NICHTENCAFÉS

De roze rand van donker Amsterdam. De opkomst van een homoseksuele kroegcultuur 1930-1970 96 blz., geïll., Van Gennep 1992, f 24,50 ISBN 90 6012 938 5

In het kader van het galafestival "Gay Capital' dat tot en met morgen zal duren werd gisteren in Amsterdam het boekje De roze rand van donker Amsterdam ten doop gehouden. Het boek geeft een beschrijving van de opkomst van de homoseksuele kroegcultuur in Amsterdam. En kroegcultuur vormt een belangrijk onderdeel van de naoorlogse emancipatie van de homoseksualiteit. Van een oogluikend gedogen van gelegenheden waar het ""machtloos, mis'lijk nageslacht'' zich overgaf aan bedenkelijke praktijken veranderde ook de politiek ten aanzien van homokroegen. Dit jaar verdrong de homoscene de bollenvelden, kaasmeisjes en molens als beeldmerk om toeristen naar Amsterdam te lokken: de hoofdstedelijke VVV benutte deze nieuwe marketing-tool in een campagne gericht op de Verenigde Staten.

Aan de hand van een dertigtal ooggetuigen en politierapporten schetst De roze rand van Amsterdam de langzame metamorfose van de homokroegen. Aanvankelijk liep Amsterdam niet in de voorste linie. Leerzaam in dit verband zijn de verslagen uit de jaren dertig van hoofdinspecteur Slobbe van de zedenpolitie, die samen met collega Stoett van de drankencontrole ten strijde trok tegen het voortwoekerende kwaad. Het duo, dat per avond een tiental kroegen afliep, bleek een fijne neus te hebben ontwikkeld voor ""homo-allures'' van de vrouwelijke en mannelijke kroegpopulaties. Het hebben van een homoseksueel uiterlijk, beringde vingers, poederdonsjes, vrouwenkleren in de keuken, niets ontsnapte aan de aandacht. Ook veelvuldig toiletbezoek van de bezoekers gold als verdacht en kon aanleiding vormen tot een politie-inval.

Uitkijkposten, belsignalen en waarschuwingslampjes moesten tijdig waarschuwen tegen de komst van Stoett en Slobbe. Niet altijd zonder succes, zo blijkt uit de aantekeningen van een bezoek aan bodega Oporto aan het Damrak. ""Ofschoon meermalen gezegd is - laatstelijk nog door mr. Loeb, ter zitting van Gedeputeerde Staten te Haarlem - dat hier na elf uur des avonds homosexuelen bijeenkomen, was er ook nu weer - evenmin als vroeger - geen "flikker' te zien (wel gewoon publiek; 11.15 n.m.)'', aldus een knorrige Stoett.

Aan de hand van de opkomst en ondergang van verschillende kroegen schetst het boek de verandering van de homocultuur die hand in hand ging met de emancipatie. Nadeel van deze aanpak is dat de aandacht bij de gedetailleerde beschrijving nog wel eens dreigt af te dwalen. Binnen de bescheiden opzet vormt het boek niettemin een aardige aanzet tot de historische beschrijving van een niet onbelangrijk deel van de Amsterdamse stadscultuur.

Het voordeel van de aanpak is dat er ook ruimte wordt gelaten voor de nodige anekdotes. Vermeldenswaard is de beschrijving van een collecte door majoor Bosshardt van het Leger des Heils in het legendarische café Het Mandje van Bet van Beeren op de Zeedijk. Rammelend met haar forse collectebus permitteert Bosshardt zich de opmerking dat Van Beeren ""zo haar foutjes heeft''. ""Met andere woorden ze is een pot en ze zuipt, maar Bet hoorde dat helemaal niet'', aldus de ooggetuige. Als Bet even later van achter de tap door haar zuster alsnog op de hoogte wordt gesteld zijn de rapen gaar. Bosshardt vliegt letterlijk Het Mandje uit. ""Ik hoor nog die collectebus over de Zeedijk denderen.''

    • Steven Adolf