Onderzoek naar weigerachtige officieren af

AMERSFOORT, 12 SEPT. De koninklijke marechaussee heeft het onderzoek afgerond naar twee Nederlandse beroepsmilitairen die tijdens hun verblijf in Sarajevo in het kader van de VN-vredesmacht weigerden een dienstbevel uit te voeren. De twee zijn eind vorige maand teruggekeerd naar Nederland. Hun zaak zal verder worden behandeld door de militaire kamer van de arrondissementsrechtbank in Arnhem.

In totaal hebben tot nog toe vijf Nederlandse militairen die in het kader van de VN-vredesmacht in Bosnië-Herzegovina waren gelegerd, het strijdtoneel moeten verlaten. Bij één soldaat werd overmatig gokgedrag geconstateerd, twee anderen moesten wegens hasjgebruik vertrekken. De twee beroepsmilitairen die weigerden leiding te geven aan het VN-verbindingscentrum in de Maarschalk Tito-kazerne in Sarajevo, gaven als verklaring voor hun gedrag dat ze bang waren.

“Er bestaat gelukkig geen taboe meer op bang zijn of op huilen”, zegt luitenant kolonel drs. R.W. Jacobs over stress bij militairen in het algemeen. Hij is sinds 1983 klinisch psycholoog bij de landmacht. In drie weken wordende militairen klaargestoomd die voor uitzending naar het voormalige Joegoslavië in aanmerking komen. Ze krijgen voorlichting over de situatie ter plekke, instructies over hun toekomstige taak en er wordt aandacht besteed aan stress ten gevolge van oorlogsomstandigheden. Vooral tijdens de lessen over "gevechtsstress' is het stil.

Gevechtsstress kan zich uiten in opvliegerij, hartkloppingen, hyperventileren, slaap- en concentratieproblemen. “Stress-situaties kunnen tot uitzonderlijk gedrag leiden, hetgeen kan bestaan in heldhaftige toewijding maar ook in het tegendeel”, aldus mr. N. Keijzer in zijn in 1977 verschenen proefschrift "The military duty to obey'. Voorbeelden van het tegendeel zijn volgens Jacobs soldaten die in geval van stress gaan leiden aan overmatige angst of rond gaan rennen als een kip zonder kop danwel aan de grond genageld blijven staan.

Hij kan zich nog de tijd herinneren waarin stressverschijnselen bij soldaten werden afgedaan met: "niet zeuren, doorgaan!' De laatste decennia is de aandacht toegenomen voor het geestelijk welbevinden van soldaten. Het aantal psychologen in het leger steeg navenant: van twee in 1974 tot 21 nu.

“De organisatie heeft er belang bij dat mensen goed functioneren. Dat wil niet zeggen dat we soldaten die psychisch in de knel zitten koste wat kost voor de dienst willen behouden. Het is niet de bedoeling dat mensen meer dan noodzakelijk lijden”, aldus Jacobs.

Wanneer de burgermaatschappij wordt ingeruild voor een verblijf in de kazerne, kunnen zich aanpassingsproblemen voordoen. Ziet de aalmoezenier of dominee geen kans de problemen met de desbetreffende soldaat op te lossen dan kan de legerpsycholoog worden ingeschakeld. In het uiterste geval wordt besloten iemand tot buitengewoon dienstplichtige te verklaren. In minder zware gevallen wordt gekozen voor overplaatsing of een reeks therapieën.

De noodzaak om meer aandacht te besteden aan de emotionele kant van het soldatenbestaan bleek na terugkeer van, ook in VN-verband, uitgezonden Nederlandse militairen naar Libanon. De ondersteuning dààr door een dominee en een bedrijfsmaatschappelijk werker bleek onvoldoende. Niet in de laatste plaats omdat de laatste meer als brievenbus dan als praatpaal functioneerde. Een jaar na hun terugkeer, in 1986, meldden zich 120 soldaten die professionele hulp nodig hadden. Inmiddels zijn dat er ongeveer driehonderd en er komen nog steeds mensen bij.

De 400 militairen die zich op dit moment in Bosnië-Herzegovina bevinden, kunnen in geval van psychische problemen ter plekke terecht bij een psycholoog, een bedrijfsmaatschappelijk werker, een aalmoezenier en een predikant. Jacobs: “In tachtig procent van de gevallen slaan ze zich er door heen. Maar het gaat juist om die twintig procent bij wie de oorlogssituatie leidt tot stressverschijnselen en die na terugkeer verder moeten worden geholpen”.

Alle soldaten die hun termijn in Bosnië-Herzegovina hebben uitgediend zijn verplicht een bezoek te brengen aan de legerpsycholoog om verslag uit te brengen van hun ervaringen. Bij de ruim 100 soldaten die vorige maand terugkeerden was vooral sprake van frustratie over het feit dat “ze zo weinig hadden kunnen doen. Voor ons zijn die ervaringen belangrijk bij de voorbereiding van nieuwe lichtingen: we zeggen nadrukkelijk dat ze niet worden uitgezonden om de strijdende partijen uit elkaar te halen. Verwachting en realiteit moeten zo dicht mogelijk bij elkaar worden gebracht”, aldus Jacobs.