-jarige plantkundige werd in 1948 in Nederland bij verstek tot levenslang veroordeeld wegens samenwerking met de Duitse bezetter en de arrestatie van verzetsmensen en joden. Luitjens heeft steeds volgehouden niet op de hoogte te zijn geweest van zijn veroordeling in Nederland in 1948 en heeft kortgeleden tegen het verstek-vonnis een verzet-procedure aangespannen bij de rechtbank in Assen. Mede omdat hij daar niet persoonlijk wil verschijnen, is de kans groot dat op de zitting over zijn zaak die op 23 september in Assen wordt gehouden, Luitjens' beroep vervallen wordt verklaard.

De Amsterdamse advocaat-generaal mr. P.M. Brilman, die zich als officier van justitie bezighoudt met opsporing van oorlogsmisdadigers die aan de tenuitvoerlegging van hun straf wisten te ontkomen, staat - evenals zijn Assense collega mr. H.A. Marquart Scholtz - op het standpunt dat Luitjens' in zijn verzet-procedure niet ontvankelijk is en dat zijn vonnis allang onherroepelijk is. Brilman wacht echter af hoe de rechtbank in Assen daarover oordeelt.